Miloševic biedt oppositie alsnog verkiezingen aan

Het Joegoslavische regime heeft, aan de vooravond van de grootste protestbijeenkomst van de oppositie tot nu toe, verkiezingen aangekondigd. Dit aanbod is kennelijk bedoeld om een eind te maken aan de golf van protesten. De verkiezingen zouden in november kunnen worden gehouden.

Ivica Daic, de woordvoerder van de socialistische partij van president Slobodan Miloševic, zei gisteren: ,,We vinden dat er belangrijker dingen op de agenda staan, maar als de oppositie ze [de verkiezingen] wil, dan moet dat maar.'' De toon van zijn opmerking verschilt sterk van die welke woordvoerders van het bewind en de door het bewind gecontroleerde media tot nu toe bezigden: tot gisteren werd de oppositie uitgemaakt voor een verzameling `quislings' en `dwergen'.

De oppositiepartijen hebben op uiteenlopende wijze gereageerd. Tot nu toe eiste de overkoepelende oppositiebeweging Alliantie voor Verandering dat Miloševic moet plaatsmaken voor een interim-bestuur dat vervolgens verkiezingen organiseert. In de reacties van gisteren kwamen de oppositiepartijen niet terug op dat aftreden van de president. Een woordvoerder van de Alliantie zei dat ,,we geen verkiezingen willen die worden vervalst'' en dat daarom de OVSE op de gang naar de stembus moet toezien. Volgens Zoran Djindjic, de leider van de tot de Alliantie behorende Democratische Partij, worden er al elke dag verkiezingen gehouden: op straat, bij de protestbetogingen van de oppositie. Vuk Draškovic, leider van de Servische Vernieuwingsbeweging SPO (die buiten de Alliantie is gebleven), zei alleen verkiezingen te kunnen accepteren als eerst de restrictieve mediawet wordt afgeschaft en als de kieswet wordt veranderd. Draškovic reageerde woedend op een melding van het onafhankelijke persbureau Beta, als zou hij met Miloševic diens concessie hebben besproken. Draškovic sprak van ,,een vulgaire leugen''.

De oppositie houdt vanavond in Belgrado haar grootste protestbijeenkomst in de in juni, na de ontruiming van Kosovo door de Joegoslavische en Servische strijdkrachten, begonnen reeks. Gisteren betoogden in Niš 20.000 mensen tegen het bewind.

De belangrijkste organisator van de bijeenkomst, Mladjan Dinkic – lid van de G17, de groep van onafhankelijke economen – zei gisteren niet zwaar te tillen aan het feit dat diverse kopstukken van de oppositie vanavond niet zullen opdagen. Dat geldt onder anderen voor Draškovic, de sociaal-democratische leider Obradovic en ex-stafchef generaal Perišic. ,,Draškovic heeft een of andere irrationele reden om niet te komen. Maar alle relevante [oppositie]partijen zullen er zijn. Als we meer dan 100.000 mensen bijeenbrengen is dat een signaal naar de autoriteiten dat dit hun laatste kans is om op te stappen en een boodschap aan de oppositieleiders dat de mensen geen tijd hebben om naar hun ruzies te luisteren'', aldus Dinkic. In Niš in het zuiden van Servië betoogden gisteren twintigduizend aanhangers van de oppositie tegen het bewind.

Of Vesna Pešic, een van de kopstukken van de Alliantie, vanavond in Belgrado de betogers toespreekt is onduidelijk: zij is volgens een onafhankelijke bron in Belgrado naar Montenegro uitgeweken om uit de handen van de Servische justitie te blijven. Die vlucht is niet bevestigd door Pešic zelf, de Alliantie of haar partij, de Burgeralliantie. Pešic zei vorige week in de stad Vršac dat Miloševic moet worden verdreven, met vreedzame middelen, ,,maar met de Roemeense methode als dat nodig is'', een verwijzing naar de opstand van december 1989 tegen het bewind van Nicolae Ceausescu. Volgens de Servische justitie heeft ze daarmee opgeroepen tot de gewelddadige omverwerping van de regering, een vergrijp waarop twintig jaar gevangenisstraf staat. (Reuters, AFP, AP)