Oude plastickorrels in bouw, varkensstal en vrachtwagen; Nieuw leven voor oud plastic

HEERLEN, 7 mei - De Nederlandse industrie heeft belangstelling voor gerecycled plastic, maar ze is er niet zo tuk op als de Amerikaanse. In de Verenigde Staten worden zelfs al tekorten aan hergebruikt plastic gesignaleerd. 'Amerikaanse bedrijven die produceren voor de consumentenmarkt vechten om recyclingmateriaal', weet drs. H. J. Lucas, projectmanager recycling bij het chemiebedrijf DSM. 'Als ze een bepaald percentage verwerken, al dan niet op voorschrift van de overheid, kunnen ze een 'groen label' aan hun produkten hangen. Dat doet het goed, ook in de verkoop.' Zo'n situatie lijkt in Europa nog ver weg. DSM, zelf goed voor een jaarproduktie van ruim 800.000 ton nieuwe kunststof, heeft slechts met moeite markten kunnen scheppen voor de 20.000 ton 'oud' plastic die dochterbedrijf Reko jaarlijks geschikt maakt voor een 'nieuw' leven. Toch ziet Reko perspectieven. Ze breidt haar capaciteit uit tot 30.000 ton, waarmee ze een van de grootste kunststof-recyclers ter wereld wordt. Maar op het totaal van de mondiale plasticsproduktie is ook 30.000 ton een druppel op een gloeiende plaat. De redenen voor die scheve verhouding zijn legio. Een ervan is het slechte imago van de tweedehands-plastickorrels, stelt Lucas, die zelf heel sjiek over 'regranulaten' en 'recyclaten' spreekt. De kwaliteit van hernieuwd plastic is altijd minder dan die van nieuw. En de doorgaans lichtzwarte/donkergrijze kleur maakt tweedehands plastic ook minder populair dan glashelder nieuw spul.

Die minpunten weerspiegelen zich in de prijs van hernieuwde kunststof, die door de bank genomen op 60 tot 75 procent van het nieuwe materiaal ligt. Zeker bij een populaire en goedkope kunststof als polyetheen, die anderhalf tot twee gulden per kilo opbrengt, is het prijsverschil snel te verwaarlozen.

Het bedrijf Reko is in de tien jaar van zijn bestaan niet alleen nijver met zuiveren en omsmelten van oud plastic bezig geweest, maar heeft tegelijk gewerkt aan de ontwikkeling van produkten en markten waaraan zijn korreltjes welbesteed zijn. Een goede bekende is inmiddels de vuilniszak, andere vondsten waren beschoeiingen, vandaalbestendig 'openbaar tuinmeubilair' en dikke platen voor bouw, varkensstallen en vrachtwagenbodems.

De problemen voor de recycler van oud plastic houden echter niet op bij de verwerking en de afzet. Ook de verwerving ervan is een probleem apart. Een gebruiker van plastic zal het spul moeten bewaren en er is een transportinfrastructuur nodig. Daarbij is het bovendien zaak dat niet verschillende soorten kunststoffen - en er zijn er nogal wat - door elkaar raken.

Recyclers zoeken naar eenduidige en volumineuze stromen afvalplastic. Zo spint Reko garen bij fouten in en afval van DSM's kunststofproduktie: van concernwege vloeien veel te recyclen kunststoffen naar de smeltinstallaties. Verder heeft Reko een hoop werk aan de PET-fles, waarvan het Europa's enige verwerker is, en aan gebruikte krimpfolie.

Maar andere grondstofstromen moet de onderneming zelf traceren en naar zich toe leiden. Daarom is Reko nu op drie plaatsen betrokken bij recyclingprojecten. In Noord-Limburg en in het Westland is het bedrijf betrokken bij de inzameling van gebruikt landbouwplastic, en in het Westduitse Leer zet Volkswagen een installatie neer voor de 'ontmanteling' van autowrakken waarvan DSM de bumpers zal recyclen. Van de 16.000 ton landbouwplastic die jaarlijks in Nederland wordt gebruikt zit 4.000 ton 'loop- en luierfolie' in het Westland. Met collega-verwerkers Replast (Wavin-dochter) en Lankhorst beziet Reko of die folie rendabel is te recyclen. Problemen die zich daarbij voordoen zijn de noodzaak het plastic te ontdoen van allerlei ongerechtigheden voordat het gesmolten kan worden en het slecht gedoseerd aanbod: in november komt tweederde van het totaal. Maar evidente voordelen zijn er ook: de omvang van het pakket, de aanwezigheid van een inzameldienst en de goede organisatiestructuur van de landbouw, waardoor de inzameling zich goed laat regelen. Niettemin, zo geeft ir. E. M. Geurts, recycling-strateeg van DSM, ruiterlijk toe, zou het project op voorhand financieel onhaalbaar zijn geweest als de lokale overheid de tarieven voor de stort van dit afvalplastic niet drastisch had verhoogd.

Een gestructureerde, bedrijfsmatige aanpak van recycling mag volgens Geurts niet afhankelijk zijn van subsidies. 'Voor alle betrokkenen dient gewoon de normale financiele prikkel drijfveer te zijn', vindt hij. De verhoging van de storttarieven ziet hij niet als oneigenlijke bevoordeling - hier zou het marktmechanisme ook een rol hebben gespeeld. 'Gegeven de schaarste aan stortplaatsen is het niet meer dan logisch dat tarieven voor gebruikt plastic worden verhoogd als daarvoor een alternatieve methode van verwerking is.' DSM studeert in Noord-Limburg op een kleinschaliger experiment: daar betreft het 400 ton plastic. Lucas: 'We gaan kijken of we de lessen uit het Westland dichter bij huis kunnen uitvoeren. Proeven rondom Breda en in Gelderland leren dat een regio die 200 ton plastic oplevert rendabel kan worden gemaakt. De motivatie van de boeren is er, maar we zullen ook medewerking moeten hebben van het gewestelijk bestuur, met name weer wat betreft de storttarieven voor plastic.' Geurts stelt dat recycling niet zo'n probleem zou zijn als alle gebruikte kunststoffen 'redelijk' gescheiden in Geleen zouden worden aangeleverd. 'Dan zouden we het wel met behulp van vertrouwde technieken een nieuwe bestemming kunnen geven. Maar de echte problemen liggen in de logistiek en het vinden van adequate, zo hoogwaardig mogelijke toepassingen.'

En die problemen zijn zo groot dat Geurts het doel van het Nationaal Milieubeleidsplan, om in 2000 bijna tweederde van het plastic afval (1,17 miljoen ton) te vermijden en te recyclen, 'niet realistisch' noemt. Naast de genoemde moeilijkheden kan Geurts er namelijk nog wel een paar opnoemen. Aangezien elk hergebruik de kwaliteit vermindert, blijft ten slotte altijd een zo inferieure kunststof over dat die nergens meer geschikt voor is. Verder zijn er wettelijke obstakels; levensmiddelen mogen veelal niet worden verpakt in gerecycled plastic. 'En van bepaalde afvalstromen is duidelijk dat het nooit rendabel zal zijn er iets zinvols mee te doen', legt Geurts uit. 'Huishoudelijk afval bij voorbeeld bestaat voor 7 procent uit kunststof. Het is een complex mengsel met veel soorten. Dat zal grotendeels naar de afvalverbranding moeten.'