`Halveer aantal locaties voor bèta-opleiding'

Het aantal zelfstandige onderzoek- en opleidingslocaties voor de studies wiskunde, natuurkunde en scheikunde aan de algemene universiteiten moet worden gehalveerd. Alleen dan is het mogelijk de exacte wetenschappen in Nederland herkenbaar en vitaal te houden.

Dit stelt de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) in het vandaag gepresenteerde rapport `Vitaliteit en kritische massa. Strategie voor de natuur- en technische wetenschappen'. Het advies is opgesteld op verzoek van de minister van Onderwijs, nadat in mei 1997 een wetenschappelijke commissie de noodklok had geluid over de geringe belangstelling van studenten voor de bèta-opleidingen, ook in vergelijking met het buitenland.

Binnen het bèta-domein hebben zich verschuivingen voorgedaan. In de jaren tachtig wonnen de drie technische universiteiten aan populariteit en binnen de natuurwetenschappen verloren in de jaren negentig de exacte opleidingen ook nog eens studenten aan de levenswetenschappen biologie en farmacie. Gevoegd bij de opkomst van de informatica heeft dit geleid tot een forse daling van de instroom bij wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Vorig jaar meldden zich voor deze drie vakken in totaal nog maar 741 eerstejaars, twee à drie per hoogleraar.

De AWT acht dit geen efficiënte benutting van overheidsgelden. Ook ontbreekt volgens de adviesraad zo de ruimte om de zorgwekkende daling in de belangstelling voor de exacte opleidingen een halt toe te roepen. De AWT bepleit daarom een halvering van het aantal plaatsen waar wiskunde, scheikunde en natuurkunde kan worden gestudeerd. Nu worden deze vakken door alle zes algemene universiteiten aangeboden.

De Adviesraad vindt bovendien dat er, met het oog op de arbeidsmarkt, moet worden vernieuwd en denkt dat door concentratie van onderzoek de samenwerking met het bedrijfsleven zal worden verbeterd. Nu is het onderzoek te versnipperd, volgens de AWT.

De zes betrokken universiteiten laten in een gezamenlijke reactie van de Vereniging van Universiteiten weten de zorgen van de AWT te delen, maar het niet eens te zijn met het plan het aantal locaties te halveren. Dit zal volgens de vereniging een ,,tegengestelde werking'' hebben. ,,Universiteiten hebben in hoge mate een regionale functie. Een student die geen wiskunde in de buurt kan studeren kiest een andere richting. De plannen van de AWT zullen dus een verdere daling van de instroom bij wiskunde, scheikunde en natuurkunde tot gevolg hebben.'' De universiteiten vinden het verstandiger het effect van deaangekondigde vernieuwing van deze opleidingen af te wachten.