Rijksbegroting nadert evenwicht

De begroting van de Nederlandse overheid komt volgend jaar voor het eerst in een kwart eeuw nagenoeg in evenwicht. Het begrotingstekort daalt in het jaar 2000 dankzij een onverwacht gunstige economische groei naar 0,1 procent van het bruto binnenlands product.

Dit staat in de ,,zeer voorlopige'' en nog vertrouwelijke berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB), de nationale rekenmeester.

De CPB-cijfers worden de komende twee weken gebruikt bij de besprekingen van het paarse kabinet over de begroting voor volgend jaar. De extra opbrengst uit de economische groei brengt niet alleen het tekort omlaag, maar levert de burger ook een verlaging van de belasting op als de meevaller structureel blijkt.

Dat de Nederlandse begroting onverwachts snel bijna in evenwicht komt, is te danken aan de meevallende economische groei. Dit voorjaar ging het CPB nog uit van een groei van 2 procent in dit en volgend jaar. In juni deed het planbureau daar voor dit jaar een kwart bij en inmiddels wordt gerekend met een groei van 2,5 procent in 1999 en 2,25 procent in het jaar 2000. De staatsschuld daalt dit jaar tot 63,4 procent van het bruto binnenlands product en volgend jaar tot 61 procent. Daarmee komt Nederland zeer dicht in de buurt van de norm van 60 procent, die vereist is voor de Economische en Monetaire Unie. Nederland is weliswaar met een veel hogere staatsschuld toegelaten tot de euro, maar alleen omdat de schuld de afgelopen jaren is gedaald.

In 1974, ten tijde van het kabinet-Den Uyl, kende de Nederlandse overheid voor het laatst een evenwicht in de begroting die in de jaren daarvoor lang overschotten had laten zien. De eerste overschrijding, in 1975, was voor toenmalig minister van Financiën Duisenberg aanleiding voor de 1-procents-operatie, waarbij werd getracht de uitgaven met niet meer dan één procent te laten stijgen.

Bestek '81 van het eerste kabinet Van Agt was een eerste poging om het tekort te laten dalen, maar deze bezuinigingsoperatie mislukte. Pas met het eerste kabinet-Lubbers begon het tekort, dat in 1982 op een hoogtepunt van 6,9 procent kwam, geleidelijk te dalen.

De bijstelling door het CPB van de ramingen voor de economische groei heeft ook de cijfers voor het tekort veranderd. Het cijfer van 0,6 procent dat nu voor dit jaar wordt voorzien, werd dit voorjaar nog geraamd op 1,75 procent. De 0,1 procent die nu voor volgend jaar wordt geraamd, was dit voorjaar nog 1,5 procent.

Volgens afspraken in het regeerakkoord wordt driekwart van de meevallers uit extra inkomsten gebruikt voor verlaging van het tekort en een kwart voor verlaging van de belastingen. Als het tekort onder de 0,75 procent komt, wordt de verdeling precies gelijk. Bij een verwacht tekort van 0,6 en 0,1 procent zit er dus een extra lastenverlichting in het vat als de meevaller van blijvende aard blijkt te zijn.

Of dat gebeurt is de vraag, want premier Kok heeft eerder al aangegeven niet veel te zien in nog meer belastingverlaging dan de 5 miljard die is gepland bij de belastingherziening in 2001. Mensen die de afgelopen jaren minder hebben geprofiteerd van de hoogconjunctuur — minima, mensen met kinderen en AOW'ers zonder aanvullend pensioen — krijgen wel wat extra's. Daarover wordt deze dagen in het kabinet gesproken.

Ook zonder de belastingverlaging gaan de burgers er volgend jaar met minimaal 1 procent op vooruit in koopkracht, vooral door de verwachte stijging van de lonen (3 procent).