Hoe goed is een gratis bestuurder

Tientallen miljarden guldens pensioenvermogen worden in Nederland bestuurd door mensen die daar geen cent voor krijgen. En zij vinden dat zelf niet gek. Maar is het ook verstandig?

Zij doen het gratis. Voor niets. De bestuurders van talrijke pensioenfondsen van (middel)grote ondernemingen ontvangen geen enkele vergoeding voor het leiden van deze organisaties, wier vermogen soms in de miljarden guldens loopt. Ook al verdienen zij miljarden guldens voor de betrokken bedrijven door lagere pensioenpremies en andere voordelen.

,,Het bestuur van de Stichting is onbezoldigd'', meldt bijvoorbeeld het jaarverslag van de Stichting Shell Pensioenfonds (ruim 26 miljard gulden beleggingen), nummer twee bij de fondsen die voor individuele bedrijven werken.

In Nederland bestaan ruim duizend pensioenfondsen, die samen meer dan 800 miljard gulden pensioengeld beheren. Verreweg de meeste zijn juridisch als een stichting georganiseerd. Nieuwe wettelijke regels voor stichtingen dwingen zo'n 300 grotere pensioenfondsen (met ten minste zes miljoen gulden omzet) meer informatie bekend te maken over hun financiële reilen en zeilen.

Een van de nieuwigheden is de verplichte melding van de beloning voor het bestuur van het pensioenfonds. Net als in het bedrijfsleven, ligt openheid hierover ook bij pensioenfondsen gevoelig. De besturen zijn formeel verantwoordelijk voor de gang van zaken bij pensioenfondsen, het dagelijkse werk is doorgaans in handen van een directie, een administrateur of een externe beheerder. Vorig jaar heeft de Verzekeringskamer alle fondsen per circulaire nog eens eraan herinnerd dat elk bestuur, ongeacht delegatie van werkzaamheden, te allen tijde verantwoordelijk is en blijft.

De besturen zijn gelijkwaardig samengesteld uit afgevaardigden van werkgevers en werknemers in een bedrijf (ondernemingspensioenfonds) of bedrijfstak (bedrijfspensioenfonds). Bij grote ondernemingen zit de financiële bestuurder vaak in het fondsbestuur (zoals J. Hommen bij Philips), terwijl Shell onder meer managing director M. van den Bergh afvaardigt.

Bij ondernemingspensioenfondsen worden de werknemersleden meestal voorgedragen door de ondernemingsraad, in bedrijfstakfondsen leveren veelal de betrokken vakbonden de werknemersbestuurders. De gelijkwaardigheid van de bestuurders weerspiegelt de kern van het pensioen: uitgesteld loon, waarover de CAO-partners onderhandelen.

Wie informeert naar de betaling van bestuurders wacht eerst een wedervraag. Waarom is dat van belang? ,,Het is geen hot issue bij ons'', zegt een doorknede vakbondsman. ,,De werknemers en werkgevers in de besturen hebben al een beloning uit hoofde van hun functie als werknemer bij de onderneming of als `beroepsbestuurder' bij een werkgevers- of werknemersorganisatie'', zegt een expert. ,,Voor de totaliteit van hun werk krijgen zij betaald.''

Vooral grote fondsen die de pensioenregeling voor complete bedrijfstakken uitvoeren betalen hun bestuurders. ABP (overheid en onderwijs) betaalt acht ton voor 13 bestuurders, PGGM (zorg en welzijn) 812.000 gulden voor 13 bestuurders, Spoorwegen 89.000 gulden voor 12, Metaalindustrie twee ton voor 12 bestuurders, inclusief lidmaatschap van commissies.

Een andere uitzondering is het pensioenfonds van chemiebedrijf DSM (ruim zeven miljard beleggingen), dat een naamloze vennootschap is. De vijf commissarissen krijgen samen 75.000 gulden. Ter vergelijking: de tien commissarissen van de onderneming DSM, die op de effectenbeurs zeven miljard waard is, ontvangen samen 500.000 gulden. Ook de Rabobank betaalt zijn bestuur. Samen met een beloning voor de deelnemersraad kost het 59.066 gulden.

