Stabiliteitspact

Tijdens de internationale topconferentie over een stabiliteitspact voor de Balkan heeft premier Kok verklaard dat Nederland met ingang van de komende begroting structureel een half miljard gulden per jaar wil uittrekken voor hulp aan de Balkan (NRC Handelsblad, 31 juli). Hoe nobel deze toezegging ook is, Kok beseft ook dat geld alleen onvoldoende is voor het slagen van het stabiliteitspact, dus voor de vrede op de Balkan. Daarvoor zou het NAVO-bondgenootschap ruiterlijk moeten erkennen dat de gevoerde `humanitaire interventievlag' de lading niet heeft gedekt. De schone (!) luchtoorlog heeft geen overwinning van de humaniteit of redelijkheid opgeleverd. Integendeel, de rede heeft het juist verloren van de (militaire slag-)kracht. Met als resultaat de afgedwongen of gewapende vrede, waarin `stabiliteit' – conform het ideaal van de mensenrechten dat de NAVO-bombardementen legitimeerde – ver te zoeken is.

Zolang dit machogedrag de politieke strijd voor de mensenrechten bepaalt, zolang zal de verwerkelijking daarvan en daarmee de wereldvrede een illusie blijven. Gedurende deze (illusoire) tijd zal het de wapenindustrie en haar schare aandeelhouders vanzelfsprekend voor de wind gaan en het `recht van de sterkste' het mondiaal reilen en zeilen beheersen. Daarbij zal de wereldmacht bij de VS (het Amerikaanse volk), in plaats van bij de VN (de wereldbevolking) liggen. Als logisch gevolg daarvan zullen de wereldproblemen en het daaruit voortvloeiend onrecht niet adequaat bestreden kunnen worden. Volgens het subsidiariteitsbeginsel behoren wereldproblemen immers niet op nationaal of continentaal maar op mondiaal niveau aangepakt te worden. Dus door de Verenigde Naties.

Aan dit redelijk beginsel, dat bovendien in de goddelijke orde verankerd ligt, heeft het NAVO-bondgenootschap helaas geen enkele boodschap, getuige de Kosovo-oorlog. Onredelijkheid regeert zodoende de wereld, met alle onverteerbare gevolgen van dien, die geen van de negentien NAVO-lidstaten zichzelf uiteraard zal aanrekenen.