Een tijdperk van verlangen

De jukebox, de transistorradio, de bromfiets en de eerste televisie. Voor kinderen in de jaren '50 en '60 was het leven een gemechaniseerd sprookje. Striptekenaar Joost Swarte koos uit het Spaarnestadarchief honderdvijftig foto's om zijn beleving van de `moving fifties' en `roaring sixties' te illustreren. Een reis door het verleden, van het boterhamtrommeltje tot het Brabantiatrapje.

Hoe fijn was het niet om als kind in een Volvo Amazone te zitten, toen die nog geen oldtimer was. Je voelde je geborgen achter de kleine autoruiten, waardoor niemand je kon zien. Op het vriendelijke geronk van de motor liet je je over verlaten snelwegen wiegen. Nog leuker werd het als het ging regenen en de ruitenwissers slechts met grote moeite de regendruppels konden wegvegen, waardoor je je in een duikboot waande en autorijden iets geheimzinnigs kreeg.

Hoe lekker was het niet om in de pauze van de lagere school naar huis te rennen en zoveel mogelijk witte boterhammen met pindakaas te smeren als je opkon. En wat was je niet blij met je nieuwe vlinderdas, die je niet door je moeder hoefde te laten strikken, maar met een elastiek om je hals kon doen. En klonk je nieuwe transistorradiootje niet beter en met minder ruis dan dat van je beste vriendje?

Voor een kind was het leven in de jaren vijftig en zestig een gemechaniseerd sprookje. Het was het tijdperk van de automaat waaruit je een kroket of een 45-toerenplaatje kon trekken, van de brommer en de jukebox, van de eerste televisie, van auto's die op bootjes leken en soms ook konden varen, van stereomeubels die eruitzagen als ruimtevaartcapsules en van uitvindingen voor huishoudelijk gebruik die het dagelijks leven aangenamer maakten.

Ook striptekenaar Joost Swarte (Haarlem, 1947) moet het zo hebben ervaren toen hij op uitnodiging van het Spaarnestad Fotoarchief en het Frans Halsmuseum een fototentoonstelling mocht inrichten. Uit de ruim drie miljoen foto's van het archief selecteerde hij er honderdvijftig waarmee hij zijn eigen herinneringen aan de `moving fifties' en `roaring sixties' heeft opgehaald. Het aardige is dat Swarte daarbij niet koos voor bekende nieuwsfoto's en beroemdheden – op Joseph Luns en radiopresentatrice Mia `Moeders wil is wet' Smelt na. De grote lijnen maken bij hem plaats voor de scherpe en fantasierijke blik van de kunstenaar, wat een hoogst vermakelijk schouwspel oplevert dat bij tijd en wijle tot serieuze overpeinzingen dwingt.

Onder invloed van de Verenigde Staten raakte de Nederlandse samenleving na afloop van de Tweede Wereldoorlog op drift. Wat begon als een episode van vernieuwing en wederopbouw, waarin met Marshallhulp een moderne consumptiemaatschappij werd opgebouwd, zou eindigen met een tegenbeweging van provo's. Zij kwamen in verzet tegen diezelfde consumptiemaatschappij en wilden de `ingeslapen' burgerlijkheid omtoveren in een kinderlijk paradijs van ongekende vrijheden, waarin materialisme en autoriteiten tot het verleden behoorden.

De jaren vijftig waren voor Swarte het symbool van properheid, nijverheid en onvervalste Hollandse tuttigheid. Zijn ode aan het Brabantiakeukentrapje is daarvan het bewijs bij uitstek. Het stelde de huisvrouw in staat om overal bij te kunnen. Bovendien was het gemakkelijk op te bergen en kon het als extra stoel dienen bij feesten en partijen.

Ook de klassieke boterham wordt op een lofzang getracteerd. Op een van de foto's besmeert een jongen met een Karel van het Reve-bril een boterham met margarine. Voor hem staan vier torenhoge stapels, reeds gesmeerde, witte en bruine boterhammen. Voor wie ze bestemd zijn is onduidelijk, maar de jongen kwijt zich vol overgave van zijn taak. Dat boterhamsmeren is voor Swarte, samen met het boterhamtrommeltje, iets van weleer. De boterham is verdrongen door de pistolet, de Plantamargarine door cholesterolverlagende Becenol, het trommeltje door de rijkelijk gesorteerde bedrijfskantine.

De jaren vijftig staan echter niet alleen voor knusheid en wederopbouw, maar ook voor de dreiging van het communisme. Maar om de Koude Oorlog te belichten heeft Swarte niet gekozen voor obligate foto's van bijvoorbeeld de Hongaarse opstand of hoofdrolspelers als Stalin en Eisenhower. Wel verplaatst hij het zwaartepunt van de Koude Oorlog naar Azië, omdat daar de protestbeweging van de jaren zestig haar wortels vond. Typerend voor Swarte's originele kijk op de geschiedenis is een foto van twee Nederlandse Koreastrijders die hun soldatenkistjes even hebben verruild voor klompen en jenever drinken uit een minuscuul flesje Bols. Daarboven hangt een foto van twee missiepaters die blijmoedig een vliegtuigtrap bestijgen om in Nieuw Guinea het evangelie te verkondigen. Het is de verbeelding van de poldermentaliteit bij uitstek, van de Nederlanders als een volk van eenvoudige boeren en vissers.

