PvdA'ers bepalen lot Schiphol

De toekomst van Schiphol ligt in handen van opvallend veel PvdA'ers. Opnieuw gaat het om milieu, economie en twijfel over het belang van de luchthaven.

Chris Zijdeveld, PvdA-lid en voorzitter van Milieudefensie, herinnert het zich nog goed. In een poging tot meer eenheid te komen had de PvdA vorig jaar een werkgroep opgericht waarin over de toekomst van de luchtvaart werd gediscussieerd. ,,Ik zie Kamerlid Ferd Crone nog wanhopig roepen: voorzitter, heeft degene die hier het hardste schreeuwt ook het woord? In die sfeer verliep het zo'n beetje'', typeert Zijdeveld, die zich zorgen maakt over ,,de oogkleppencultuur'' in de PvdA als het over luchtvaart gaat. ,,Ik zeg niet dat we Schiphol moeten sluiten. Maar het is verontrustend dat in een progressieve partij zó weinig serieuze discussie is over een zwaar milieuvervuilende ontwikkeling.''

De klassieke keuze tussen economische en ecologische groei is, zoals Kamerlid M. de Boer het formuleert ,,inherent aan het zijn van de PvdA en duivels moeilijk, omdat we binnen de partij nou eenmaal twee stromingen hebben''. In het vorige kabinet was zij, als minister van VROM, een van de hoofdrolspelers tijdens de luchtvaartdiscussie. Dat waren geen tijden die zijn bijgeschreven als pareltjes van bestuurlijke schoonheid of daadkracht. Er verscheen een kritisch Rekenkamerrapport waaruit bleek dat de beslissing om Schiphol te laten groeien op basis van verkeerde cijfers was genomen. Er moest opnieuw gedoogd worden omdat er geluidszones werden overschreden. In de Kamer betoogde PvdA-fractievoorzitter Melkert dat hij ,,horendol'' werd van de cijferbrij. Dat leidde tot een `schoonschipnotitie', tot een Tijdelijk Overleg Platform Schiphol (TOPS), maar niet tot besluitvorming. ,,Maar nu moeten we echt knopen doorhakken'', vindt De Boer. ,,Anders worden we ook als partij ongeloofwaardig.''

Ze doelt daarmee op de komende maanden waarin de luchtvaartproblematiek weer nadrukkelijk op de agenda staat. Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) moet een besluit nemen over een aangepaste geluidszone. Daarnaast komt er de discussie over nieuwe milieunormen en de vraag of Schiphol verder moet groeien op de huidige locatie. Het zijn politieke keuzes die vooral in handen van sociaal-democraten liggen. Op de cruciale departementen Verkeer en Waterstaat en VROM zitten PvdA'ers, net als in de ambtelijke top van de ministeries. Maar ook in het lokaal bestuur en zelfs binnen de luchtvaartsector zelf zijn invloedrijke PvdA'ers te vinden.

De sterke aanwezigheid van zijn partijgenoten in het `Schiphol-web' zou volgens Zijdeveld juist een stimulans moeten zijn voor een open gedachtenwisseling. ,,Maar er heerst een bijna ziekelijke neiging in de PvdA om toch vooral aardig gevonden te worden bij het bedrijfsleven. Partijgenoten zitten op schoot bij de luchtvaartlobby. Terwijl je toch verwacht dat we met een gezonde milieuvisie de markt opgaan. In plaats daarvan houden we de mainportmythe in stand en is er te weinig aandacht voor technologische ontwikkelingen, duurzaam bouwen of windenergie. Blijkbaar willen we alleen een land van sjorders, sjouwers en handelaren zijn.''

