Parels uit rijksbezit in Gouda

Kunnen musea zich bij het bepalen van hun beleid veroorloven op bruiklenen terug te vallen? Bij de opening van de tentoonstelling 'Oude bekenden en nieuwe gezichten' beantwoordde directrice N.Sluijter deze zelf opgeworpen vraag met een voorzichtig `ja'. In de vaste opstelling van het Catharina Gasthuis zullen de schilderijen van zeventiende-eeuwse Nederlandse meesters de komende jaren een prominente plaats innemen. Maar een aanzienlijk deel van de werken 'op zaal' is géén eigendom van het museum: het betreft (langdurige) bruiklenen. Zelf bezit het Catharina Gast-huis een bescheiden collectie oude schilderkunst; voornamelijk Goudse schuttersstukken. Die zijn nu aangevuld met landschappen, stillevens en genre-stukjes zodat er in Gouda een representatief beeld van de schilderkunst uit de Gouden Eeuw kan worden getoond.

Dat musea bruiklenen exposeren is niet nieuw; opmerkelijk is de schaal waarop dat de laatste jaren gebeurt. Naast het Catharina Gasthuis hebben verschillende andere middelgrote musea hun collecties recentelijk met tientallen bruiklenen uitgebreid. Die schilderijen zijn overwegend afkomstig van het Instituut Collectie Nederland (ICN) een rijksinstelling die vroeger bekend stond onder de namen `Dienst voor 's Rijks verspreide Kunstvoorwerpen' en `Rijksdienst voor Beeldende Kunst'.

Deze diensten beheerden het kunstbezit van het Rijk, organiseerden zo nu en dan een tentoonstelling en leenden kunstwerken uit: aan musea, maar ook aan overheidsgebouwen en ambassades. Met de naamsverandering werd ook voor een nieuw beleid gekozen. Het ICN organiseert zelf geen tentoonstellingen meer en tracht haar kunstbezit méér dan voorheen in musea onder te brengen. De schilderijen van het Rijk zijn in thematische `clusters' opgedeeld. De achttiende-eeuwse kunst ging naar Enschede, bloemstillevens naar Den Bosch, overige stillevens naar Delft en landschappen naar Leiden. Ook Gouda kreeg langdurige bruiklenen van het Rijk. Twintig schilderijen op de tentoonstelling zijn afkomstig van het ICN. Deze zijn aangevuld met werken uit eigen bezit en bruiklenen uit Het Rijks-museum, het Centraal Museum (Utrecht) en Amsterdam Exchanges.

Toen directrice Sluijter ter ore kwam dat de hoofdstedelijke optie-beurs kunst bezat waar een goed (museaal) onderkomen voor werd gezocht, werd de mogelijkheid ook dáár bruiklenen vandaan te halen onmiddelijk benut. Onder de vijf werken die Amsterdam Exchanges heeft uitgeleend, bevinden zich `Antonius en Cleopatra' van Jan Steen en `de Pennesnijder' van Gottfried Kneller.

Met name dat laatste schilderij is een verrassend sterke aanwinst. Kneller (die in het Duitse Lübeck geboren werd en in Amsterdam bij Rembrandt in de leer ging) heeft in Engeland carrière gemaakt als portrettist. Zijn vroege `Pennesnijder' is een stuk levendiger geschilderd dan de bekwame, maar nogal plichtmatige portretten die hij later zou maken.

Hoewel spectaculaire publiekstrekkers in Gouda ontbreken, valt er veel te genieten, vooral van `kleine' meesters. Een interieurstuk met een zingende boerenfamilie van de Rotterdamse schilder Pieter Duyfhuyzen, doet niet onder voor Van Ostade of Metsu. En een landschap met vee door Dirck van Bergen, bewijst dat deze schilder méér is dan de Nicolaes Berchem-imitator waarvoor hij wordt versleten.

In Gouda is gebleken dat het ook de moeite loont de blik goed door de eigen kelder te laten gaan. Eén van de verrassingen op de tentoonstelling is een schilderij dat, ongetoond, al sinds 1874 in eigen bezit is: een tafereeltje met een gans en eenden van de Delftse kunstenares Cornelia de Rijck. Dit pareltje werd toevallig `ontdekt' nadat een ander museum een bruik- leenaanvraag had ingediend.

Tentoonstelling 'Oude bekenden en nieuwe gezichten': 17de- eeuwse schilderijen uit eigen collectie, met aanwinsten. Museum het Catharina Gasthuis, Gouda. Ma-za 10-17u, zo 12-17u. T/m 10 oktober.

    • Erik Spaans