De vorst van Liechtenstein kibbelt over zijn rechten

Het kleine vorstendom Liechtenstein wordt al jaren geteisterd door een constitutionele crisis. Wie is de baas, parlement of vorst?

Als het aan vorst Hans-Adam II van Liechtenstein ligt, beslist het 160 vierkante kilometer grote staatje tussen Zwitserland en Oostenrijk nog dit jaar over een belangrijke wijziging van de grondwet. Daarna wil de vorst zijn functie als Staatsoberhaupt overdragen aan zijn zoon, erfopvolger prins Alois. Vorst blijft Hans-Adam nog wel.

Dit weekeinde hield de vorst zijn regering en parlement voor dat het al jaren durende gekissebis, dat vooral gaat over de invloed van het vorstenhuis op de politiek, afgelopen moet zijn. En omdat een parlementaire commissie er kennelijk niet uitkomt, heeft Hans-Adam zijn eigen oude voorstel weer van stal gehaald. Mochten de politici het daarover niet eens kunnen worden dan is, wat de vorst betreft, het woord aan zijn ruim dertigduizend onderdanen, die zich in een referendum over de grondwetswijziging zouden moeten uitspreken.

In Liechtenstein heeft de vorst meer macht dan in welke andere Europese monarchie dan ook. De vorstelijke handtekening onder een wet is meer dan een formaliteit. De vorst mag zich bemoeien met de benoeming van ambtenaren en rechters, kan het parlement naar huis sturen, de noodtoestand uitroepen en een strafrechtelijk onderzoek afbreken.

Van de meeste van deze rechten maakt de vorst in de praktijk al lang geen gebruik meer. Maar Hans-Adam heeft geen zin om zijn macht zomaar uit handen te geven. Liechtenstein mag al lang blij zijn dat het vorstenhuis het Staasoberhaupt levert zonder daarvoor een cent te ontvangen (daar staat tegenover dat de fiscus Europa's meest welvarende vorstenhuis, waarvan het tijdschrift EuroBusiness de rijkdom schat op 10,6 miljard gulden, ongemoeid laat).

De ruzie over de grondwet ontstond een paar jaar geleden toen Hans-Adam plotsklaps een oud grondrecht opnieuw opeiste. Hij wilde voortaan weer zijn goedkeuring verlenen aan de benoeming van ambtenaren. Hij was bereid van dit recht af te zien in ruil voor betrokkenheid bij de benoeming van rechters. En dan vooral de rechters van het staatsgerechtshof, die verantwoordelijk zijn voor constitutionele vragen.

Hans-Adam wil kandidaten voordragen, waaraan het parlement zijn goedkeuring kan geven. Hij heeft zijn zin niet gekregen. Alleen benoemingen van voorzitters van rechtscolleges moeten, op voordracht van het parlement, door de vorst worden bekrachtigd. Hans-Adam heeft het parlement al eens de voet dwars gezet, door een handtekening onder een rechtersbenoeming te weigeren.

Het voorstel voor de grondwetsherziening van Hans-Adam komt erop neer dat de `autonomie van het vorstenhuis' en de bestaande vorstelijke privileges gehandhaafd blijven. De monarchie wordt in zijn voorstel ingebed in de democratische orde doordat het volk de mogelijkheid krijgt om zijn vertrouwen in de vorst op te zeggen en eventueel zelfs kan besluiten om de monarchie af te schaffen.

Voor parlement en regering – die zelf verdeeld zijn over het onderwerp – is dit voorstel volstrekt onacceptabel. Er moet, vinden zij, een einde komen aan de privileges van de vorst. Aan de mogelijkheid van het volk om de vorst naar huis te sturen, hechten ze weinig waarde. Ze realiseren zich heel goed dat de Liechtensteiners hun vorst toch nooit naar huis zullen sturen.

Het parlement heeft al voorgesteld om de hele zaak maar te laten rusten en alles zo'n beetje bij het oude te laten. Maar daar wil Hans-Adam niets van weten. Hij vindt het, zegt hij, ondraaglijk dat hij in de grondwet allerlei rechten heeft, waarvan hij geen gebruik kan maken. Dat gaat ten koste van de geloofwaardigheid. Hij houdt de Liechtensteiners voor dat ze de keuze hebben tussen monarchie en oligarchie. Politici verwijt hij machtshonger en gebrek aan democratisch gevoel.

Hans-Adam heeft zich opgeworpen als de redder van de democratie. Hij wil Liechtenstein wapenen tegen buitenlandse invloed, als straks grote broer Zwitserland lid zou worden van de Europese Unie. Voor politici wenkt het aantrekkelijke perspectief dat Hans-Adam plaatsmaakt voor zijn zoon als de zaak geregeld is, maar daardoor zullen ze zich niet laten vermurwen. En als de vorst vervolgens een referendum wil houden, laat hij dan eerst maar een de 1500 handtekeningen verzamelen die ook gewone Liechtensteiners daarvoor nodig hebben.