Hartverscheurend kasplantje

In de Amerikaanse tienerfilm is sinds jaar en dag de prom, het eindbal van de High School, de plaats waar alles goedkomt. Na alle tegenslagen en misverstanden wordt daar de positie in de puberale pikorde vastgelegd. De jongen krijgt het meisje dat onbereikbaar leek, of andersom. Mislukkelingen veranderen op de prom in succesvolle volwassenen.

In tiener-horror is het eindbal dus de ideale plaats om alles vreselijk te laten mislopen. Carrie (1976) is daarvan het ultieme voorbeeld. Voor Carrie komt op het eindbal de Amerikaanse droom uit: zij krijgt de bink van de school. Totdat het een valstrik blijkt te zijn van haar klasgenootjes en de Bates High School ontdekt dat pesten een riskante bezigheid kan zijn. Zeker als het object van de vernederingen met haar geest messen, scharen, bijlen, auto's en complete huizen kan bewegen.

Carrie is een van die horrorfilms die boven het genre uitstijgen. Achter de paranormale hocus-pocus, het bloed en het vuurwerk schuilt een droeve noodlotstragedie. Carrie is het kneusje van de school. Onder de douche na de gymles wordt ze voor de eerste keer ongesteld. Daarover heeft haar godsdienstwaanzinnige moeder niets verteld, dus zoekt Carrie in paniek hulp bij haar klasgenootjes, de handen besmeurd met menstruatiebloed. Die handelswijze valt niet is smaak in de meidenkleedkamer. De meisjes drijven Carrie in een hoek en bekogelen haar met tampons, waarna de gymjuf ingrijpt en de klas collectief straft. Dat is ook niet de beste manier om Carrie populair te maken. Een van de meisjes besluit zich te wreken.

Dat Carrie zo'n indruk maakt, is de verdienste van Sissy Spacek, het mooiste lelijke eendje dat Hollywood ooit voortbracht, en van Piper Laurie, die als haar moeder religieuze hysterie razend knap combineert met vilein gemanipuleer. Spacek is een hartverscheurend kasplantje dat door wat aandacht en liefde van goedwillende mensen razendsnel opbloeit. Maar zoals dat gaat in tragedies: juist goede intenties plaveien onbedoeld de weg naar de hel.

Carrie is een hoogtepunt in het oeuvre van regisseur Brian da Palma, die in 1976 nog doorging voor de erfgenaam van Alfred Hitchcock. Nu weten we beter: Da Palma maakt prachtige scènes, maar vaak middelmatige films. In Carrie weet hij de spanningsboog echter goed vast te houden. Da Palma doet dat, in tegenstelling tot zijn voorbeeld, niet impliciet en suggestief, maar expliciet en met moddervette effecten. Bloed is een terugkerende metafoor voor rampzalig ontluikende seksualiteit, de verkniptheid van haar moeder blijkt uit het feit dat ze haar eerste orgasme beleeft terwijl ze sterft. Het is allemaal een beetje ranzig, maar het werkt wel.

Carrie (Brian de Palma, VS, 1976), VRT, 21.25-23.10u.