Hoop voor cinefielen

Schotelontvangst wordt in Nederland volgend jaar bijna evenwaardig aan de kabel. Canal+, dat op de Astra-satellieten het tot nu toe enige Nederlandse digitale omroepplatform beheert, komt met een pakket aan themazenders, zo maakte de abonneezender vorige week in Amsterdam bekend.

De inhoud van het themapakket, waarvoor betaald moet worden, is nog niet bekend. In de Scandinavische landen en België exploiteert Canal+ echter digitale pakketten (zowel per satelliet als per kabel) die onder andere bekende zenders als Eurosport, Discovery en MTV behelzen. Omdat de Nederlandse publieke en commerciële televisiezenders thans al (gratis) met het pakket te zien zijn, ontwikkelt Canal+ zich dus tot een volwaardige concurrent van de kabel, temeer daar ook pay per view en Internet via de satelliet beschikbaar zijn of komen.

Een ander verkoopargument is ongetwijfeld dat ook op de kabel veel themazenders die nu nog tot een basis- of standaardpakket van de kabel behoren, in de naaste toekomst achter digitale kabeldecoders terechtkomen en dat daarvoor dan eveneens apart betaald moet worden. De vraag is dus niet zozeer óf de televisieconsument een decoder neemt, maar wélke hij neemt: die van de kabel of van de satellietaanbieder. De satelliet biedt bovendien het voordeel van een aantal gratis te bekijken buitenlandse zenders – zo'n zestig op de Astra's op 19,2 graden oost alleen al, en ver over de honderd voor wie ook de Hotbirds op 13 graden oost bekijkt – aantallen waar in de komende jaren geen kabelnet aan kan tippen.

De persconferentie in Amsterdam was eigenlijk bedoeld om de zegeningen van een abonnement op Canal+-Nederland te bezingen. Dit najaar nog voegt de abonneezender aan de twee bestaande kanalen een derde toe, met drie films in breedbeeld per avond. Canal+ zegt in Nederland – per kabel of per satelliet – eind dit jaar 300.000 abonnees te zullen hebben. Die betalen daarvoor 49 gulden per maand. Kabelklanten moeten daarnaast ook nog decoderhuur betalen – die via de satelliet schaffen eigen apparatuur aan.

De programmering van Canal+ bestaat, naast incidentele documentaires en soms aardige series als South Park, voor het overgrote deel uit sport – in het bijzonder voetbal – en films. Wat dit laatste betreft heeft de abonneezender in de openbaarheid tot nu toe vooral de nadruk gelegd op het grote aanbod aan Amerikaanse kassakrakers die, net als in de rest van de wereld, over het algemeen een jaar na hun Nederlandse bioscooppremière op betaalzenders te zien zijn, en een paar maanden nadat ze op video zijn uitgebracht.

De meer cinefiel ingestelde filmkijker kreeg uit de reclame die Canal+ voor zichzelf maakte niet echt de indruk dat er voor hem bij de betaalzender iets te halen viel. In werkelijkheid viel dat nog wel mee, al was het in de weekprogrammering soms even goed zoeken naar de Europese of Amerikaanse onafhankelijke producties. Helaas ging ook veel zendtijd heen met een groot aantal routineus gemaakte Amerikaanse familiedrama's en dergelijke, waarvan de aanschaf kennelijk bij die van de kassuccessen was meegenomen.

Het foldertje waarmee Canal+ kijkers voor het nieuwe seizoen poogt te lokken, doet echter beterschap vermoeden. Zo presenteert Patrick van Mil – eens presentator bij de NCRV-televisie maar thans werkzaam bij het Nederlands Filmmuseum – bijvoorbeeld het magazine Cinemania, waarin met een gast films van historisch of kunstzinnig belang worden besproken die diezelfde maand op de zender te zien zijn.

Bepaald opzienbarend – naar Nederlandse verhoudingen – mogen de plannen heten om met het Filmmuseum programma's te ontwikkelen voor vertoning van films uit de zwijgende periode. Dat is immers een terrein waarop alle andere Nederlandse televisiezenders het sinds mensenheugenis volledig laten afweten.