Democratisch speelveld

Ik heb het artikel van P.B. Cliteur (NRC Handelsblad, 7 augustus) met bijzondere aandacht gelezen. Malaise en chaos overschaduwt onze parlementaire democratie zodra de ambtelijke top een uurtje hardop nadenkt in het bijzijn van een journalist. Ik mag toch aannemen dat hun ministers de krant ook lezen? Zolang er tussen ministers en ambtenaren overeenstemming bestaat over het doel dat met publicatie gediend is, ontstaat er bij het parlement en andere betrokkenen een extra mogelijkheid om de besluitvorming te beïnvloeden. De daarmee beoogde verbreding van het democratisch speelveld lijkt mij op zich geen reden om in paniek te raken. En als het desondanks uit de hand loopt grijpt de minister-president vast wel adequaat in. Het gemeenschappelijk doel (lees de regeringsverklaring) heiligt wat dat betreft alle door de wet begrensde middelen en er zijn voldoende instanties die dit proces kritisch volgen.

Opvallend in het betoog van Cliteur is dat de ambtenaren, in tegenstelling tot de groep van ministers en de leden van het parlement, zich geen burgers van ons land mogen noemen. Zij moeten dienen en zwijgen, loyaal en anoniem zijn. Identiteitsloos en onzichtbaar dus. Deze visie getuigt van een wat nostalgische kijk op onze huidige, communicatief ingestelde, maatschappij. Een oproep aan de Tweede Kamer tot het stilzetten van de roltrappen omdat die in 1848 ook niet nodig waren, zou in deze context niet hebben misstaan. Ik mag hopen dat Cliteur zijn studenten een wat genuanceerder wereldbeeld voorschotelt.