Om aan te tonen dat het dagelijks leven tijdens de Koude Oorlog in vrijwel elk land gewoon doorgaat, heeft Swarte er een foto onder gehangen van een Nederlandse moeder op een bromfiets met haar kind achterop. Daarnaast is een afbeelding van een Aziatische vrouw te zien die zowel een kind op haar rug als een aan haar borst draagt. Een dergelijk verband legt Swarte ook als hij bij een foto van een televisieopname van slachtoffers uit de Koreaoorlog, die op een veldje naast elkaar liggen, via de foto van een besneeuwd televisiescherm een overgang maakt naar een meisje dat met haar vingers ijsbloemen aanraakt op een bevroren raam.

Spaarzaamheid en soberheid waren het credo van de jaren vijftig, kneuterigheid en beklemming het gevolg. Aan de hand van een foto uit het Engeland van die dagen wil Swarte laten zien hoe armzalig en naakt het bestaan soms kon zijn, als je de pech had om aan de onderkant van de samenleving te zijn geboren. Een moeder duwt een kinderwagen voort waarin haar kind (met bevuilde toet) tegen een televisietoestel zit opgepropt. De televisie drukt het jongetje zelfs bijna het wagentje uit. Van de gretige blik op zijn moeders gezicht is af te lezen dat het haar niets kan schelen. Al haar gedachten zijn gericht op de televisie en op de wereld die straks voor haar opengaat als ze het toestel heeft aangesloten. Voor haar is de televisie een bevrijding van de alledaagse sleur.

De jaren vijftig en zestig zijn ook een tijdperk van toenemend comfort. Huisvrouwen smachtten naar een huishoudrobot, die kon stofzuigen en afwassen. Swarte is er ongetwijfeld door geïnspireerd bij het vervaardigen van zijn tekeningen. De robot is op de tentoonstelling dan ook volop aanwezig, net als al die andere vreemde machines en apparaten die het leven moesten veraangenamen. Zo is er een foto van een muziekmeubel dat eerder doet denken aan de Spoetnik. Ook de nylonkousenautomaat, waaruit je midden in de nacht een nieuw paar kousen kon trekken, zodat je ongeschonden naar de dancing kon, is aanwezig. Bijna ongeloofwaardig is de foto waarop een tevreden fabrieksarbeider zich temidden van zijn machines de nagels laat schoonmaken door een manicure, die als een schooltandarts spreekuur lijkt te houden.

De tentoonstelling richt zich niet alleen op gebeurtenissen, maar ook op het beeld als beeld. Zo plaatst Swarte een foto van een transistorradiootje, waarvan het luidsprekerkapje een golvende structuur heeft, naast een afbeelding van een radioschip op volle zee waarin diezelfde golfbeweging is te ontdekken. Een luchtfoto van een woonwijk in aanbouw met straten vol gelijkvormige prefabhuizen hangt naast een foto van een lopende band met honderden identieke malletjes. Zulke onverwachte vergelijkingen maken de tentoonstelling tot meer dan een bonte verzameling foto's van een voorbij tijdperk.

Wie het tekenwerk van Swarte kent zal zich er niet over verbazen dat de auto een belangrijke rol is toebedeeld op de tentoonstelling. De foto's die hij hierbij heeft uitgezocht doen niet zelden denken aan komische scènes uit de films van Jacques Tati. Hetzelfde geldt voor de door hem geselecteerde taferelen van het wel en wee op het benzinestation, waar vrouwelijke pompbedienden in hun Fina- of Esso-uniformen je hele auto schoonmaakten.

Twee foto's verdienen een ereplaats op de tentoonstelling. De ene, gemaakt van een verlaten Shell-benzinestation in de avond, drukt een geheimzinnige rust uit, die je tegenwoordig alleen nog kunt ervaren in de kop van Friesland. Drie ranke paddestoellantaarnpalen strooien hun schemerlicht uit over twee pompen, die op een verlaten dijk lijken te staan. Een automobilist die er stilhoudt moet eerst op een bel drukken of hard toeteren voordat er iemand tevoorschijn komt die hem kan helpen. Maar op de foto is geen auto te bekennen en het pompstation lijkt alleen maar voor zichzelf te bestaan.

Op de andere foto kijken twee jongens en een meisje gefascineerd in een jukebox, het symbool van de uitgaanscultuur in de jaren vijftig. Een van de jongens kijkt met een verstilde blik naar het wisselen van de plaatjes alsof hij hoopt dat zijn lievelingsdeuntje gedraaid zal worden. Het meisje heeft haar rechterhand tegen het glazen raam van de kast gelegd. Ze lijkt bereid verliefd te worden op de eerste de beste leuke jongen die haar ten dans zal vragen. Het is een foto die de geschiedenis van een heel tijdperk van verlangen omvat.

Moving and Roaring. Joost Swarte ziet de jaren '50 en '60 in foto's uit het Spaarnestad Fotoarchief. T/m 24 okt in De Vleeshal, Grote Markt 16, Haarlem. Ma t/m za 11-17u, zo 12-17u. Inl 023-5115794