Toenadering over vierdaagse werkweek

FNV-voorman De Waal bepleit een vierdaagse werkweek. Ook werkgevers zijn voorstander, mits dat niet wordt gekoppeld aan korter werken en de zaterdag bovendien een normale werkdag wordt.

Het ging gisteren een beetje schuil achter Lodewijk de Waals furie over de `inhaligheid' van werkgever `Krijn met de goudmijn'. Maar het voorstel van de FNV-voorzitter om `ter bestrijding van de verkeersfiles en ten gerieve van het privéleven' een vierdaagse werkweek in te voeren kan veel verderstrekkender gevolgen hebben voor het sociaal-economische landschap dan zijn uithaal naar topmanagers. Mogelijk was die furie medebedoeld om overmorgen in het overleg in de Stichting van de Arbeid meer druk te kunnen zetten nachter het streven naar een kortere werkweek. Voor zover dat nodig is. Want het meest recente pleidooi daarvoor kwam tot gisteren niet uit vakbondskoker, maar van Bernard Wientjes, sinds twee maanden voorzitter van de Algemene Werkgeversvereniging VNO-NCW. De AWVN is de grootste werkgeversvereniging van Nederland en betrokken bij 500 van de 900 CAO's.

Werknemers moeten in plaats van de gebruikelijke vijf dagen massaal vier dagen per week gaan werken, zei Wientjes bij zijn aantreden. Een `vierdaagse' kan het fileprobleem verminderen, en dat stelt bedrijven en samenleving in staat kapitaalgoederen beter te benutten. De nieuwe AWVN-voorzitter zei te willen debatteren `over het verdelen van de inmiddels gemiddelde 37-urige werkweek over vier in plaats van vijf dagen'. Die herverdeling verbindt hij met variabeler en langer werktijden: dagelijks negen uur en een kwartier werken. Van werktijdverkorting in het kader van een vierdaagse werkweek kan in deze tijden van schreeuwende arbeidsschaarste uiteraard geen sprake zijn, aldus Wientjes.

Daarin – en niet in die vierdaagse werkweek zelf – schuilt vermoedelijk het voornaamste meningsverschil tussen werkgevers en werknemers. Want Wientjes' pleidooi voor een vierdaagse werkweek leek op een soortgelijk offensief van de FNV in 1995. Het verschil was dat de FNV dat idee toen resoluut koppelde aan arbeidstijdverkorting.

Een tweede punt van frictie blijft de status van de zaterdag. Wientjes wil die bij invoering van een vierdaagse werkweek tot normale werkdag verklaren om zo de arbeid optimaal over zes dagen te kunnen verspreiden, met alle mooie gevolgen vandien voor de oplossing van het fileprobleem. Maar ook op dit punt houdt de vakbeweging de boot af.

Toch kan de onmiskenbare toenadering tussen werkgevers en werknemers over een vierdaagse werkweek CAO-onderhandelaars de komende tijd een nieuwe ruilmogelijkheid bieden. Zo'n optie kan geen kwaad nu de verhouding tussen werkgevers en werknemers wat verzuurd is en hun dialoog mogelijk stokt door onenigheid over inkomenshoogte van topmensen in het bedrijfsleven.

Niet alleen in kwesties als een vierdaagse werkweek, maar ook wat betreft die inkomenshoogte lijkt Wientjes een ideale gesprekpartner voor de humeurige bonden. Tijdens zijn aantreden als AWVN-voorzitter spoog hij namelijk ook zijn gal over de extreme inkomensstijgingen in kringen van topmanagers. Ondernemer Wientjes sprak over een verstoord evenwicht tussen arbeid en kapitaal, omdat de laatste productiefactor wat erg dominant dreigde te worden.

Om dat bedreigde evenwicht te herstellen gaf Wientjes in Het Financieele Dagblad al enkele recepten die de woede van De Waal hadden kunnen temperen, zo niet voorkomen. Zoals: Laat ook werkgevers meer profiteren van de goede gang van zaken in een bedrijf door meer resultaatafhankelijke beloning; maak optieregelingen mogelijk in meer geledingen van het bedrijf; en geef managementopties een looptijd van ten minste drie jaar. Wientjes: ,,Goede arbeidsverhoudingen zijn een garantie voor goed geld verdienen in de toekomst.''