Fijnbesnaard ensemble

Denkend aan Napels dringt zich onvermijdelijk ook het geknepen geluid van een Napolitaanse volkszanger op aan het geestesoor. Napels en de zangkunst zijn onlosmakelijk verbonden, ook al in de tijd van Bach en Händel. Componisten met namen als Porpora en Hasse genieten heden nauwelijks nog bekendheid buiten connaisseurskringen, maar in het begin van de achttiende eeuw vulde hun muziek menig operatheater.

Al in het voorjaar besteedde de Nederlandse Bachvereniging aandacht aan muziek van deze componisten, toen samengebracht onder de titel `De Italiaanse tijdgenoten van Bach'. Gisteravond klonk tijdens de Robeco Zomerconcerten opnieuw muziek van Porpora, Veracini, Vinci, Hasse en Händel tijdens een concert door het barokorkest Teatro Lirico onder leiding van luitspeler Stephen Stubbs.

De aria's eisen een stem die zich moeiteloos plooit naar elke capricieuze wending van de melodie. Voeg daar aan toe een dramatisch veelkleurig timbre voor het bezielen van de theatrale emoties en gebeurtenissen die in de teksten worden bezongen, dan wordt duidelijk waarop de roem berust van sterren als de castraat Farinelli toen, een sopraan als Cecilia Bartoli nu.

Waar bij de concerten van de Bachvereniging countertenor Andreas Scholl de adembenemende werking van de toenmalige castratencultuur tot leven wekte, maakte gisteravond de Amerikaanse sopraan Cyndia Sieden haar opwachting met het vocaal veeleisende repertoire. Haar pure, slanke geluid wekte ook in de meest bont rondcirkelende cadensen de vereiste suggestie van technische ontspanning, terwijl haar stem ondanks die souplesse nergens loskwam van de eveneens benodigde dramatische bodem. In de aria `Morrai, si' uit Händels opera Rodelinda miste Sieden de vocale feeksigheid die de tekst vereist. Maar in de aria `Tempeste il mar minaccia' uit Artaxerse van J.A. Hasse die ten slotte klonk, bracht Sieden vocaal wel degelijk kolkende schuimkoppen op de bezongen zee en bewees zij zich als een zangeres die een duizelingwekkende techniek paart aan een levendig dramatisch invoelingsvermogen.

Ook het haar begeleidende orkest Teatro Lirico bewees zich als een uitermate fijnbesnaard en gedreven ensemble, dat mede door de kleine bezetting (12 strijkers, luit en klavecimbel) een glasheldere en subtiele frasering realiseerde. Dirigent Stephen Stubbs leidde zijn musici met kleine hoofdwenkjes van boven zijn luit en liet waar nodig zijn vuisten zien om een agressievere toon te sorteren. Maar een echt rauw geluid kregen de musici niet uit hun instrument. Het Teatro Lirico onderscheidt zich met een muzikale aanpak die stilistisch de juiste snaar treft en die verworvenheid nergens met hinderlijke klemtonen in de barokke muzikale zinsbouw overschreeuwt. Zo'n barokorkest mag zijn wat gepolijste klank koesteren.

Concert: Teatro Lirico o.l.v. Stephen Stubbs m.m.v. Cyndia Sieden (sopraan). Gehoord: 17/8 Concertgebouw, Amsterdam.