Ook in China staan soms wetten in de weg

Loeff Claeys Verbeke is het eerste Nederlandse advocatenkantoor met een vestiging in China. Maar de plaatselijke baas is een Chinees, de advocaten zijn Engels en Frans, en onder de klanten is geen enkel Nederlands bedrijf. Nederlandse bedrijven denken dat het in China alleen maar om relaties gaat, maar voor juristen is er ook genoeg te doen, zo blijkt.

Een entree van zes vierkante meter, een nauwelijks grotere vergaderkamer en enkele minuscule units waar jonge advocaten van de Engelse en Franse kantoren Allen & Overy en Gide (blauwe pakken, bretels, zweetplekken) achter grote computers contracten in elkaar zitten te stampen voor de topconcerns uit hun thuislanden. De airco zoemt, het raam biedt uitzicht op een woud van bedrijfstorens.

We bevinden ons in het kantoor van Loeff Claeys Verbeke in Sjanghai, het enige Nederlandse advocatenkantoor met een vestiging in China. In dezelfde toren in downtown Sjanghai resideren ook PriceWaterhouseCoopers, Andersen Consulting en herverzekeraar Swiss Re. Conclusie: nadat zowat alle grote bedrijven representative offices (repo's) openden in China (aantal vestigingen van Nederlanse bedrijven in Sjanghai: 73), zijn nu ook de zakelijke dienstverleners neergestreken: Loeff opende dit kantoor in november 1998. Als na korte tijd Pu Lingchen (38), senior counsel en resident manager van Loeff in Sjanghai, komt binnenlopen dient zich een tweede conclusie aan: een Chinese baas met Franse en Engelse advocaten op een Nederlands kantoor in Sjanghai: de mondiale topadvocatuur globaliseert in een duizelingwekkend tempo.

Pu vertellt dat hij morgen in alle vroegte moet afreizen naar de provincie alwaar zijn cliënt, een staalproducent waarvan 30 procent van de aandelen in private handen is, bezoek krijgt van een onderzoeksdelegatie van de Europese Commissie. Pu: ,,Europese staalproducenten beschuldigden mijn cliënt van dumping in de EG. Na zo'n beschuldiging komt er een juridisch traject op gang dat buitengewoon ingewikkeld en tijdrovend is. Het afreizen van Europese onderzoekscommissies naar China is hiervan een vast onderdeel.'' Het bijstaan van Chinese bedrijven die door Europese concurrenten van dumping worden beschuldigd is Pu's specialisme. Daarnaast geeft hij advies over compensaties voor ontslagen werknemers (massaontslagen zijn in China nu aan de orde van de dag) en over investeringsmogelijkheden voor Chinese bedrijven in de EG, verdiept hij zich in het leerstuk van het grondgebruik (de juridische relatie tussen het bedrijf en de grond waarop dat staat) en heeft hij veel werk aan het merkenrecht.

Hoewel het hier formeel een vestiging betreft van een Nederlands-Belgisch kantoor, heeft Pu nog geen enkel Nederlands bedrijf als cliënt. Wel meldden zich drie Belgische bedrijven. Gelukkig brengen de `zusterkantoren' Allen & Overy en Gide wel veel werk mee. Pu: ,,Wat de Nederlandse markt betreft is dit kantoor vooral een investering in de toekomst, al doet het natuurlijk wel zeer dat we nog blanco zijn. Wellicht heeft het ermee te maken dat we in België veel meer publiciteit kregen toen we hier openden dan in Nederland.'' De grote aarzeling van Nederlandse bedrijven om in China juridische bijstand te zoeken ligt volgens Pu ook aan `gefixeerde ideeën' bij de Nederlanders `dat China juridisch toch niets voorstelt en alles via connecties gaat'. Daarnaast zou zuinigheid een rol spelen. Pu: ,,Nederlandse bedrijven laten zich liever adviseren door andere bedrijven met ervaring in China. Ook de consulaten en de handelsmissies van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken [met vestigingen in Nanking, Chengdu en Wuhan] geven veel advies. Overbodig te zeggen dat dergelijk advies nuttig kan zijn, maar absoluut niet voldoende is om te beginnen aan een Chinees avontuur. Ik zeg vaak: connecties zorgen ervoor dat de weg naar succes zonder stenen en kuilen is, maar de weg zelf bestaat uit een gezonde juridische basis.''

