Een fanatieke vechtjas met een heilige missie

Acht jaar geleden, toen president Dzjochar Doedajev eenzijdig de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië uitriep, studeerde Sjamil Basajev landbouwwetenschappen in Moskou, een studie die hij financierde met de verkoop van computers. Hij gaf na de eenzijdige uitroeping van de onafhankelijkheid onmiddellijk zijn bestaan in Moskou op, kaapte een Russisch passagiersvliegtuig als eerste bijdrage aan de onafhankelijkheidsstrijd en keerde na de kaping van de Toepolev, die in Turkije eindigde met een vrije aftocht van de kaper, naar Tsjetsjenië terug. Nu is Sjamil Basajev (34) oud-premier van Tsjetsjenië, oorlogsheld met een eigen leger, en commandant van de fundamentalistische separatisten die in Dagestan, buurrepubliek van Tsjetsjenië, tegen de Russen vechten voor een onafhankelijke islamitische republiek Dagestan. ,,Wat in Dagestan gebeurt is het antwoord van de islamieten op het Russische juk. We helpen de Dagestaanse moslims in hun strijd tegen de ongelovige'', zo zei gisteren de commandant in het Dagestaanse grensdorp Botlich.

In 1993 leidde Basajev een berucht bataljon van Tsjetsjenen die de islamitische Abchaziërs te hulp kwamen in hun strijd tegen de christelijke Georgiërs. Toen de Russen in december 1994 Tsjetsjenië binnenvielen, werd hij al snel een van de bekendste Tsjetsjeense legerleiders. Hij verloor naar eigen zeggen elf familieleden door het optreden van de Russen. Het maakte zijn eigen doodsverachting alleen maar groter: ,,Of ik dood ga maakt niets uit. Het gaat erom hoe ik dood ga. We moeten eervol sterven.''

Basajevs troepen verlieten in januari 1995 als laatste Tsjetsjeense eenheden de door de Russen platgebombardeerde hoofdstad Grozny. Een paar maanden later, in juni 1995, werd Sjamil Basajev op slag wereldberoemd als leider van de Tsjetsjeense commando's die ongehinderd vanuit Tsjetsjenië optrokken naar de stad Boedjonnovsk in het zuiden van Rusland, waar ze rond duizend mensen in het plaatselijke ziekenhuis in gijzeling namen. Tijdens de massale gijzeling, een peilloze vernedering van het gezag in Moskou en de Russische strijdkrachten, kon de hele wereld op de televisieschermen zien hoe de bebaarde rebel Basajev via de satelliettelefoon met de Russische premier Tsjernomyrdin onderhandelde over de vrijlating van de gijzelaars en de aftocht van de gijzelnemers. De coup van Boedjonnovsk (honderdvijftig doden) was de zwaarste klap voor het imago van de leiding in Moskou van de afgelopen jaren.

Na de oorlog bleef Basajev een hoofdrolspeler op het uiterst chaotische politieke en militaire toneel in het de facto onafhankelijke Tsjetsjenië. Het land staat sinds eind 1996 in het teken van banditisme, criminaliteit, anarchie en de rivaliteit tussen verschillende krijgsheren die elk hun eigen clan aanvoeren en hun eigen leger hebben. Basajev is een van die krijgsheren, die elkaar en de centrale macht bevechten, een bloeiende ontvoeringsindustrie op touw hebben gezet en de strenge islamitische wetgeving willen invoeren. De pogingen van de gematigde president Aslan Maschadov om orde op zaken te stellen lopen stelselmatig stuk op het verzet van die doorgaans fanatiek fundamentalistische krijgsheren.

Begin vorig jaar liet Basajev na een nederlaag bij de presidentsverkiezingen (hij kreeg 22 procent van de stemmen) weten de politiek te verlaten, zijn partij Marsjana Toba (Vrijheidspartij) te ontbinden en in zaken te gaan: hij wilde weer computers gaan verkopen. Maar dat voornemen liet hij al snel weer varen. Hij werd vice-premier en bevelhebber van het leger. In januari van dit jaar trachtte president Maschadov de lastige Basajev nog verder aan zich te binden door hem premier van Tsjetsjenië te maken. Maar dat bondgenootschap tussen de gematigde president en de fanatiek-islamitische vechtjas hield niet lang stand: in februari al stelde Basajev zich aan het hoofd van een tegenregering van fundamentalisten die zich ten doel stelt de president voor een islamitische rechtbank te brengen omdat hij zich teveel inlaat met compromissen met Moskou en aarzelt de inmiddels door Maschadov ingevoerde islamitische wetgeving in de praktijk te brengen.