Kartelbureau verbiedt kongsi van baggeraars

Negen baggerbedrijven die tweederde van de totale productie van beton- en metselzand in Nederland in handen hebben vormen een illegaal kartel. Dat heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) beslist. Hun onderlinge samenwerking bij de winning van zand is voortaan verboden.

Het besluit van de NMa betekent dat geplande, grootschalige ontzandingen in het Noord-Brabantse Cuijk en het Gelderse Beuningen in problemen komen. De provincie Gelderland blijkt bovendien de onderlinge afspraken te hebben opgenomen in een vergunning aan het nu verboden kartel.

De baggeraars werken samen in Nederzand BV en zijn actief in Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. De raamovereenkomst van Nederzand vermeldt dat de bedrijven moeten samenwerken bij landelijke zandwinprojecten. Voor de ontzandingen zijn sinds 1996 enkele projectvennootschappen opgericht. De onderlinge verdeling van de winningrechten per locatie is gebaseerd op de in het verleden behaalde afzetcijfers.

De uitspraak van de mededingingsautoriteit betekent dat Nederzand de raamovereenkomst moet opzeggen en geen nieuwe, soortgelijke afspraken mag maken. De bedrijven moeten stoppen met samenwerken bij het ontzanden van de Heeswijkse Kampen (85 ha) in Cuijk. Mogelijk moet het Brabantse provinciebestuur voor deze locatie een nieuwe vergunning verstrekken. Een ontheffing van het kartelverbod is ook niet verleend voor de geplande gezamenlijke ontzanding in Beuningen (188 ha).

Woordvoerder F. Snel van Nederzand zegt het verbod niet te begrijpen. ,,De NMa heeft de impact van onze samenwerking overschat. Het is enkel om praktische redenen dat wij samenwerken. Naar verwachting zullen wij beroep aantekenen.''

Nederzand vroeg vorig jaar bij de mededingingsautoriteit een ontheffing aan van het kartelverbod. Dat verbod is sinds 1 januari 1998 van kracht en opgenomen in de nieuwe Mededingingswet. De NMa heeft het ontheffingsverzoek nu grotendeels afgewezen. De bedrijven voldoen niet aan de eisen die gesteld worden aan een ontheffing. Bij de beoordeling gaven het structurele karakter van de afspraken, de beperking van de prijsconcurrentie en het vastleggen van de marktposities de doorslag. De baggeraars menen dat hun afspraken niet onder het kartelverbod vallen. De provincies zouden de bedrijven gedwongen hebben tot het maken van afspraken voor het winnen van het zand. De NMa deelt die mening maar ten dele. In de meeste gevallen was er volgens de autoriteit geen sprake van dwang.

De NMa maakt een uitzondering voor twee samenwerkingsprojecten: een deel van de ontzanding in de Kraaijenbergse Plassen bij Cuijk en de toekomstige ontzanding in het Gelderse Maasbommel.

KARTEL: pagina 3