Pu's baas is Theodoor Bakker, area representative van Loeff in Azië en residerend in Djakarta. Bakker: ,,Het kantoor in Sjanghai komt voort uit onze samenwerkingen met Allen & Overy en Gide die ondermeer behelzen dat we samen buitenlandse kantoren opzetten. In Singapore hebben we iets dergelijks. Loeff draagt de verantwoordelijkheid voor het kantoor in Sjanghai. Onze Nederlandse cliënten, zo is mijn stellige overtuiging, zullen niet om China heen kunnen en de bedrijven die er al zitten zullen juridische bijstand gaan zoeken. De aanwas van Nederlandse cliënten is een kwestie van tijd. The early bird catches the worm.''

Medio juli viel Loeff uit elkaar in drie delen: de meest verdienende partners `mogen' naar Allen & Overy, een deel zet een Nederlands kantoor voort samen met de belastingadviseurs van Loyens & Volkmaars en een deel moet op zoek naar een nieuw kantoor. De consequenties hiervan voor het kantoor in Sjanghai zijn nog niet te overzien. Bakker (hij gaat zelf naar Allen & Overy): ,,De Chinezen hebben Loeff een vergunning gegeven als een Nederlands kantoor. We kregen die vergunning vrij snel, omdat er nog geen Nederlands kantoor in China aanwezig was. In China geldt dat buitenlandse kantoren slechts één vestiging mogen hebben. Allen & Overy zit al in Peking, net als Gide. Willen de Engelsen het kantoor in Sjanghai inlijven, moet dus eerst de Chinese wet veranderen.'' De komende tijd zal het kantoor dus in elk geval formeel Nederlands blijven.

In Pu's juridische werk ligt een zwaar accent op het Europees recht. Pu is hierin specialist, want hij studeerde in Brussel, werkte daarna twee jaar bij het Belgische advocatenkantoor Verbeke en vervolgens vijf jaar bij een Amerikaans kantoor in Brussel. Daarna werd hij door (inmiddels) Loeff Claeys Verbeke teruggevraagd om het kantoor in Sjanghai op te zetten. Zijn praktijk bestaat vooral uit Chinese bedrijven. Een van zijn adviesterreinen is het investeren in de EG.

Pu: ,,Chinese bedrijven hebben geen idee wat hun mogelijkheden zijn. Goed, fabrieken in Europa kunnen ze niet bouwen. Wat dat betreft ligt het Chinese bedrijfsleven nog mijlenver achter bij Japan en Korea. Maar aandelen in bestaande bedrijven kunnen en willen ze graag kopen, zeker als het gaat om bedrijven met een vergelijkbaar product waarmee kan worden samengewerkt. Deze trajecten worden thans door veel bedrijven voorbereid.''

Staat Pu zo aan de wieg van Chinees-Europese corporate friendships, hij kent ook de kwaaie kant van het Europese bedrijfsleven als geen ander. Pu: ,,Chinese import wordt de laatste tijd te pas en te onpas als dumping bestempeld. Het gaat om allerlei producten, van mineralen via tv's tot fietsen. Het lijkt wel of Europese brancheorganisaties een alarmsysteem hebben: zodra ergens Chinese producten opduiken, wordt er geklaagd bij de Commissie in Brussel.'' In geuren en kleuren beschrijft Pu het EG-dumpingtraject. Als de ambtenaren van Directoraat-Generaal I (onder andere handelsbeleid) de dumpingklacht serieus nemen (Pu spreekt van dumping als de exportprijs lager is dan een normale c.q. faire prijs), dient de gedaagde eerst tal van vragenlijsten in te vullen met annexen die moeten worden ondersteund met tal van documenten. Dit is typisch werk voor Pu, die daarbij ook de termijnen scherp in de gaten moet houden.

