Dood-tv

Er zijn van die cultuurpessimisten die menen dat de televisie in de zomermaanden slechts luchtig vermaak biedt. Herhalingen van babbelshows en oude politieseries, Bekende Nederlanders op hun camping, en strandvoetbal. Die mening is niet juist. Laverend tussen dit soort onderwerpen komt men menig serieus item tegen. De nieuws- en actualiteitenrubrieken kunnen in die zin weer gerust ademhalen. De ramp in Turkije is een uitkomst, want zelfs onderwerpen als de ontsnapte laspuntslang en het skûtsjesilen, hoe enerverend ook, zijn niet onuitputtelijk.

Turkije dus.

Nieuws, Netwerk en Nova boden adequate reportages met dramatische beelden en interviews met betrokkenen. Tot die laatsten behoren slachtoffers, Turkije-kenners, hulpverleners, seismologen en bouwkundigen. En allen zijn het erover eens: het is verschrikkelijk, de hulp kwam te laat, er is verkeerd gebouwd, maar door aardschokbestendig bouwen is veel leed te voorkomen. Dat laatste is waar, maar de klacht over late hulp is een standaardklacht bij elke ramp. En ik vraag me af of je permanent langs elke geologische breuklijn op de hele aarde een leger van redders, bulldozers en speurhonden paraat kan houden.

De dood was er al vroeg op de avond bij. De TROS zond een documentaire uit over de archeologische vondst in Siberië van een graf van een vrouw. Ze behoorde tot een nomadisch ruitervolk uit de vijfde eeuw voor Christus en was tamelijk gaaf opgedolven. Lichaam, kleding, voedselresten en grafvondsten boden samen een mooi inzicht in deze gemeenschap. Bij opgedolven mummies, veenlijken en skeletten hoort tegenwoordig ook een reconstructie van het gelaat. Dat was ook hier het geval en daardoor kwam er een dimensie bij: het werd een politieke zaak. Een groep onderzoekers wilde de ijsprinses een Europees uiterlijk geven, de mensen uit het vondstgebied zagen meer in een mongoloïde gelaat. De laatste richting won, waarna nog een strijd ontbrandde over de vraag wat met het lichaam te doen: herbegraven of tentoonstellen en zo ja waar?

Kort daarop volgde de herhaling van een RVU-documentaire over het `hospice' Kuria in Amsterdam, een met zorg en respect gemaakt programma over een van de tehuizen voor ongeneeslijk zieke mensen. `We laten u niet in de steek' was de boodschap, die de patiënten de kracht gaf daar zelfs met een zekere laconieke rust op het einde te wachten.

Nauwelijks bekomen van Turkije, ijsprinses en hospice viel ik in een programma op Canvas over een boeddhistische organisatie in Thailand van vrijwillige weldoeners, een gefortuneerde club die hulp verleent. Waar dat geld voor al die snelle hulpauto's precies vandaan kwam bleef onduidelijk, maar een van de activiteiten waar de leden zich mee bezig houden is het opzoeken van lijken. Waarom deden ze dat? Tja. Er zat een religieuze kant aan. Die werd door monniken uiteengezet. De geest heeft rotting nodig om zijn eigen rotting te verdrijven. Zo wordt hij zuiver. Contemplatie, zittend voor een lijk, de geuren daarbij diep opsnuivend is heilzaam. En als er geen lijk voorhanden is, dan maar mediteren voor de foto van een lijk. Zo was er een grote behoefte aan lijkenfoto's ontstaan, hoe bloederiger hoe beter. Er zijn zelfs tijdschriften die hier geheel aan zijn gewijd. De leden van de Poh Teck Teung-beweging scheuren dan ook dag en nacht door Bangkok- in een ratrace met een concurrerende beweging - op zoek naar verkeersongelukken en roofovervallen, om de slachtoffers te fotograferen en video's op te nemen. Die worden direct verkocht aan kranten en televisiestations en aan die lijkenblaadjes. Voor het gemoed werden ze ook aan monniken geschonken.

Zo staken we gisteren veel op over verre en vreemde culturen, hun zeden en gewoonten. Nee die zomer valt best mee; de zwartkijkers hebben ongelijk gekregen. En vanavond zendt de Vara het programma Over doodgaan en verder leven uit. Over orgaandonatie.