VN worstelen met smokkel in Kosovo

In Kosovo liggen de staatsbedrijven nagenoeg stil, maar neemt zowel de handel als de smokkel toe. Een VN-douane moet uitkomst bieden. Maar de handicaps zijn enorm.

De medewerkers van de Verenigde Naties zijn het er nog niet over eens. Is Kosovo een zorgenkind of een uitdaging? Het openbaar bestuur en de voormalige Servische staatsbedrijven zijn knock-out geslagen, de stroom valt regelmatig uit, de telefoons werken alleen binnen de stad, de betalingen aan artsen en leraren komen moeizaam op gang, evenals de uitbetalingen aan pensioengerechtigden. Maar de economie bloeit in een razend tempo op.

De Kosovo-Albanezen zijn de tekorten uit de eerste dagen na de komst van de multinationale vredesmacht KFOR, half juni, al bijna vergeten. Toen vroegen ze buitenlanders vooral om sigaretten, olie en suiker. Nu hebben de winkels hun olie en suiker tot ver op de stoep uitgestald en puilen de straten uit van de honderden sigarettenverkopers.

In hoog tempo zijn handelaren en ritselaars uit de buurlanden Macedonië en Albanië het de facto internationale protectoraat Kosovo binnengekomen, met in hun kielzog tientallen hulporganisaties. Op dit moment zijn bijna 200 non-gouvernementele organisaties actief in Kosovo. Hun vrachtwagens met hulpgoederen vormen, samen met de volgeladen bestelbusjes en personenauto's van de handelaren, lange rijen voor de Kosovaarse grensovergangen.

Die ongecontroleerde binnenkomst is het VN-bestuur een doorn in het oog. Kosovo loopt op deze manier miljoenen guldens aan invoerrechten mis; de VN zagen vorige maand tijdens een proef op een van de grensovergangen voor twee miljoen mark aan goederen voorbijkomen. Bovendien komt smokkelwaar ongehinderd de grens over, vooral sigaretten zijn populair. De VN besloten dan ook tot instelling van vier douaneposten aan de Macedonische en Albanese grens. ,,Douanecontrole is een essentieel onderdeel voor herstel van de Kosovaarse economie'', heette het.

Zelf vinden de drie leden van de VN-politiemacht, die sinds begin augustus op de Kosovaarse/Albanese grensovergang Morina staan, het woord douane misplaatst. ,,We vergelijken de oude papieren met het kenteken'', zegt één van hen. Die controle is echter vaak onmogelijk, want veel auto's en busjes rijden zonder kenteken rond. Die is er afgeschroefd door de Serviërs of door de bestuurder zelf om zo de douane te misleiden. Misprijzend schudt de douanier, door de Duitse Bundesgrenzschutz uitgeleend aan de VN, zijn hoofd.

Het ontbreken van een importheffing steekt de douaniers. Het VN-bestuur is wel van plan zo'n heffing in te stellen, maar worstelt nog met de rechtsgrond. In Kosovo geldt immers nog altijd Joegoslavisch recht, mits dit niet in tegenspraak is met internationale mensenrechten-verdragen. De VN-grenswachten handelen in de tussentijd op eigen houtje. ,,Soms stuur ik een auto vol met sloffen sigaretten terug naar Albanië. Zoveel rookt niemand, zelfs jij niet, zeg ik dan. Waarschijnlijk worden de sigaretten vervolgens via de bergpaden naar Kosovo gesmokkeld. Want wie controleert die smokkelroutes?''

De smokkel van hout is volgens de douaniers een ander probleem. Grote partijen hout gaan van Kosovo naar Albanië. Het is `hulpverleners-hout', zeggen de grenswachten. De Europese Commissie (belast met de wederopbouw van Kosovo) en hulporganisaties brengen het hout via Macedonië naar Kosovo voor de opbouw van de honderdduizenden verwoeste huizen. Albanezen uit Albanië zouden het hout vervolgens stelen of confisqueren en naar Albanië brengen voor de verkoop. ,,Maar we kunnen niks bewijzen, want het hout is niet gestempeld'', aldus de Duitse douanier.

Omgekeerd zouden Albanezen uit Albanië partijen goedkoop hout naar Kosovo smokkelen om het te verkopen aan vluchtelingen die te lang op het `hulpverleners-hout' moeten wachten. De smokkelaars kunnen niet worden aangepakt, want hun identiteit is niet vast te stellen. ,,Ze doen zich meestal voor als Kosovaren, wier papieren tijdens de NAVO-bombardementen door de Serviërs zijn verscheurd.'' Van persoonscontrole is dan ook nauwelijks sprake.

Deze gang van zaken heeft de woede gewekt van de Serviërs, met name van oppositieleider Vuk Draškovic. De VN werken actief mee aan een Groot-Albanië door Albanezen uit Albanië ongehinderd de grens met de Servische provincie Kosovo te laten passeren, vindt hij. ,,Tja'', zegt de Duitse douanier. ,,Wij kunnen zien noch horen of het om een Albanees uit Kosovo of Albanië gaat.''

Van de Albanese douaniers verwachten de VN geen medewerking. De corruptie onder hen is groot; in Albanië betalen politieagenten geld voor een baan aan de grens om vervolgens forse steekpenningen te vragen. Aan de grensovergang Morina eisen de Albanezen 170 mark per vrachtwagen, aldus een VN-douanier. Betaalt de chauffeur niet, dan komt hij er niet door. Vorige week zou een chauffeur hebben geweigerd. Hij gaf vol gas, de Albanese douaniers sprongen op de wagen en schoten met hun pistolen in de lucht om de chauffeur tot stoppen te dwingen. Zo kwam de truck op de VN-grenspost afgereden. De Duitse grenswacht gebaart naar de overgang. ,,We zijn hier nog lang niet klaar.''