Veel kinderen krijgen is weer in

Hoogopgeleide dertigers hebben weer graag drie of meer kinderen.

De derde zoon, Felix, is twee maanden oud. Floris (4), nummer één, en Max (2), nummer twee, geven hem voorzichtig een welterustenkusje. Dan rennen ze naar buiten. Floris eerst, Max erachter aan. Ze gaan gevangenisje spelen.

,,Dat is nieuw'', zegt moeder Elisabeth Zonjee (35). Sinds de geboorte van Felix gaan ze er samen vandoor. Het is een van de redenen waarom ze drie kinderen wilde: ,,Ze richten zich op elkaar en onttrekken zich aan onze aandacht.'' Een groot gezin is gezond, vindt ze. En drie kinderen is ineens een groot gezin.

,,Je kunt ze niet voortdurend in de gaten houden'', zegt Erik van der Flier (33), de vader. ,,Ze ontwikkelen noodgedwongen sociale vaardigheden en voeden elkaar een beetje op.'' Zelf heeft hij dat gemist, de drukte en de onbekommerde vrijheid. In het kleine gezin waar hij zelf uitkomt heerste een permanente controle.

Erik is bedrijfskundige en lid van het managementteam van een grote drogisterijketen, Elisabeth gaf tot haar laatste zwangerschapsverlof trainingen Nederlands aan een taleninstituut en is sinds kort thuis. Ze wonen in een jarendertighuis in Bussum, voor de deur staat een nieuwe kobaltblauwe Renault Kangoo.

Hoogopgeleide dertigers kiezen in toenemende mate voor het klassieke gezin. Uit een recent bevolkingsonderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat 32 procent van de hoogopgeleide Nederlandse vrouwen tussen de 34 en 43 jaar drie of meer kinderen krijgt. Van de vorige generatie moeders (die in de jaren tachtig een gezin stichtten en nu tussen de 43 en 52 jaar oud zijn) kreeg 26 procent drie kinderen of meer. De stad Rotterdam noteert voor het tweede achtereenvolgende jaar een toename van het aantal driekindgezinnen, zo blijkt uit de jaarcijfers van het gemeentelijk Centrum voor Onderzoek en Statistiek die deze week verschenen.

Er is een relatie tussen de huidige economische groei en het kindertal, zegt Peter Cuyvers, werkzaam bij de Nederlandse Gezinsraad en vader van zes kinderen. Derde en vierde kinderen komen er alleen als ze betaald kunnen worden. Er moet woonruimte zijn, er moeten au pairs en kindermeisjes in huis worden gehaald. Lageropgeleiden beperken zich om die reden vaker tot één kind.

Er heerst volgens Cuyvers echter ook een vage notie dat kinderen de kwaliteit van het bestaan verhogen. ,,Na het materiële welzijn volgt het geestelijke welzijn. De meeste mensen met kinderen zien zichzelf als onderdeel van een groter geheel van generaties. Dat versterkt je relativeringsvermogen. Als je eenmaal de verantwoordelijkheid over kinderen draagt, maak je je minder druk over beleidsnota's.''

,,Je kunt niet anders'', zegt Tjeerd Delsing (44), handelaar in onroerend goed en vader van vier kinderen tussen de vijf en twaalf jaar. Zijn vrouw Eta (40) heeft zich volledig aan het moederschap gewijd, maar Tjeerd is verantwoordelijk voor `de ochtend': het aankleden, het ontbijt, de broodtrommels, het weghelpen. ,,It all adds up: een baby kun je nog in een doosje in de hoek zetten, maar zodra je meer kinderen hebt van boven de één gebeurt niets meer tegelijkertijd. Niemand poept op hetzelfde moment.''

De Delsings wonen in Amsterdam-Zuid. Onlangs stapten ze over van de steeds wisselende au pairs op een deeltijdoppas in het spitsuur (tussen vijf en half zeven 'savonds). Het huis wordt schoongehouden door twee Volendamse werksters en een strijkster. ,,Ik geloof dat we geen afscheid kunnen nemen van het kinderen krijgen'', zegt Tjeerd. ,,Ze vernieuwen je en een groot gezin betekent voor mij grote status.''

Volgens Gijs Beets, als demograaf verbonden aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut, worden kinderen onder hoogopgeleiden steeds meer beschouwd als een teken van rijkdom. ,,De keuze voor een groot gezin is misschien intuïtief, je onderscheidt je er wel mee. In Zweden en Frankrijk treedt hetzelfde mechanisme op onder goed geschoolde ouders.'' Beets vergeleek de motieven van Nederlandse hoogopgeleiden om kinderen te krijgen vanaf 1880 tot nu en kwam tot de conclusie dat deze groep nooit status ontleende aan drie kinderen of meer. ,,Een of twee kinderen is lang de norm geweest. Dat duidde op beheersing. Nu het gemiddelde aantal kinderen per vrouw in Nederland blijft steken op 1,6 is het grote gezin plotseling een statussymbool.'' De demograaf is ervan overtuigd dat de trend doorzet, ook onder laagopgeleiden.

De reproductiedrift onder hoogopgeleiden gaat gepaard met een toenemende vrijwillige kinderloosheid bij deze groep. Dat is merkwaardig. 34 procent van de hoogopgeleide Nederlanders tussen de 34 en de 43 jaar richt zich volledig op de arbeidsmarkt en koestert geen kinderwens. Gijs Beets kent zelfs een categorie `hardnekkige carrièrejagers' uit de surveys ,,die zo gefixeerd zijn op het werk dat ze geen partner willen''.

Peter Cuyvers van de Nederlandse Gezinsraad spreekt van een tweedeling tussen betere inkomens mét en zonder kinderen. ,,Als je ze wel hebt, zet je door. Moeder haalt de babykleertjes nog eens tevoorschijn en vader gaat overstag. Als je ze niet hebt, is een toppositie een aantrekkelijk alternatief.'' Het gevaar is volgens hem dat mensen met kinderen lagere maatschappelijke posities gaan bekleden. De strijd tussen rijk en arm wordt de strijd tussen kinderrijk en kinderarm. ,,Alleen met wetgeving kan de overheid stimuleren dat partners gezamenlijk thuisblijven om een paar jaar voor de kinderen te zorgen.''

Bij de familie Van der Flier heeft Elisabeth de zorg voor de kinderen op zich genomen. Het is de vraag of ze op korte termijn weer een taalbeheersingstraining kan geven. ,,Met drie kinderen kan van alles nog'', troost Erik. ,,Met vier ontkom je niet aan het fulltime moederschap.''

,,Als ik dit goed wil doen, moet ik voorlopig thuisblijven. Floris gaat net naar school. Hij is erg gevoelig'', zegt Elisabeth.

Erik: ,,Vanaf de geboorte van Floris bood mijn carrière het meeste perspectief. Elisabeth werkte vooral om zich geestelijk te kunnen ontplooien. Geld was de belangrijkste overweging, daarom bleef ik vijf dagen werken.''

Elisabeth: ,,Het was een heikel punt, want de mogelijkheden waren er niet. De kinderopvang kostte meer dan ik binnenbracht.''

Erik: ,,Ik probeer nu wat gas terug te nemen, maar ik zou niet méér willen zorgen. Dat kan ik nu niet opbrengen. Al zou ik best nog een vierde kind willen.''

Elisabeth: ,,Ik voel een grote opluchting dat het volbracht is. Niet meer zwanger, geen bevallingen. Nu begint het gezinsleven.''