Niets meer voelen is misschien wel het ergste

Nu Todd Solondz' Happiness, de winnaar van de persprijs op het filmfestival van Cannes 1998, meer dan een jaar later in de Nederlandse bioscoop verschijnt, is er al heel wat gepolemiseerd over deze opmerkelijke film. Veel critici roemen als hoogtepunt van de film, vijf overlappende liefdesverhalen van twaalf hoofdpersonen in de treurige ambiance van New Jersey en Florida, het goede gesprek aan het slot tussen vader en zoon. De psychiater (Dylan Baker) die ontmaskerd is als pedofiele verkrachter, bekent aan zijn 11-jarige zoon (Rufus Read) al zijn misdaden. Ook de vraag van de zoon of hij zich aan zijn eigen vlees en bloed zou willen hebben vergrijpen krijgt een eerlijk antwoord: zo schokkend in zijn goedkope waarheid dat het niet aardig zou zijn het hier te onthullen.

Het effect van deze scène is niet alleen verwoestend omdat die goed geschreven en gespeeld is, maar omdat het de eerste keer is in de film dat er geen façade wordt opgehouden. Ook de voorafgaande `goede gesprekken over seks' tussen dezelfde vader en zoon bevatten geen leugens, maar de essentie wordt tot dan toe verzwegen.

Solondz' mozaïek van relaties volgt het sinds Altmans Short Cuts vaak toegepaste model van schijnbaar op zichzelf staande verhaaltjes, waarvan de samenhang langzaam duidelijk wordt. De personages blijken een netwerk te vormen rond de (aangetrouwde) familie van de pedofiele therapeut, maar er is ook een inhoudelijk verband: geen van allen is in staat zichzelf te verwezenlijken, vooral op het gebied van de seksuele communicatie, en allen verschuilen zich achter een façade van hypocrisie en sociale wenselijkheid. De verdringing van hun impulsen of de onmacht om ze in een wederzijds bevredigend contact om te zetten leidt tot een wirwar van steeds erger blijkende noodgrepen.

De zweterige dikzak (Philip Seymour Hoffman) kan zijn libido slechts kwijt in anonieme telefoontjes, waarin hij vrouwen vernedert. Zodra een masochistisch aangelegd slachtoffer (Lara Flynn Boyle) zich aangesproken voelt en hem uitnodigt eens langs te komen, slaat hij dicht. Een aardige, maar onbeholpen romantica (Jane Adams) wijst een aanbidder af, die even later zelfmoord pleegt. Ze wordt verliefd op een liefdesliedjes kwelende Russische taxichauffeur (Jared Harris), maar die blijkt na haar te hebben versierd getrouwd en een dief. En de moddervette alleenstaande Kristina (Camryn Manheim) bewaart het lugubere bewijs van een uit seksuele frustratie gepleegde moord in een plastic zakje in haar koelkast.

Voor het enige sympathieke én verstandige personage (Ben Gazzara) blijkt het te laat om te ontsnappen uit Solondz' hel. Na zich eindelijk los te hebben gemaakt uit tientallen jaren vreugdeloos huwelijk, blijkt hij impotent bij een nieuwe vriendin. ,,Ik voel helemaal niets,'' zegt Gazzara, en dat is misschien wel het meest tragische moment in Happiness.

Van twee kanten kreeg Solondz de wind van voren. De bezwaren van fatsoensrakkers en van de gevestigde orde waren te voorzien. Geen enkele Amerikaanse distributeur brengt van harte een film uit, waarin de kijker gevraagd wordt begrip op te brengen voor kinderlokkers, hijgers en lustmoordenaars. En Solondz bewees al eerder, in Welcome to the Dollhouse (1995), morele vooroordelen effectief te kunnen ondermijnen.

Meer verbazing wekt het verwijt aan Solondz' adres van minachting en morele superioriteit ten opzichte van zijn personages. De triomftocht van Happiness was al een tijdje bezig, toen het toonaangevende Britse filmblad Sight & Sound onder de kop Welcome to the Nerdhouse een frontale aanval op de film publiceerde. Solondz zou gebrek aan mededogen hebben met de bewoners van suburbia, en genadeloos hun lulligheid observeren: ,,Hij gedraagt zich als een jongetje dat insecten in een potje vangt, en dan zegt een experiment uit te voeren, terwijl hij kijkt hoe ze stikken.''

Zo'n oordeel zegt ook iets over de criticus, die kennelijk zelf geen enkele verwantschap voelt met de onmacht van Solondz' personages. De klinische blik van de regisseur, die inderdaad weinig troost aan de kijker biedt, maakt hen nog niet tot insecten. Wie eerlijk is, herkent de wanhoop en de angst die vaak aan leugenachtigheid en agressie ten grondslag liggen. Een droge, statische observatie van de grote en kleine drama's zoals die in Happiness geschilderd worden, is niet de slechtste manier om het mechaniek bloot te leggen.

Het effect van Happiness op de kijker is ingewikkeld, en uiteraard niet voor iedereen hetzelfde. Ik heb bijna twee en een half uur op het puntje van mijn stoel gezeten, ademloos elk woord, elke wending, elk detail opgezogen, en me zeer ongemakkelijk gevoeld. En bijna steeds gedacht: ja, helaas, zo is het of zo zou het kunnen zijn.

Je zou Solondz hoogstens kunnen verwijten dat hij een zwartkijker is, die nooit laat zien dat communicatie en harmonie soms wel mogelijk blijken en daarmee alle hoop laat varen. Maar kunst, het is een cliché, dient niet om goed nieuws te brengen. Happiness, een van de belangrijkste films van het afgelopen jaar, ontregelt, ontroert en schokt, door provocaties en ruime aandacht voor gebeurtenissen van het type `Man bijt hond'. Dat maakt de toon niet sensationeel, exploitatief of anderszins verkeerd.

Integendeel, de extremiteiten van het menselijk bestaan die Solondz ons voorschotelt en zijn inzicht in de onderliggende motieven, maken op mij een eerlijker en humaner indruk dan de valse troost waar de gemiddelde Hollywoodfilm over relaties ons mee naar huis stuurt.

Happiness. Regie: Todd Solondz. Met: Dylan Baker, Philip Seymour Hoffman, Jane Adams, Lara Flynn Boyle, Ben Gazzara, Louise Lasser, Jared Harris, Elizabeth Ashley, Jon Lovitz, Camryn Manheim, Cynthia Stevenson, Rufus Read. In: 8 theaters.