Het zilvervisje verdient respect

De troostwaarde van zilvervisjes is op nationale schaal nauwelijks te becijferen. Doorgaans voelen mensen die in het holst van de nacht de slaap niet kunnen vatten, zich van iedereen verlaten. Maar dan voegt tijdens stille overpeinzingen op wc of in keuken het zilvervisje zich bij hen. Bij wastafel of koelkast maakt het duidelijk: je bent niet alleen. Onbekommerd en glanzend rondrennend, vraagt het zilvervisje zich het nut van alles niet af. Het is. En is vastbesloten te blijven. Als een van de oudste landdieren al miljoenen jaren lang. Het is een schoon en stil diertje, dat door allerlei latere evolutionaire ontwikkelingen aan alle kanten voorbij is gestreefd in viezigheid en luidruchtigheid. De soort verdient respect en sympathie.

Kom dus niet aan mijn zilvervisjes. De man van de reinigingsdienst koos een slecht adres om aan te bellen. Hij kwam ,,problemen met de zilvervis en ovenvis inventariseren'', meldde hij nauwgezet en met Turks accent. ,,U weet wel, kleine diertjes'', voegde hij toe, op afstand met duim en wijsvinger een ruimte aangevend waarin twintig van mijn zilvervisjes zouden kunnen parkeren. Toen ik zei dat ik het diertje inderdaad kende, maar dat onze wegen zich probleemloos kruisten en ik geen zin zag in bestrijding, bleken we geestverwanten. Hij zag eigenlijk ook geen kwaad in de beestjes. ,,Maar er zijn mensen die erover klagen'', sprak hij, met opgetrokken wenkbrauwen duidelijk makend dat er in dit land wel meer is dat hij niet snapte.

In het zuiden van Europa leven zilvervisjes buiten. In het wild, huizend onder de schors van bomen en onder stenen. Op andere plaatsen zijn ze gebonden aan gastvrijheid. De mens zijn trouwste huisgenoot behoort tot de groep van de franjestaarten. Als oerinsecten zijn zilvervisjes het product van een ondernemende generatie die erin slaagde zich helemaal onafhankelijk te maken van het water. Ze geven al een vast verankerd principe van moderne insecten aan: een lichaam in drie delen. Ook de zes poten zijn er, maar de vleugels ontbreken nog. Het leuke setje staartjes aan het achterlijf combineert mooi met de lange voelsprieten aan de voorzijde. Daarnaast draagt het glanzende schubben en spaarzaam wat haren.

Het altijd opgepoetst ogende, glanzende zilvervisje leeft van oudsher graag in provisiekasten en -kamers, waar het aan de inhoud knaagt. Daarom wordt het ook wel suikergast genoemd. Maar het krijgt het liefst zetmeel voorgezet. Stijfsel, zoals behangselplak, vinden de zilvervisjes dan ook een prachtige moderne uitvinding. Omdat ze haast alle eetbare stoffen ook werkelijk eten, is menig toilet een uitgelezen plek om hun kwikzilverachtige bewegingen in alle rust te bewonderen. Maar warme en vochtige ruimtes, zoals keukens, zijn favoriet.

Onderschat de leeftijd van zilvervisjes niet. Ze halen de vijf jaar. Het is dus beleefd bij een verhuizing afscheid te nemen van zulke medebewoners, die een belangrijke levensperiode met je hebben gedeeld. Maar je dringt moeilijk tot ze door. De zintuigen bij deze oerinsecten zijn beroerd. Verder spreken biologen van wel heel primitieve geslachtsorganen en embryonale ontwikkeling, veel eenvoudiger dan bij de gevleugelde insecten. Maar verder zit haast alles erop en eraan.

En het liefdespel van het zilvervisje is haast verheffend. Mannetje en vrouwtje betrillen elkaar gevoelig met de antennes. Ontroerde kenners hebben wel gesproken van `kopjes geven'. Dan verspert het mannetje het vrouwtje de weg, voor het geval dat ze van gedachten mocht veranderen, en slaat de staart heen en weer. Bliksemsnel spint hij met zijn penis enkele draden en zet een spermapakketje af op de grond. De draad richt het vrouwelijk verlangen. Het vrouwtje loopt onder de draad door en als zij die met het geheven achterlijf raakt, staat ze stokstijf stil. Vervolgens zoekt ze met de geslachtsopening naar het spermapakketje. Een doeltreffende, hygiënische zaak dus. Geen vochtig gedoe, geen vlekken. Het enige dat rest, is wat spinsel onder de koelkast.

Schadelijk? Och. De mondvoorraad die zilvervisjes 's nachts bij elkaar sprokkelen, valt te overzien. Wel kunnen ze van cellulose leven, en dus, zij het met enige tegenzin, van oude boeken en schilderijen. Soms wagen ze zich ook aan synthetische kleding, maar het is een probleempje van niets. Zoveel gezelligheid in duistere uren – daar mag best wat tegenover staan.

Toch zijn de idyllische tijden voor het vaak ongemoeid gelaten zilvervisje voorbij. Dat komt door het ovenvisje, een naaste verwant. Het is wat groter en overtreft de tien millimeter die voor zilvervisjes is weggelegd. Het is donkerder en mist in vorm de aangename Volkswagen Kever bolling van het zilvervisje. Het houdt meer van warmte en komt dan ook van oorsprong uit zuidelijker streken. Uit nostalgie daarnaar zoekt het vaak fornuizen en extra warme kamers op – zijn toename is een afspiegeling van de toegenomen stookbehoefte.

Dat ook het ovenvisje louter sympathiek is, is niet vol te houden. ,,Dat is echt een heel schadelijk beestje, hoor'', zegt Anneke Dekkers van de Ontsmettingsdienst van de Rotterdamse ROTEB. ,,Hij stort zich veel sterker op papier en lijm. Hij eet je behang op en maakt overal tunneltjes – in je dure boeken, in je postzegelverzameling ...''

Als mensen zilver- en ovenvisjes willen verwijderen, is de ROTEB daar dan voor in? Dekkers: ,,Het zilvervisje kwijtraken is wel simpel: een kwestie van droogstoken en ventileren. Bij een hoge temperatuur gaat het zilvervisje dood. Maar een ovenvisje voelt zich dan juist heerlijk. Hij plant zich zelfs meer voort. Het is een hele klus om hem weg te krijgen. Voor het ovenvisje passen we een naden- en kierenbehandeling met contactgif toe. Zo hebben we als ROTEB eind vorig jaar nog op verzoek het gemeentehuis van Leidschendam behandeld. Dat ovenvisje vrat alle papier op en zat werkelijk overal in, in archiefmappen, in paspoorten. En niet alleen in het stadhuis zelf. Per interne post had het zich over alle gemeentelijke gebouwen verspreid.''

Wat jammer nou weer, dat het ovenvisje de boel voor het zilvervisje verknoeit. Want dat wordt nu ook steeds meer met lede ogen beschouwd, en moet ook weinig van contactgif hebben. Het zilvervisje moet blijven, we hebben inmiddels een verplichting. Stook minder, bestrijd zo het ovenvisje en bescherm het zilvervisje.