Wiegel wil opinie over stuk van Peper

Het Eerste-Kamerlid H. Wiegel (VVD) wil opheldering van premier Kok over het `essay' dat minister Peper (Binnenlandse Zaken) in juli aan de ministerraad heeft toegezonden.

In het vertrouwelijke stuk, getiteld Op zoek naar samenhang en richting, stelt Peper onder meer de ministeriële verantwoordelijkheid ter discussie. Volgens Peper is bij recente affaires als de Bijlmerenquête gebleken dat de ministeriële verantwoordelijkheid ,,in toenemende mate fictief is''. Ministers worden verantwoordelijk gehouden voor gebeurtenissen die zich veelal buiten hun gezichtsveld afspelen. Een terugtredende overheid blijkt in de praktijk moeilijk te combineren met het tegelijkertijd vasthouden aan een onbegrensde uitleg van de politieke verantwoordelijkheid, meent Peper.

Volgens Peper moet gezocht worden naar een nieuwe invulling van de ministeriële verantwoordelijkheid, zonder de fundamentele betekenis ervan voor het politieke stelsel aan te tasten. Het zou in de rede liggen, schrijft hij, om een bepaalde `foutenmarge' feitelijk te aanvaarden. Het politieke debat zou dan volgens Peper niet zozeer over incidentele fouten moeten gaan, maar over de foutenmarge die binnen de politieke verantwoordelijkheid als acceptabel wordt ervaren.

Secretaris-generaal Geelhoed (Algemene Zaken) heeft eerder ervoor gepleit om incidenten die niet wijzen op `structurele tekortkomingen' onder de ambtelijke verantwoordelijkheid te laten vallen. Dit blijkt uit een interne notitie van maart vorig jaar.

Wiegel vraagt in schriftelijke vragen aan premier Kok of hij het stuk van Peper wil toezenden aan de Staten-Generaal. Ook vraagt hij aan de premier om het standpunt van de regering ten aanzien van de voorstellen van Peper kenbaar te maken. Volgens Wiegel is de memorie van toelichting bij de komende begroting van het ministerie van Algemene Zaken de aangewezen plaats hiervoor. ,,Ik vind het prima dat de discussie gevoerd wordt, maar dan wel op basis van een kabinetsstandpunt.'' Hij vindt een beperking van de ministeriële verantwoordelijkheid ongewenst. ,,Dat zou leiden tot een versterking van de vierde macht en daar ben ik niet voor.''

De Eerste Kamer heeft het recht om vragen te stellen aan de regering. De traditie wil echter dat met dit recht terughoudend wordt omgegaan. Gemiddeld stelt de senaat een kleine veertig keer per jaar vragen. In de Tweede Kamer zijn nog geen vragen gesteld over het stuk van Peper, zo meldt de griffie.