Pluk ze - pluk ze niet

FINANCIEEL RECHERCHEREN, een buitgerichte aanpak, is een politieke en bestuurlijke prioriteit in de criminaliteitsbestrijding. Het spreekt dan ook erg aan de boeven te pakken waar het pijn doet, in hun portemonnee. Misdaad behoort niet te lonen. Het criminele geld vormt bovendien een groot risico voor de maatschappij. Al meer dan vijf jaar is speciale ontnemingswetgeving van kracht, ook wel bekend als de `pluk ze-wet'. De boodschap is duidelijk. Maar toch wil het niet echt lukken, constateerde het onderzoekcentrum van Justitie vorig jaar in een evaluatierapport. Dat is begrijpelijk. Het grote plukken is een vak apart en vergt een hele omslag bij politie en justitie. De buitgerichte aanpak brengt allerlei vermogensrechtelijke en praktische complicaties mee die nieuw zijn voor de op het klassieke strafrecht ingestelde strafrechtspleging.

Al te dramatisch moeten we er dan ook niet over doen dat het nog niet erg wil vlotten, merkte de portefeuillehouder in het college van procureurs-generaal, Steenhuis, onlangs op in een krantenvraaggesprek. De Nederlandse `pluk ze-wet' is nog relatief jong. De Verenigde Staten hebben er zeventien jaar over gedaan om de ontnemingswetgeving tot volle ontplooiing te brengen. Om de druk op de ketel te houden heeft Steenhuis afgekondigd dat iedere officier van justitie ten minste tien ontnemingszaken per jaar moet aanbrengen. Dat is een ongelukkige beslissing geweest, zo blijkt uit het evaluatierapport. Om voldoende ,,streepjes aan de balk'' te halen wordt het ontnemingswapen ingezet in relatief kleine zaken, hoewel daar minder ingrijpende alternatieven voorhanden zijn zoals verbeurdverklaring of een fiscale straf.

VOLGENS HET RAPPORT gaat het in 65 procent van de gevallen om minder dan 25.000 gulden; slechts bij één procent werd het miljoen overschreden. Dat komt de geloofwaardigheid van justitie niet ten goede. Minister Korthals (Justitie) heeft dan ook met reden het openbaar ministerie gevraagd om een ,,meer genuanceerde, kwalitatieve norm'' dan de tienzakennorm. Deze illustreert het gevaar dat speciale strafrechtelijke bevoegdheden niet voorbehouden blijven tot de grote en zware zaken waarvoor ze zijn bedoeld, maar om kleinere visjes te vangen terwijl de echte mafiosi hun geld buiten bereik van de Nederlandse autoriteiten parkeren. De vraag is hoever het strafrecht kan worden opgerekt. Op de `pluk ze'-wetgeving was al direct kritiek omdat zij weinig oog heeft voor elementaire rechtsbeginselen. Toch dringt Steenhuis nu aan op verruiming van de wet, tot zelfs een omkering van de bewijslast voor verdachte criminelen toe. Dat de `pluk ze'-wetgeving nog relatief jong is, doet er dan kennelijk opeens niet toe.

Minister Korthals houdt het tot dusver bij een nieuwe, aparte strafbaarstelling van het witwassen van geld. Hij verwacht dat dit de buitgerichte opsporing en vervolging zal vergemakkelijken. Om witwassen te bewijzen zal justitie echter toch eerst moeten aantonen dat er sprake was van zwart geld. Wat de beoogde wetswijziging oplevert, is dus niet zo duidelijk. Daarmee is de roep om een volgende wetswijziging welhaast gegeven.

HET IS GEEN teken van justitiële kracht om telkens als het tegenzit in de wedstrijd de doelpalen te verplaatsen. Het onderzoekrapport maakt duidelijk dat vanuit criminologisch oogpunt toch al serieuze vraagtekens passen bij de buitgerichte aanpak. Het gevaar is zelfs niet denkbeeldig dat hij bij grote criminele ondernemers averechts werkt, namelijk slechts als een reden de prijzen te verhogen. Het zou wel eens kunnen zijn dat zij pas echt bang zijn voor vrijheidsstraf, want in de nor helpt hun geld weinig. Dat is, zoals Korthals concludeert, geen reden af te zien van de buitgerichte aanpak. Deze benadering komt tegemoet aan een elementair rechtsgevoel en kan bovendien een nuttige signaalfunctie hebben.

Justitie moet niet weglopen voor de vraag of het wel mogelijk is te voldoen aan hooggespannen verwachtingen.