Prestatiebeloning

,,IN DE RECHTER vindt de rechtsorde zijn laatste kwaliteitsbewaker'', zo noteerde een hoogleraar eens in het Juristenblad. Deze omstandigheid maakt het een interessante opgave een element van prestatiebeloning in te voeren voor de rechterlijke macht. Het kabinet is het in beginsel eens met een voorstel van de interdepartementale beleidscommssie-Meijerink de gerechten te betalen naar rato van het aantal zaken dat zij omzetten.

De voorzitter van de beleidscommissie is hoogleraar economie en praeses van de vereniging van universiteiten. Dat is een voorbeeld dat staatssecretaris Cohen (Justitie) als eerstverantwoordelijke bewindspersoon voor de reorganisatie van de rechtspraak aanspreekt. Hij heeft zelf aan de universiteit carrière gemaakt. De nadruk op omzet en doorlooptijden in het moderne academische management is echter bepaald geen onomstreden voorbeeld voor de onafhankelijke rechtspraak.

Aandacht voor de bedrijfsmatige aspecten van de rechtspraak is op zichzelf geen overbodige luxe gezien het toenemend beroep op de rechter. De kneep zit hem in de combinatie met het ,,integraal management'' dat het kabinet voor ogen staat. Dit voorziet in een mate van interne controle op het werk van de rechters die zich moeilijk verdraagt met hun onafhankelijkheid. Dit beginsel geldt, anders dan wel wordt voorgesteld, niet alleen extern ten aanzien van andere machten in de staat maar ook intern tussen rechters onderling.

Onafhankelijke rechtspraak kent slechts één hiërarchie, de beoordeling van vonissen door een hogere rechter. Deze rechtsgang is openbaar en zoals dat heet ,,op tegenspraak'', zodat in beginsel naar buiten duidelijk wordt welke argumenten de doorslag geven. De moderne managementsfilosofie bedient zich van besloten rechterlijke besturen en een versluierend beheersjargon. Typerend voor de vermenging van verantwoordelijkheden is de aanbeveling rechters uit te wisselen tussen de rechtbanken en de gerechtshoven die nu juist als hof van beroep principieel een eigen plaats innemen.

DE CONCRETE RISICO'S van prestatiebeloning, zoals het plan-Meijerink al direct bekend is komen te staan, liggen vooral in de sfeer van stroomlijning van procedures. Het al dan niet samenvoegen van zaken, het inlassen van een onderzoeksronde, het hanteren van tarievenstelsels door de rechters, verkorte vonnissen: het zijn allemaal beslissingen waarmee winst valt te behalen in termen van het beheer, die ten koste gaat van de kwaliteit van het rechterlijk oordeel. Het sluitstuk van het integraal management dat het kabinet voor ogen staat is een systeem van personeelsbeoordeling waarvan men zich helemaal kan afvragen hoe dat zich nog verhoudt met individuele rechterlijke vrijheid.

De organisatie van rechters lijkt te denken dat het plan-Meijerink is bedoeld om de middelen voor de rechtspraak te verruimen. Eindelijk erkenning van de werklast. Dat is een nogal naïeve kijk op de harde werkelijkheid van de Haagse begrotingsrondes, waar bestedingsbeperking troef en een politiek belang nooit ver weg is. Integraal management betekent formeel een aanmerkelijke verschuiving van de beheersbemoeienis van het departement van Justitie naar de rechterlijke macht zelf. Maar het blijven politieke staatsorganen die de touwtjes van de beurs in handen hebben. Prestatiebeloning kan voor hen een uitgelezen drukmiddel vormen.