Vervolgens mobiliseert Brussel twee onderzoekteams: een schadeteam dat onderzoek doet bij de klager (is er wel echt sprake van schade?) en een team dat afreist naar China om de prijsvorming aldaar te bestuderen en het bedrijf te onderwerpen aan een intensief onderzoek. Pu ontvangt en spreekt met de Europese onderzoekers. ,,Een grote complicatie is dat we hier nog slechts ten dele te maken hebben met een marktgestuurde economie. Om de prijsvorming te kunnen beoordelen, moet eerst worden vastgesteld of het betreffende bedrijf `market driven' is of staatsbedrijf. Ook hierover moeten weer questionnaires worden ingevuld en vaak komt hiervoor zelfs een aparte onderzoekscomissie. Veel bedrijven zijn deels in handen van de staat en deels geprivatiseerd, dus het is vaak een tombola wat er wordt besloten. Bovendien kunnen staatsbedrijven volledig marktconform operen. Blijkt het bedrijf niet marktgestuurd te zijn, zoekt DG I een zogeheten referentieland en gaat uit van een vergelijkbaar bedrijf in dat land.''

Pu had de eer de eerste EC-commissie die naar China reisde in februari te ontvangen in een zaak over chemische producten. Pu: ,,Pas onlangs werd mijn cliënt in deze zaak marktgestuurd verklaard.'' Met andere woorden: of er door Chinese bedrijven ook de facto wordt gedumpt, is nog in geen enkele zaak vastgesteld. Pu: ,,Het is een juridisch mijnenveld. Door de crisis in Azië daalde de vraag, waardoor veel bedrijven met overschotten kwamen te zitten. Als die dan vervolgens met kortingen worden aangeboden aan Europa, is er dan sprake van dumping?''

Nu staat Pu op het punt zijn tweede EC-commissie te ontvangen in de staal-zaak. Pu: ,,Dit hele ambtelijke circus wekt vaak bevreemding op. In de zaak van de staalfabriek gaat het maar om drie kleine leveringen aan Europa.''

Wat de Chinese activiteiten van westerse bedrijven behoorlijk kan vergallen is merkinbreuk en productvervalsing. Zowat alles wat potentie heeft – van Unilever-ijsjes tot complete winkelformules – wordt massaal vervalst en nagemaakt. Pu: ,,De Chinese wet op dit punt zit redelijk in elkaar, maar implementatie blijft lastig. Des te vreemder dat westerse bedrijven vaak niet de moeite nemen hun handelsmerken in China te registreren, iets wat ze automatisch doen als ze hun product in een Europees land op de markt brengen.'' Pu maakt het in zijn praktijk zelfs mee dat Chinezen merken van Europese bedrijven zélf registreren.

Een van de bedrijven die hiervan in China het meeste last heeft, is Unilever. ,,We hebben tien mensen in China rondlopen die zich fulltime bezighouden met het opsporen van vervalsers'', zegt woordvoerder Christiaan Brakman. Recent werd een – voorlopig – einde gemaakt aan een vervalsing op mega-schaal van Dove-zeep die via Hongkong werd verscheept naar Egypte en zo zelfs op de Europese markt terechtkwam.

Ahold, vanaf 1995 in China actief met 40 supermarkten in de omgeving van Sjanghai onder de naam Tops (50 procent deelneming), heeft deze zomer alle Nederlanders uit China teruggehaald. Een Schotse manager moet nu in 2000 het break-evenpoint zien te bereiken. Als een van de oorzaken voor de aanhoudende verliezen wordt genoemd het kopiëren van de winkelformule, inclusief logo's. Hans Gobes, directeur communicatie van Ahold: ,,In onze business is kopiëren dagelijkse kost. Het gebeurt overal ter wereld. Dat we onze Nederlandse expats hebben teruggehaald vloeit voort uit een grote kostenreductie. Die voeren we door om zo snel mogelijk tot winst te komen. Ook zoeken we samenwerking met meer lokale partners.''

Veelvuldig wordt ook het lot van het Duitse biermerk Becks gememoreerd dat een Chinese producent het eigen merk in licentie liet produceren. Het Chinese bedrijf zegde de overeenkomst vervolgens op, maar bleef gewoon Becks produceren met als gevolg dat overal in China nu goedkoop `Becks-bier' te krijgen is. Heineken pakte het dan beter aan: het is met vijf merken actief in China (via Asia Pacific Brewery's, een joint venture met het Singaporese Fraser&Neave), maar daar is het eigen merk niet bij.

Bedrijven verdedigen hun Chinese investeringen steevast door te wijzen op de toekomst en de enorme potenties van een zich ontwikkelende Chinese markt. Deze redenering komt echter onder grote druk te staan naarmate de `aanloopverliezen' aanhouden. Maar als het Nederlands bedrijfsleven gaat doorbijten in China, zullen hun advocaten massa's werk krijgen.