Paling en etica

Spakenburg stond eeuwenlang in directe verbinding met de Sargassozee. Daar bij Zuid-Amerika werden de palinkjes geboren die de stadjes bij de Zuiderzee in hun genen hadden, en daar na enkele jaren doorzwemmen ook terecht kwamen. Na de afsluiting van de Zuiderzee zijn ze door moeder evolutie globaal voorzien van een zoutmeter en zoeken ze elk kwartaal door muren en pelikanalen hun weg naar het zoete vissersdorpje Spakenburg, waar men ze vangt en vilt, rookt en kookt, ontgraat en verkoopt. Althans, zo ging het generaties van palingen en Spakenburgers lang, maar ook hier heeft de biotechniek niet stilgestaan.

Mijn fiets rammelde, maar ik wou pas naar een fietsenmaker als ik ook een lekke band had. Bij de straatweg naar het Spakenburgse aalkwartier lag een stapel autoglas, kennelijk door een autodief daar bezorgd. Ik ree erdoorheen en stapte binnen bij de fietsenmaker. Die trok twee meter binnenband van een grote klos, laste de uiteinden aan elkaar, zette de binnenband om mijn voorwiel en pompte hem op. Dat had ik nog niet eerder gezien. ,,Net als met de gekookte eieren, de sigaret, de tubejurk, en de paling'', zei de fietsenmaker.

Dat de plakjes ei in de ``sla'' op de rand van het restaurantbord, in de restaurantkeukens gesneden worden van meterslange ovaaldoorsnedige pijpen ``hardgekookt'' wit ei met middenin een even lange buis van geel ``hardgekookte dooier'', dat wist ik. Maar hoe zat het met die paling? Een paling is toch een vis?

Dat is maar zeer betrekkelijk, begreep ik van de palingtrekker die ik trof in een dranklokaal. ``De buisaal'', zei de palingteler professoraal, ``is sessiel, het enige gewervelde dier dat paradoxaal vast zit als een plant. Als je appels van de boom plukt, is dat toch geen amputatie? Wij zetten de paal in de gronding en daar rijpt hij, geholpen door wat rekken, zodat je er elk uur een palingmootje af kan snijden. Wij moderne palingboeren hebben geen fuik of peur of want of zeeg meer nodig. Wij oogsten de aal precies zo simpel als de spaghettihakker, de sigarettenknipper en de eiplakjessnijder het doen. Er zijn natuurlijk aparte groeigaten voor de glasaal, de sidderaal, de donderaal en de zee-aal. Plus voor de fijnproevers de bas-, bok-, poen- en pisp-aal''. Ik begreep dat hij me nu voor de gek hield en viel in: ``en de dranklok-, de professor-, de paradox-, de glob-, de autoped-, en de spin-aal''.

Palingman dacht dat ik hem niet geloofde en nam me mee naar de fabriek. Daar zag ik segment-aal en sector-aal uit hun groeigaten naar buiten spruiten, op maat afgesneden worden, en keurig verpakt worden.

``Genetisch gemodificeerd?'', opperde ik. ``Belneen'', zei de Spakenburger, terwijl hij een forse sigaar knipte van een meters hoge sigaarpaal, ``de DNA hebben we gelijk met graat en kop verwijderd. Zo krijgen we geen last met de dierenbescherming''.