Niet betalen of niets zeggen is echter de norm bij ondernemingen. Philips Pensioenfonds (ruim 32 miljard gulden beleggingen; grootste ondernemingspensioenfonds) meldt niets. Daaruit kan de lezer wel afleiden dat de bestuurders niet betaald krijgen, vindt een Philips-woordvoerder. De meeste bestuurders staan op de loonlijst van het concern en voor hen is dit een klein deel van hun werk waarvoor zij als Philips-werknemer worden betaald. Dat geldt kennelijk ook voor de gepensioneerde Philips-medewerkers in het bestuur.

,,Liefdewerk oud papier is niet aan de orde'', zegt een Shell-woordvoerder. De bestuurders namens Shell moeten zich inzetten voor de belangen van het fonds. Net als de werknemersdelegatie worden zij benaderd op basis van hun kennis, kunde en vaardigheden.

Ook de pensioenfondsen van Akzo Nobel, Hoogovens, Nedlloyd en Unilever betalen hun bestuur niet. Commissarissen die bij deze bedrijven het directiebeleid controleren worden wel goed betaald. De zes Nedlloyd-commissarissen krijgen samen een kwart miljoen, terwijl het bedrijf op de effectenbeurs de helft waard is van de beleggingen (3 miljard) van het pensioenfonds. Bij het Hoogovens pensioenfonds (bijna 9 miljard gulden beleggingen) gaat het net zo.

Andere grote pensioenfondsen, zoals dat van ABN Amro, Philips, V&D Nederland (Confidentia), Ballast Nedam, Elsevier Nederland en HBG melden in hun jaarverslag helemaal niets over de beloning.

De weigering om bestuurders te betalen roept de vraag op welke kwaliteit een fonds kan claimen van zijn bestuurders en hoe onafhankelijk een bestuur is dat per saldo door de werkgever wordt betaald. De Verzekeringskamer hamert al enkele jaren op kwaliteitseisen voor bestuurders van pensioenfondsen, maar een wetsontwerp om dat te regelen ligt nog bij het parlement.

P. de Lange, hoogleraar pensioenrecht (Katholieke Universiteit Nijmegen): ,,Het is niet zo handig dat mensen alleen in het bestuur komen omdat zij belangstelling hebben om hun collega's te vertegenwoordigen. Weten zij dan zoveel van het beleggen van pensioengelden af? Griezelig vind ik een veel te groot woord, maar het is wel merkwaardig dat de meeste besturen niet voldoende kennis hebben om tegenwicht kunnen bieden tegenover de professionals.''

In zijn inaugurele rede pleitte De Lange begin dit jaar voor een andere organisatievorm. Geen stichting, maar een onderlinge waarborgmaatschappij. Met een directie, eventueel een toezichthoudende raad van commissarissen. De deelnemers van het fonds vormen dan de algemene ledenvergadering. De onderlinge verhoudingen worden helderder en de belangen van de verschillende partijen (werknemers, werkgevers, gepensioneerden en ex-werknemers) worden beter gewaarborgd.

,,Dat bestuurders niet beloond worden is vanuit de paritaire opzet van het Nederlandse pensioensysteem heel voorstelbaar'', vindt hoogleraar ondernemingsfinanciering K. Koedijk (Universiteit van Maastricht). ,,Maar je ziet de hele financiële industrie professionaliseren, dat moet ook bij pensioenfondsen gebeuren. Besturen van pensioenfondsen moeten ook afgerekend worden op de rendementen die worden behaald. Het gaat om belangrijke keuzes die zij maken, daarop moeten zij aanspreekbaar zijn, net als commissarissen in een onderneming. En daar hoort een aparte beloning bij.''

Dit is het derde deel in een korte serie over het profijt van pensioenen. Eerdere afleveringen verschenen op 13 en 14 augustus.

    • Menno Tamminga