Bolkestein: meer Europese integratie

De Nederlandse kandidaat-eurocommissaris Frits Bolkestein is voorstander van verdere Europese integratie bij het buitenlands- en veiligheidsbeleid en op de gebieden van justitie en binnenlandse zaken.

Hij schrijft dit in antwoorden op schriftelijke vragen van het Europees Parlement. Volgens Bolkestein hebben politici de verantwoordelijkheid de burgers het voordeel uit te leggen van het ,,historische project'' van economische en politieke integratie.

Het Europees Parlement heeft alle negentien kandidaat-eurocommissarissen een lijst gedetailleerde vragen voorgelegd. Op basis van de antwoorden begint het parlement op 30 augustus met een reeks hoorzittingen waarbij de kandidaten aan de tand zullen worden gevoeld. Op 7 september zal tenslotte de voorzitter van de nieuwe Europese Commissie, Romano Prodi, worden gehoord.

Het is niet uitgesloten dat het parlement op basis van de hoorzittingen Prodi verzoekt kandidaat-eurocommissarissen terug te trekken. Het Europees Parlement stemt op 15 september over de nieuwe Commissie.

De beantwoording van de parlementaire vragen door de kandidaat-eurocommissarissen is gisteren gepubliceerd in een document van meer dan 900 pagina's. De meeste antwoorden bevatten niet meer dan een overzicht van de stand van zaken bij gebieden die tot het terrein van de kandidaat-eurocommissarissen behoren. Duidelijke standpunten worden meestal ontweken. Bolkestein doet dat bijvoorbeeld bij de beantwoording van de vraag of op zijn gebied meer of minder Europese harmonisering noodzakelijk is. Enkele jaren geleden was zijn stelling nog dat er `genoeg Europa' is. Hij schrijft nu dat EU-lidstaten zoveel mogelijk elkaars wetgeving moeten erkennen, maar dat verdere harmonisering op Europees niveau nodig om de werking van de interne markt te bevorderen. Over harmonisering en coördinatie van belastingen in de EU neemt hij het standpunt van zijn voorganger Monti over: bij accijnzen en BTW is een hoog niveau van harmonisering noodzakelijk, inkomstenbelasting blijft een zaak van de lidstaten en bij andere directe belastingen (op renteinkomsten en vennootschapsbelasting) is ,,een zekere graad'' van coördinatie vereist.

De kandidaat-eurocommissaris met de meest kritische vragen over zijn verleden is de Fransman Pascal Lamy (Buitenlandse Handel). Hij was begin van de jaren negentig kabinetschef van de toenmalige voorzitter van de Commissie, Jacques Delors, en zou in die functie te weinig gedaan hebben aan de bestrijding van corruptie. Lamy verdedigt evenwel zijn aanpak van die corruptie bij de veiligheidsdienst van de Commissie. Hij verdedigt ook het gebruik van zijn bij de Commissie opgedane kennis ten dienste van zijn latere werkgever, de Franse bank Crédit Lyonnais. Lamy speelde een belangrijke rol bij onderhandelingen met de Commissie over sanering van de schulden van Crédit Lyonnais.

    • Ben van der Velden