Leuk bedrag

Komt er nog wel eens kunst op de televisie? Jazeker, niet veel, maar toch. In de eerste plaats zogenaamd `kunstnieuws'. Dat betreft onvermijdelijk roof, beschadiging, vervalsing en hoge prijzen, anders gezegd de onbedoelde aspecten van de kunst. Ook als de koningin een tentoonstelling opent komen de camera's. Anders natuurlijk niet. Verder zijn er op late uren documentaires te zien, doorgaans over kathedralenbouw, de renaissance en de cultuur der Romeinen.

Een van de reguliere programma's die regelmatig en op informatieve wijze aan kunst doet is Tussen kunst & kitsch van de AVRO. De formule is helder opgebouwd uit drie elementen: wat, hoe en hoeveel schuift het. Op een aan het verleden herinnerende lokatie in Nederland wordt een soort kijk- en taxatiedag gehouden. Iedereen mag daar een kunstwerk of een vermeend kunstwerk meenemen. Dat wordt bekeken door antiquairs en kunsthandelaren, er komt een voorselectie en bij de uiteindelijke opnames verschijnen de gelukkigen voor de camera. De specialist onderzoekt, bevoelt, beklopt en ruikt aan het object en stelt vast wat het is. Dan vraagt presentator Cees van Drongelen hoe meneer of mevrouw aan het geval gekomen is en tenslotte komt de hamvraag: hoeveel zou het zaakje opbrengen.

Nogmaals: het is informatief, je steekt er wat van op en het programma moet ook zeker blijven. Toch knaagt er bij mij altijd iets als ik het zie. Gisteren was er een herhaling van een uitzending uit het Frans Halsmuseum te Haarlem. Na een in rap tempo gepresenteerde introductie op dat voormalige oude mannen- en vrouwenhuis, kwamen de uitverkoren bezitters met hun schatten in beeld. Met de vaas in de boodschappentas, het schilderij in een oude krant, het beeldje in een neteldoek. De deskundigen zaten achter hun tafel: het naslagwerk, de pincet, loep en aanwijsstokje onder handbereik. Ze hebben zich voorbereid en moeiteloos formulerend vertellen ze wat het object is. De eigenaar staat er wat bedremmeld bij. En ineens zag ik wat me een ongemakkelijk gevoel gaf: de licht neerbuigende houding ten opzichte van de eigenaar. Niet zozeer van de kunsthandelaar, maar eerder van de presentator. Samen zijn ze superieur; de eigenaar is bijzaak, die staat er in zijn zaterdagmiddagboodschappenkledij bij, terwijl de experts goedgekleed, hun professionele `representatieve uitstraling' hebben. Onveranderlijk hebben ze het over `een leuk schilderijtje', `een heel leuk klokje', `een capabel gesneden beeldje', `een heel aardig vaasje'. De presentor ziet toe met gespeelde verbazing. De tweede fase, de vraag hoe men aan het kunstvoorwerp gekomen is, straalt diezelfde houding uit. Een lichte vertedering maakt zich van presentator meester en je ziet hem denken: wat onnozel van mevrouw dat ze dat zomaar op de keukentafel heeft staan, en: gut wat grappig dat meneer dat nog van zijn grootvader heeft, maar wat dom om dat schilderijtje niet te verpatsen. Want ja, daar wordt in het programma naar toegewerkt. Met handenwrijvende ijver volgt de vraag: wat zou het opleveren? Na wat keelgeschraap komt er een bedrag uit. De camera zwenkt naar mevrouw of meneer en als die al niet de handen ineenslaat, dan uiten ze zich toch wel in een `goh', `tsjonge' of woordloos gesis, waarna Van Drongelen nog eens glunderend in beeld komt. Alsof hij dat bedrag persoonlijk geschonken heeft. `Een leuk bedrag' is zijn commentaar, in het Frans Halsmuseum bij de schatting van 50.000 gulden voor een Art Decobeeld.

Die hele houding van eerbied voor de specialist en smetteloze dienstvaardigheid van de presentator zie je ook bij medische programma's over operaties. Ook hier een gedwee publiek, een presentator die vol ontzag ietwat kruiperig opkijkt naar de specialist, terwijl de patiënt en zijn entourage geslagen toehoort. Hier wordt geen kunstwerk verklaard, maar een bovenmaats model van de knie, het oor of het hart, aan de hand waarvan wordt uitgelegd wat en hoe er gesneden gaat worden. Dat alles afgewisseld met opnames van de werklijke operaties. Alleen wordt hier de prijs nooit gevraagd.