Het kartel van de zandbaggeraars

De zandbaggeraars slagen er maar niet in zich te ontdoen van hun negatieve imago. Na verdenkingen van corruptie, lawaaioverlast en opgeslokte landschappen, zijn er nu illegale werkafspraken.

De relatie tussen de Noord-Brabantse Maasgemeente Cuijk en de zandbaggeraars van Nederzand BV is goed. Eens per jaar maken de ambtenaren van ruimtelijke ordening en de verantwoordelijk wethouder met de baggeraars een rondvaart over de Kraaijenbergse Plassen waarna het gezelschap zich naar een goed restaurant begeeft. Laatstelijk naar het Cuijkse etablissement Carpe Diem. Op kosten van de baggeraars natuurlijk. Zoals ze ook het lokale verenigingsleven sponsoren en de Kraaijenbergse Plassen-loop financieren.

Hoezeer ze zich ook inspannen, de baggeraars naar zand en grind hebben een negatief imago. Waar ze zich aandienen met hun zandzuigers en baggersloepen ontstaat weerstand. Agrariërs raken hun grond kwijt, cultuurland verdwijnt voorgoed in een plas water en omwonenden worden jaren geplaagd door lawaai- en stofoverlast. Negatief is ook het imago door de talloze berichten over praktijken als het omkopen en fêteren van beslissers in Limburg en Gelderland.

Opnieuw negatief voor het imago is de constatering van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) dat de zandbaggeraars illegale werkafspraken maken, de concurrentie beperken en marktposities in onderling overleg hebben vastgelegd.

De zandwinning in Nederland is grotendeels in handen van een kartel van negen bedrijven. Ze werken samen op grote winlocaties. Daarvoor zijn per project vennootschappen opgericht en, in mei 1996, het bedrijf Nederzand BV. De bedrijfsomschrijving in het handelsregister van Nederzand rept over ,,het voorbereiden van de besluitvorming van de gezamenlijke landelijke industriezandwinbedrijven ten aanzien van de samenwerking bij de realisering van ontgrondingprojecten in (..) de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg (..) en de begeleiding en coördinatie c.q. uitvoering van die besluiten". Vennoten zijn de Maatschappij tot verwerving van Industriezand BV, met daarin vooral Brabantse en Gelderse zandwinbedrijven, en Grind- en Zandexploitatie Smals BV uit het Limburgse Herten.

De nu verboden samenwerking is het gevolg van het beleid van de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg, zegt woordvoerder F. Snel van Nederzand. De drie provincies zijn Nederlands grootste leveranciers van zand, grind en klei. Ze leveren tussen 1998 en 2008 samen 107 miljoen ton van de 170 miljoen ton beton- en metselzand die uit de bodem komt.

Snel: ,,Begin jaren negentig wilde Gelderland niet meer allerlei kleine ontzandingen in de uiterwaarden. In plaats daarvan wees de provincie twee grote, binnendijkse ontzandingslocaties aan. Voor één daarvan, in Maasbommel, lagen er echter twee vergunningaanvragen. Een van de Maatschappij tot verwerving van Industriezand BV en een van de Limburgse baggeraar Smals. Het provinciebestuur gunde het project aan beide partijen, die dienden samen te werken. Daar kwam Nederzand BV uit voort."

Door vertraging in de projecten kon Gelderland op dat moment niet voldoende zand leveren voor de landelijke behoefte. ,,Elke provincie heeft jaarlijks de taak om een bepaalde hoeveelheid beton- en metselzand te leveren voor de bouw", legt de Gelderse provincie-ambtenaar ir. H. 't Hoen uit. ,,Daarom spraken wij met Noord-Brabant en Limburg af dat uit die provincies tijdelijk iets meer zou komen. Baggeraar Smals zou op zijn Brabantse winlocatie in de Kraaijenbergse Plassen ruimte bieden aan zijn Gelderse collega's en daarna ter compensatie in Gelderland mogen baggeren. De provincies legden in de ontgrondingvergunningen vast welk aandeel de negen deelnemende bedrijven zouden krijgen van het gewonnen zand."

De samenwerking beviel prima en ook voor de tweede zandlocatie in Gelderland, bij Beuningen, en een tweede locatie in Noord-Brabant, de Heeswijkse Plassen bij Cuijk, kozen de baggerbedrijven voor nauwe samenwerking. Hoe de zandopbrengst in deze twee nieuwe locaties verdeeld moet worden, regelden de bedrijven onderling. De provincie Gelderland nam de verdeling over en legde die zelfs vast in de nieuwe vergunning voor de aanleg voor de haven van de locatie in Beuningen. De NMa oordeelt nu dat voor de ontzandingen in Beuningen en de Heeswijkse Plassen geen ontheffing verleend wordt van het kartelverbod, anders dan bij Maasbommel en een deel van de Kraaijenbergse Plassen. In Beuningen en de Heeswijkse Plassen is de samenwerking niet opgelegd door de provincies. Dat geldt ook voor de geplande uitbreiding van 52 hectare in de Kraaijenbergse Plassen.

Gelders ambtenaar 't Hoen voorziet mogelijk problemen nu de NMa geen ontheffing heeft verleend voor het ontzandingsproject Beuningen. ,,Dat kan lastig worden. Misschien moet de betrokken vennootschap worden ontbonden of aangepast, en is een nieuwe vergunning nodig." Woordvoerder Snel van Nederzand blijft volhouden dat er geen sprake is van een kartel. ,,De concurrentie blijft overeind. Het gaat alleen om een samenwerking op praktische zaken." Ook Snel ziet het negatieve imago van zijn bedrijfstak, maar relativeert dat. ,,Als u op een mooie dag recreanten aan oever van zo'n plas hun mening vraagt, blijkt dat toch anders te liggen. Plassen zijn rustplekken. Bovendien is het grondbeslag van zandwinning niets vergeleken met het stedelijk ruimtebeslag." Dat neemt niet weg dat nieuwe bedrijven er niet tussenkomen bij Nederzand. Dat merkte directeur A. Baardemans van NV Grint-Maatschappij Arnhem. Hij heeft vanaf 1986 in totaal vijftig hectare grond bij Maasbommel opgekocht, en wil ('met dat behoorlijke stuk eigendom') graag aan het conglomeraat deelnemen. Hij kreeg nul op het rekest van de zandwinners - die de spoeling niet dunner wilden maken - en van de provincie, die hem vertelde dat hij geen vergunning kreeg, ,,omdat die naar de combinatie gaat". ,,Ze hebben me nooit gesteund en ze hebben zich veel te weinig moeite getroost om iets voor ons te doen", zegt hij.