Repertoire dat nergens anders te zien is

De nieuwe artistiek leider van De Rotterdamse Dansgroep is niet van ambities ontbloot: het gezelschap moet `op sjouw'door de wereld. En het moet een bakermat van de abstracte dans blijven. ,,Het publiek moet erop kunnen vertrouwen dat het van ons iets nieuws te zien krijgt''.

`Mijn hart ligt in New York', verklaarde Ton Simons (Beesel, 1948) een aantal jaar geleden in een interview. Anno 1999 nuanceert de choreograaf zijn toenmalige uitspraak. ,,Mijn hart is flexibel genoeg om de indrukken die het heeft opgedaan blijvend met zich mee te dragen. Het maakt niet uit waar ik mijn ziel parkeer, of dat nou in New York, Barcelona of ergens anders is.''

En dat `ergens anders' blijkt nu Rotterdam te zijn, waar Simons met ingang van 1 oktober aantreedt als artistiek leider van De Rotterdamse Dansgroep (DRD). Hij volgt Käthy Gosschalk op, die het dansgezelschap bijna 25 jaar geleden oprichtte en tot nu toe leidde.

,,Het zal zwaar zijn om Käthy te vervangen maar ik denk dat ik er de kwaliteiten voor heb'', zegt Simons. De oud-leerling van danslegende Merce Cunningham choreografeerde niet alleen meer dan zeventig werken voor gezelschappen in heel Europa en de Verenigde Staten, maar leidde ook lange tijd een eigen gezelschap in New York en is bovendien al bijna 25 jaar huischoreograaf bij DRD.

,,DRD moet een keurmerk van de hoogst mogelijke kwaliteit worden'', stelt de nieuwe artistiek leider. ,,Ik wil met de groep een specifiek repertoire ontwikkelen dat nergens anders te zien is. Als de groep ergens optreedt moet het publiek weten dat het iets nieuws te zien krijgt.

,,Op dit moment is mijn eigen werk het enige exclusieve dat DRD te bieden heeft. Dat eigen gezicht, dat eigen karakter, dat wil ik graag uitbreiden door een nieuwe generatie hedendaagse choreografen bij het gezelschap te betrekken. Uiteindelijk wil ik groepsvoorstellingen met hen maken. En dat alles in het kader van pure, abstracte dans natuurlijk.''

Die laatste toevoeging is veelzeggend. Simons wil af van het expressionistisch danstheater dat onder Gosschalk vast onderdeel was van het DRD-repertoire. Het is hem te subjectief, te persoonlijk en raakt volgens hem de essentie van de dans niet.

,,Mijn eigen interesse ligt meer bij pure, abstracte dans'', zegt Simons. ,,Daar ligt volgens mij ook onze kracht als dansers. Acteurs kunnen beter acteren dan wij, zangers beter zingen en schrijvers zijn beter in het vertellen van verhalen. Maar niemand is zo goed in het bespelen van tijd en ruimte als wij.

,,Ik geloof dat de kracht van dans voortkomt uit een algemeen, abstract idee over vorm en niet uit een persoonlijke emotie. Een werk maken over hoe ellendig je je wel niet voelt omdat je oma onder de tram is gekomen, werkt alleen maar vernauwend en leidt tot navelstaarderij.

,,Het klinkt misschien bijna paradoxaal maar ik geloof dat puur vormelijke kunst toegankelijker is voor een groot publiek dan subjectieve kunst omdat het geen interpretatie dicteert. Een abstract schilderij van Mondriaan is opener voor interpretatie dan een werk van Schiele, Kirchner of een andere expressionist.''

Ondanks zijn sterke overtuigingen omtrent de superioriteit van abstracte dans, weet Simons dat deze kunstvorm over het algemeen beschouwd wordt als moeilijk. Hij hamert daarom ook op het belang van publieksvoorlichting.

,,Informatie, informatie, informatie'', scandeert Simons. ,,Ik wil voorafgaand aan voorstellingen contact opnemen met kunstacademies, middelbare scholen, universiteiten en andere culturele instellingen om te kijken of er misschien behoefte is aan een informatie-avond of een nagesprek.

,,Ook theaterprogrammeurs wil ik uitnodigen om hier in de studio te komen kijken.''

,,Het is onze taak als dansers om mensen te verrassen met nieuwe inzichten. Dat is een heel erg dienstbare opdracht. Maar daar hoort ook bij dat je het publiek duidelijkheid moet geven over hetgeen ze te zien krijgen. Je moet dans toegankelijk maken zonder neerbuigend te worden. We gaan dus niet ons aanbod aanpassen omdat dat beter zou passen voor jongeren of allochtonen. Als je kinderen naar een museum brengt vervang je toch ook niet alle Rembrandts en Picasso's door kindertekeningen. Het is in niemands belang dat wij rommel aanbieden.''

Hoewel hij bruist van de ideeën om dans dichter bij het publiek te brengen, geeft Simons direct toe dat hij het komende seizoen, waarvoor alle contracten al vast staan, maar weinig speelruimte heeft om ze te verwezenlijken. ,,Ik hoop dat de beleidsmakers niet verwachten dat ik in één seizoen ijzer met handen breek. In eerste instantie wil ik me op Rotterdam richten. Het zou mooi zijn als we op korte termijn ons `Blackbox' StudioTheater echt beschikbaar kunnen maken voor buitenstaanders. En dat we bijvoorbeeld 's avonds les kunnen geven aan loslopende dansers hier in Rotterdam.''

Maar Simons' toekomstvisie reikt verder dan Rotterdam of Nederland. Met het vuur van een zendeling praat hij over `een spreidingstaak' die er voor DRD buiten de landsgrenzen ligt.

,,De Rotterdamse Dansgroep is lange tijd een vehikel geweest voor het importeren van hedendaagse Amerikaanse dans. En nu wil ik er een exportvehikel van maken. We gaan op sjouw door Europa en de Verenigde Staten en gaan zo veel mogelijke laten zien wat de Europese dans in het algemeen en Nederlandse dans in het bijzonder te bieden heeft. Die exportgedachte past volgens mij ook prima bij Rotterdam. DRD moet een soort culturele doorvoerhaven worden.''