Tegenover Zijdevelds visie staat de sterke stroming binnen de PvdA die Schiphol als cruciale economisch groeimotor ziet. Van onder anderen premier Kok en fractievoorzitter Melkert is bekend dat zij veel waarde hechten aan het belang van Schiphol voor de werkgelegenheid en de positie van Nederland Distributieland. Maar die meerwaarde moet je nuanceren, zegt J. van der Vlist, oud PvdA-milieugedeputeerde in Zuid-Holland en TOPS-voorzitter. Hij vindt ,,dat de partij intern meer moet nadenken of de lang gewekte suggestie dat Schiphol van nationaal belang is voor de economische orde wel zo terecht is''. Van der Vlist pleit ervoor dat de PvdA de ,,kwaliteit van het bestaan'' weer op de agenda zet. ,,Dat betekent: heldere milieunormen, streng handhaven maar je als overheid óók niet meer bemoeien met de bedrijfsvoering.'' Strenge milieuregels, zo verwacht Van der Vlist, zullen tot gevolg hebben dat Schiphol op de huidige locatie niet veel meer kan groeien. ,,Dan kom je voor een fundamentele keuze te staan, waarbij we ons moeten realiseren dat de gebondenheid van de luchtvaartsector aan het kleine Nederland gering is. Als het voor de KLM goedkoper blijkt om een deel van hun routenet via het buitenland te laten lopen, dan doen ze dat natuurlijk. Ik vraag me dus af of het economisch belang zó groot zal blijken te zijn dat de markt bijvoorbeeld bereid is om miljarden in een Noordzee-vliegveld te investeren, wat de overheid alleen uiteraard nooit kan ophoesten.''

Oud-minister De Boer vindt dat er nú al serieus moet worden gedacht over een Europees luchtvaartbeleid. Sinds de KLM en Alitalia nauw samenwerken, kunnen er wellicht meer vluchten via Malpensa lopen, oppert ze. ,,Dat betekent heus niet dat Schiphol plotseling oninteressant is. Maar je kunt niet blíjven inleveren op het milieu. De Randstad is echt te vol voor nog meer vliegbewegingen.'' Ook haar fractiegenoot en woordvoerder luchtvaartzaken R. van Gijzel vindt dat ,,we moeten erkennen dat Schiphol aan de grens zit''. Volgens hem zijn Schiphols lusten (voor de economie) en lasten (hinder voor de omgeving) slecht verdeeld. Daarom vindt ook hij dat Netelenbos de milieunormen streng moet handhaven. Tegelijkertijd roept hij de PvdA op alle energie te steken ,,in een moderne toekomstvisie en niet in wéér een doormodderscenario''.

Dat lijkt nou juist het probleem. De PvdA hamert al jaren op én het economisch belang van Schiphol én de wens dat het milieu niet mag verslechteren, de inmiddels beruchte `dubbeldoelstelling'. Maar strenge milieunormen leiden tot een rem op de groei, en meer groei leidt tot een slechter milieu. Ziehier het dilemma, waarvan oud-PvdA-milieugedeputeerde in Noord-Holland F. de Zeeuw jaren geleden al zei dat het ,,een besluitvorming sluipenderwijs'' tot gevolg heeft. Maar volgens Van Gijzel is de situatie ,,tamelijk overzichtelijk''. Hij ziet maar één reële optie: een vliegveld in de Noordzee. Volgens hem zal de luchtvaart explosief blijven groeien omdat vliegen mondiaal voor steeds meer mensen mogelijk wordt. De principiële vraag of Nederland een rol wil blijven spelen in de bedrijfstak moet op tafel komen, betoogt Van Gijzel. ,,Of we worden een vliegveldje voor onze eigen kleine thuismarkt, waar ik niet voor ben, óf we ontwikkelen een serieus plan voor de Noordzee.'' Hij is niet bang voor hoge kosten. ,,We krijgen er immers veel voor terug, zoals ruimte op de plek waar Schiphol ligt. Bovendien: als luchtvaart economisch zo belangrijk is, kunnen de financiën voor het bedrijfsleven geen probleem zijn. De proof of the pudding is in the eating, zou ik zeggen.''