Het vak

Ook deze tijd kan niet zonder idolen en daarom heeft de aanhang van de FC Utrecht – bij blijvende ontstentenis van Michael Mols – zich op de verering van een door het Parijse voetbalvolk verstoten balkunstenaar geworpen. Didier Martel plays very well, betoogde afgelopen zondag een levensgroot spandoek in Nieuw Galgenwaard. En inderdaad, als deze dribbelvaardige Fransman aan de bal was, had het zin om de ogen op het veld gericht te houden. Dan gebeurde er tenminste iets en soms zelfs iets briljants. Martel is een typische solist, die vaak een man te veel wil passeren, maar net als vroeger Faas Wilkes is hij ook het bekijken waard als hij zich vastloopt.

Van zijn soort moet je er niet te veel in je ploeg hebben, want dan loopt de zaak vast in schoonheid. Het is een grote kunst om hem in te passen in een elftal dat overigens uit zwoegers bestaat, die geen overmaat aan technisch meesterschap uitstralen en zo weinig overleg in hun spel hebben dat zij de overtreding al gemaakt hebben eer ze nog aan boze opzet denken. FC Utrecht en NEC kwamen gezamenlijk tot omstreeks zestig overtredingen, 35 voor de Nijmegenaren en 25 voor de thuisclub. Nu mag je er een stuk of tien aftrekken want Mario van der Ende was, net zomin als de spelers, in topvorm, maar vijftig is eveneens aan de hoge kant.

Trainers gaan op die zaken ongaarne in. Het seizoen is nog vers en zo'n fluitist kom je allicht nog een keer tegen en dan kan je maar beter goede vrienden zijn. Een strafschop is snel gegeven, net als een prent. Nu ik in de loop van vele jaren honderden persconferenties heb meegemaakt, krijg ik waarachtig een heel klein beetje medelijden met die coaches die altijd de behoefte voelen om zich tegen kritische vragen te verdedigen.

Van vorig seizoen herinner ik mij een assistent-coach van Sparta, die ons herinnerde aan het onweerlegbare feit dat zijn ploeg al na zeven minuten op achterstand kwam en daaraan de treurige conclusie verbond dat de wedstrijd toen ,,natuurlijk'' was afgelopen. Nog 83 minuten voor de boeg en voor hem was het doek al definitief gevallen.

Jongstleden zondag ging het om een debuterende nieuwe aankoop wiens roem hem was vooruitgesneld maar die nauwelijks een bal raakte. Moest de coach hem meteen al afbranden? Hij zal hem allicht nog vele malen moeten opstellen. Is het een wonder dat de trainer de historische woorden sprak: ,,Spelersnamen noem ik niet. Dat heeft weinig zin.'' Coach kan een mooi vak zijn, maar soms zou je het door de wc spoelen.