Dronken

112, daar red je levens mee. Handig rijmpje. Een-een-twee dus. Een juffrouw neemt op en vraagt wie ik zoek. ,,Doet u maar een ziekenauto, of nee toch de politie. Of gewoon een verpleger op de fiets. Dat is misschien al voldoende.''

Vijf uur 's ochtends. Half slapend had ik onder het raam iemand van zijn fiets horen donderen. Gekruisigd ligt hij midden op straat, een mountainbike twee meter verderop. Zijn Honolulushirt hangt uit zijn broek, een instapschoen ligt naast zijn hoofd. Een vogeltje kwettert in de eerste zon. ,,Die heeft zeker de bloemetjes buiten gezet'', gaapte mijn geliefde. Maar wat te doen. Laat je hem liggen, dan wordt hij overreden. Raap je hem op, zit je met een zatlap in je armen.

,,We sturen een politieauto'', zegt 1-1-2. ,,Hij komt er zo aan.''

Ik ga achter de vitrage zitten. De wekker telt de minuten op. Kwart over vijf. Ik overweeg zelf eerste hulp te verlenen. Dan arriveren vier krantenjongens. Ze staan om de man en kijken zwijgend. Vervolgens fietsen ze door.

Half zes. De vogels zingen hels. Nog steeds geen politieauto. Luidruchtig draaien drie nieuwe fietsers om de man. Studenten, de bierfles nog in de hand. De kleinste pakt de mountainbike van de zuiplap. ,,Dát kun je niet maken'', zegt de dikste. ,,Hij kan toch niet meer fietsen'', zegt de kleinste. De derde loopt naar de voordeur van de overburen en ritst zijn gulp open. ,,Ik heb een voorstel'', zegt hij piesend. ,,Als-ie op zijn fiets kan blijven mag-ie hem houden. Als-ie er van af flikkert is hij van jou.'' Het kost moeite de dronkaard op zijn fiets te tillen. Man en fiets rollen twee meter verder, de zuiplap haakt met zijn voet tussen de spaken en gaat onderuit. ,,Die is van mij'', zegt de kleinste.

Kwart voor zes. Met piepende banden komt de politieauto tot stilstand. Twee agenten stappen uit. Wijdbeens staan ze voor de hoop mens. Agent nummer één duwt met zijn schoen tegen de man. Agent nummer twéé gaat door de knieën en ruikt wat hij verwachtte. ,,Zo zat als een Maleier'', zegt hij. Wat nu. De straat is verlaten. Ze kijken naar de ramen. Voor de meeste zitten gesloten rolluiken. Nergens beweegt de vitrage.

Ze pakken de man bij de armen en zetten hem tegen het wiel van een geparkeerde auto. Opnieuw kijken ze naar de ramen. Niemand heeft hen gezien. Ze rijden weg. Op de achterklep een grote sticker: 112 - daar red je levens mee.