VS in debat over schoolgeweld

Het nieuwe schooljaar is begonnen op de Columbine High School, waar in april 12 scholieren werden vermoord. Jeugdgeweld en vuurwapens zijn dé items op de politieke agenda, maar het geweld op scholen daalt.

Vandaag begint het nieuwe schooljaar op de Colombine High School In Littleton, Colorado. De school is er klaar voor. Er zijn zestien nieuwe surveillance-camera`s, ouders patrouilleren over de gangen als ,,monitoren'' en iedere scholier draagt voortaan zichtbaar een identificatie-pasje.

Ook de kledingcode is aangepast: lange regenjassen waren al verboden, hoeden en camouflage-kleding worden mogelijk ook taboe. En de bibliotheek waar de scholieren Erik Harris en Dylan Klebold op 20 april een groep mede-leerlingen doodschoot voordat ze zelfmoord pleegden, is nu door een rijtje kasten discreet aan het zicht onttrokken.

In de Verenigde Staten is het begin van het schooljaar in Colombine voor veel kranten aanleiding terug te kijken op de schietpartij van 20 april, waarbij twee scholieren twaalf leerlingen en een docent neerschoten. Dit incident, de climax in een rij bloedige schietpartijen op scholen, heeft vuurwapens weer bovenaan de politieke agenda geplaatst. Elke nieuwe schietpartij, zoals onlangs die van de mislukte zakenman Mark Barton in Atlanta of van de neonazi Buford Furrow in een joodse chèche in Los Angeles, versterkt dat.

Voor scholen in de Verenigde Staten is Columbine High aanleiding geweest om de beveiliging aanmerkelijk te verscherpen. Metaaldetectors, normaal in de grote steden, worden volgens Newsweek nu ook in versneld tempo ook op plattelandsscholen geïnstalleerd. Fabrikanten van surveillance-camera's hebben een goed jaar. Lokale arrrestatieteams hebben tijdens de schoolvakantie stelselmatig scholen onderzocht op vluchtwegen en oefeningen gehouden. In sommige staten is het nu op scholen toegestaan dat beveiligingsagenten of zelfs docenten met verborgen vuurwapens rondlopen. Maar het is zeer de vraag of al deze maatregelen zinvol zijn bij scholieren die zo nietsontziend en suïcidaal optreden als Harris en Klebold.

Het grote debat over jeugdgeweld en vuurwapens verloopt in de Verenigde Staten via de gebaande paden. Conservatieven neigen ertoe te waarschuwen voor mediageweld en normvervaging, die een gewelddadige, nihilistische generatie zou hebben opgeleverd. De eerste - en eigenlijk enige - stap die het door Republikeinen gedomineerde Congres tot dusver tegen schoolgeweld wilde nemen, was erop aan te dringen dat de Tien Geboden op scholen worden opgehangen. Vorige week ging het Congres met reces zonder het over nieuwe vuurwapenrestricties eens te worden. Democraten, voor wie vuurwapens een machtig wapen wordt in de komende verkiezingensstrijd, weten op hun beurt Columbine goed uit te buiten. ,,Over elf dagen begint het schooljaar in Colombine'', klaagde senator Edward Kennedy vorige week. ,,Het is schandalig dat we nog niets hebben bereikt.''

Bij alle publiciteit over jeugdgeweld is het overigens nogal opvallend dat het geweld op Amerikaanse scholen juist terugloopt. Ruim tachtig procent van de Amerikanen denkt dat het toeneemt, zo blijkt deze week uit een peiling van Newsweek. Maar het aantal doden op scholen bedroeg vorig jaar 25, terwijl er in het begin van de jaren negentig elk jaar ten minste 50 scholieren door geweld overleden. Ter vergelijking: het totale aantal kinderen dat stierf door geweld, bedroeg in 1997 4.223.

Uit recente studies blijkt het aantal scholieren dat soms een wapen bij zich draagt, tussen 1991 en 1997 van 18 naar 26 procent te zijn gedaald. Het aantal scholieren dat bij vechtpartijen betrokken raakt, daalde in diezelfde periode van 43 tot 37 procent. Het aantal scholieren dat van school werd gestuurd wegens bezit van vuurwapens, bedroeg in het schooljaar 1997-1998 3.930 - een daling van 30 procent. De school, zo concludeert Newsweek, is momenteel een van de veiligste plaatsen waar een kind zich kan ophouden.

De statistieken bieden ook weinig aanleiding om aan te nemen dat de huidige generatie jongeren gewelddadiger is dan vroeger. Het aantal moorden door 14- tot 17-jarigen, dat in de jaren tachtig spectaculair steeg van 8.5 per 100.000 in 1984 tot 30.2 in 1993, is in 1997 bijvoorbeeld weer gedaald tot 16.5 per 100.000. In The Washington Post stelde een socioloog dat de dalende tendens veroorzaakt wordt door het feit dat ouders zich intensiever met de opvoeding gaan bemoeien. Ook het hardere optreden van de politie zou een rol spelen, alsmede het feit dat de crack-epidemie over zijn hoogtepunt heen is en straatgangs uit de mode zijn.

Sommige experts stellen zelfs dat de misdaadgolf onder jongeren in de jaren tachtig deels kunstmatig was: de toen ingezette verscherping van het poltie-optreden leidde tot een arrestatiegolf; gewone vechtpartijen op school, die vroeger hooguit tot strafwerk leidden, werden ineens geklassificeerd als `zware mishandeling'.

Wat in elk geval zeker meespeelt, is er momenteel domweg niet zoveel jongeren zijn. Sommige wetenschappers waarschuwen voor een aanstormende generatie `superpredator juveniles', losgeslagen gettojeugd die de moordstatistieken weer tot recordhoogten zullen opstuwen. Zij wijzen er ook op dat de grootste risicogroep voor geweldsmisdrijven, de groep van 14 tot 24, nu slechts 40 miljoen jongeren bedraagt, maar in 2010 weer 50 miljoen.