Burgemeester mag geen autocraat zijn

De discussie over de gekozen burgemeester gaat voorbij aan de vraag wat de inhoud van dat ambt moet zijn, vindt O.L.E. Jongmans.

Jan Terlouw frutselt in zijn artikel over de gekozen dan wel benoemde burgemeester aan het laatste rafeltje van het probleem (NRC Handelsblad, 15 juli). De principiële weeffout ziet hij echter over het hoofd. De kern van het probleem zit hem namelijk niet in de benoeming of verkiezing van de burgemeester, maar in de inhoud van diens ambt.

De vraag is immers of de rijkstaken waarvan Terlouw rept echt rijkstaken zijn, en of dat ook de noodzaak van een benoeming door het rijk met zich meebrengt.

Het huidige staatsrechtelijke type burgemeester is gebaseerd op het wantrouwen over het feit of een lokale bestuurder bepaalde taken met een bovenlokaal aspect (zoals het handhaven van de openbare orde) wel aan zou kunnen en of hij die ook loyaal aan het rijk en diligent zou uitvoeren. Daarom is gekozen voor een burgemeester die een soort rijksheer was, en die dat tot op de dag van vandaag nog is. (Een rijksheer is de regionale hoogste ambtenaar van een gedeconcentreerde rijksdienst). Dát hij meer rijksheer is dan gemeentebestuurder, wordt gedemonstreerd door het feit dat de burgemeester in de gemeenteraad geen stemrecht heeft, maar wel raadsbesluiten die hem staatsrechtelijk onjuist lijken kan voordragen voor vernietiging.

De burgemeester blaast in het college echter wel zijn partijtje mee. Bij het staken van stemmen geeft hij zelfs de doorslag. En bij aan het college gemandateerde besluiten beslist hij mee. De wethouder kan mét zijn democratisch mandaat, in het college tóch gehandicapt komen te staan tegenover een eigenzinnig en koppige burgemeester.

De burgemeester heeft door deze invloed de facto ruimte voor politiek handelen, dat echter verborgen blijft. Hij stemt immers niet in de raad, dus niemand weet hoe hij erover denkt en welke duit hij in het zakje heeft gedaan in het college. Voor zijn rijkstaken hoeft hij geen verantwoording af te leggen aan de raad. Dikwijls weigert hij dit dan ook, hoezeer die taken ook het reilen en zeilen van de gemeente beïnvloeden. Vandaag de dag is dit te gek voor woorden.

Dit alles is schadelijker voor het democratisch functioneren en het democratisch aanzien van het plaatselijk bestuur dan de vraag hoe de burgemeester aan zijn baan komt. Maar het enige waarmee D66 nu komt is de burgemeester niet meer te benoemen, maar te kiezen. Welke van de hierboven genoemde problemen worden dáár nu mee opgelost?

Het eigenlijke democratische probleem is de wezenlijk bevoogdende negentiende-eeuwse structuur van het hedendaagse burgemeesterschap. Het is daarom beter om het probleem zelf onder de loep te leggen. Is het uitoefenen van taken zoals het handhaven van de openbare orde alleen een bovenlokaal en niet tevens een lokaal belang (deels uit te voeren volgens bovenlokale wettelijke regels)? Is het noodzakelijk dat die taak door een bovenlokale functionaris wordt behartigd? Of zijn we als burgers inmiddels zódanig geëmancipeerd en verantwoordelijk, dat we taken met een bovenlokaal aspect ook aan een lokale functionaris kunnen toevertrouwen? En zijn we als staatsburgers inmiddels niet volwassen genoeg om het afleggen van verantwoording te verlangen van de functionaris die taken verricht die, hoewel deels bovenlokaal, ook ons rechtstreeks raken?

Biedt Terlouw, zolang als (Grond)wetswijzigingen nog op zich laten wachten, met zijn voorlopige regeling dan geen tijdelijk soelaas? Ik denk het niet. Want in zijn voorstel gaat het nog steeds om die negentiende-eeuwse rijksheer. Hij verkoopt derhalve knollen voor citroenen. Men kan er zelfs méér verwarring en vervreemding van verwachten. Een burgemeester die in feite op bepaalde punten een autocraat is, is al erg. Als die autocraat ook nog eens gekozen is, wordt het cynisch.

Essentieel is dat éérst de inhoud moet worden bepaald en daarna pas de vorm en de procedure. Willen we een negentiende-eeuwse bestuurder of willen we een bestuurder die bij het derde millennium past? Als we dat weten, zien we vanzelf welke aanstellingsvorm daar het beste bij past: benoeming van rijkswege, met of zonder lokale invloed, benoeming door de gemeenteraad, of verkiezing door en uit de gemeenteraad of verkiezing door de burgers. Het is mij vrijwel om het even, als het ambt nu maar eens echt democratisch werd.

O.L.E. Jongmans is oud-wethouder van de gemeente Wateringen.