De accijnsaffaire

DE ZAAK SLEEPT zich al een jaar of drie voort en nóg wil Den Haag niet leren. De wens om een nationaal milieu- en mobiliteitsbeleid te voeren, de reflex om gedupeerde minderheidsgroepen tegemoet te komen en het gegeven dat Nederland deel uitmaakt van de Europese interne markt met zijn Brusselse regelgeving, zijn onontwarbaar met elkaar in de knoop geraakt. Het gaat om de accijnsverhoging op brandstoffen die het eerste kabinet-Kok in 1996 voorstelde. Het gold als politiek-ecologisch correct om te verwachten dat duurdere benzine, diesel en lpg het milieu zouden helpen en de files zouden bestrijden. Maar aan de andere kant van de opgeheven grens, in Duitsland en België, bleef de benzine goedkoper. De Tweede Kamer eiste dat de pomphouders in de grensstreek gecompenseerd werden voor de verwachte inkomensderving.

De Kamer ging akkoord met de accijnsverhoging per 1 juli 1997, al hielden VVD en CDA bezwaren. De benzinevlucht nam de voorspelde vormen aan. Politiek Den Haag was het roerend met zichzelf eens dat de gedupeerde pomphouders steun verdienden. Maar het kabinetsplan om in een `zalmstrook' langs de grens de accijnsverhoging dan maar níet in te voeren, stuitte al in de vroege zomer van 1997 op een blokkade van de Europese ministers van Financiën.

Vervolgens kwam het kabinet met inkomenssteun voor de pomphouders in een strook van tien kilometer langs de grens. Daartegen waarschuwde de Haagse rechtbank, in de zomer van 1997, dat het in strijd was met de Europese regelgeving. Toen Eurocommissaris Van Miert (Mededinging) eind 1997 een onderzoek naar oneigenlijke staatssteun aankondigde, was de politieke verontwaardiging van Den Haag ofwel gespeeld ofwel ingegeven door oogkleppen. Intussen daalden de internationale energieprijzen en gingen de brandstofprijzen aan de pomp omlaag. De markt deed het effect van de accijnsverhoging teniet.

WE ZIJN NU twee jaar verder. Brussel heeft, zoals viel te verwachten, een streep door de inkomenssteun aan de pomphouders gehaald. Minister Zalm (Financiën) heeft laten weten geen mogelijkheden te zien voor nieuwe steunmaatregelen en is door Brussel verplicht om een deel van de al verstrekte steun terug te vorderen. De files in Nederland zijn alleen maar langer geworden. De brandstofprijzen zijn de afgelopen maanden sterk gestegen als gevolg van de veranderde situatie op de internationale oliemarkten. Een neveneffect hiervan is dat de accijnsinkomsten voor de schatkist vanzelf toenemen. Duitsland heeft op 1 april al een ecoheffing op benzine ingevoerd.

Maar nog is de boodschap niet doorgekomen. Brancheorganisaties van pomphouders en het midden- en kleinbedrijf overwegen in een kort geding tegen de staat compensatie te eisen. Een Limburgs CDA-Kamerlid roept Zalm op met de terugvordering geen haast te maken. Een Groningse VVD'er vindt dat het kabinet tóch iets voor de pomphouders moet doen.

DE CONCLUSIE is duidelijk. In Den Haag beseft nog steeds niet iedereen dat Nederland deel uitmaakt van de Europese interne markt waarin afspraken gelden ten aanzien van mededinging en staatssteun. Brandstofaccijnzen, milieu- en mobiliteitsbeleid behoren tot het nationale domein, maar de EU-landen kunnen geen eigen beleid voeren zonder over de grens te kijken. Voor de nieuwe Eurocommissaris Interne Markt ligt er een dankbare taak om aan enige informatieverstrekking in Nederland te doen over de werking van Europa.