Turkije complexe breukzone

Aardbevingen ontstaan wanneer grote gesteentemassa's in de aardkorst zich schoksgewijs verplaatsen. Daarbij ontstaan trillingen die zich met grote snelheid uitbreiden. De meeste aardbevingen komen voor in betrekkelijk smalle gordels die de grenzen markeren van ten opzichte van elkaar bewegende platen of aardschollen. Om die reden zijn bevingen in het centrum van continenten zeldzaam.

De aardbeving die afgelopen nacht in Noordwest-Turkije grote verwoestingen aanrichtte deed zich voor op de Noord-Anatolische breuk. Die loopt langs de noordgrens van Turkije en is honderden kilometers lang.

Ten zuiden van de breuklijn beweegt het vasteland van Turkije naar links; het noordelijke deel, grenzend aan de Zwarte Zee, schuift naar rechts.

Als gevolg van deze langsschuivende tektonische beweging hoopt zich in de aardkorst spanning op die zich door de jaren heen al vele malen in kleinere of grotere bevingen heeft ontladen.

Volgens dr. H.W. Haak, hoofd van de seismologische afdeling van het KNMI in De Bilt, is de tektoniek in het betreffende gebied ,,zeer complex''.

,,Allerlei grote en kleine platen komen er samen. Aan de ene kant heb je Afrika dat als één groot blok noordwaarts beweegt. Het Arabisch schiereiland schuift naar het noordwesten en werkt als een wig in op Turkije. En verder heb je het vaste blok Azië en het Europese continent. Omdat in de loop van de tijd ook allerlei kleinere platen zijn ontstaan, is het een heel complexe breukzone. Seismisch is Turkije zeer divers.''

Behalve de Noord-Anatolische is er ook een Oost-Anatolische breuklijn. Die laatste was verantwoordelijk voor de beving vorig jaar juni in de omgeving van Adana, in het zuidoosten van Turkije. Met een kracht van 6,3 op de schaal van Richter eiste deze 145 slachtoffers.

Over de kracht van de beving van afgelopen nacht, waarvan het epicentrum zich ten zuiden van de stad Izmit bevond, doen uiteenlopende getallen de ronde, variërend van 6,7 tot 7,8.

Volgens Haak hangen de verschillen samen met het type aardbevingsgolf dat als uitgangspunt is genomen. ,,Het getal 7,8 is afgeleid van golven langs het aardoppervlak. De eerste metingen wijzen uit dat het waarschijnlijk om een ondiepe beving ging, zo'n 10 kilometer onder het aardoppervlak. Dat leidt op basis van oppervlaktegolven al snel tot een nogal hoge waarde.''

Bij een ondiepe beving treedt vooral lokale schade op. Dat er in Turkije toch over een groot gebied gebouwen zijn ingestort wijt Haak aan een gebrekkige bouwwijze. ,,Dat is een bekend beeld uit ontwikkelingslanden. Bovendien is er het effect dat de bovenste 50 à 100 meter van de bodem, die voor een deel uit los sediment bestaat, door de aardbevingsgolf kan zijn opgeslingerd. ''

Iets vergelijkbaars speelde zich volgens Haak af bij de beving op 13 april 1992 in Roermond, met als gevolg schade in het op tientallen kilometers verderop gelegen Brunssum.