`Snelle rechtsgang voor geld te koop'

Rechtbanken moeten in de toekomst worden betaald naar rato van het aantal afgehandelde zaken, adviseerde een ambtelijke commissie onder leiding van M.H. Meijerink aan het kabinet.

. ,,Ongekend voortvarend voor Nederlandse begrippen.'' zegt de voorzitter van de Commissie Interdepartementaal Beleidsonderzoek Bedrijfsvoering Rechtspraak. M.H. Meijerink heeft geen enkele reden tot mopperen. Vorig jaar december werd hij aangezocht het voorzitterschap op zich te nemen van een commissie die een interdepartementaal beleidsonderzoek ging doen. Onder leiding van `buitenstaander' Meijerink ging de commissie koortsachtig aan de slag en rondde haar werk in het voorjaar al af met het rapport Recht van spreken. Begin juli vergaderde het kabinet over de aanbevelingen en nam ze in hoofdlijnen en met een enkele kanttekening over. Gevolg is dat rechtbanken in de toekomst zullen worden gehonoreerd naar rato van het aantal en de aard van de zaken die zij afdoen.

Het belang van een goed functionerende rechtspraak kan volgens Meijerink moeilijk worden onderschat. Maar om deze publieke taak bij uitstek in verband te brengen met geld heeft naar zijn smaak iets profaans. De vraag ligt voor de hand. ,,Is een goede en snelle rechtsgang voor geld te koop?'' De commissie meent unaniem van wel. Een nieuwe, op prestaties gerichte bekostiging van het gerecht zal beslist bijdragen aan een kwalitatieve verbetering van de rechtspraak, zo stelt het rapport. Helemaal nieuw is die overtuiging overigens niet, zo bleek al uit de nota van het vorige kabinet die de titel Van uitgaven naar kosten meekreeg.

,,Maar vier jaar geleden zou een dergelijk advies volstrekt onmogelijk zijn'', zegt Meijerink, die benadrukt dat ook de rechterlijke macht in de commissie vertegenwoordigd was. ,,Maar deze, toch vérgaande aanbevelingen kun je alleen doen als de sector zelf enorm in beweging is. De voorstellen zijn ingrijpend, maar ze passen goed in hetgeen de rechterlijke organisatie zelf voor ogen heeft'', zegt Meijerink.

Vier jaar geleden was er van samenwerking tussen rechters nog nauwelijks sprake. ,,In zo'n situatie zou invoering van dit nieuw vergoedingssysteem helemaal niet mogelijk zijn. Maar de rechtbanken zelf zijn daar intussen een heel stuk verder mee. Ze zijn veel beter georganiseerd.'' Dat is volgens hem een gevolg van het feit dat de rechtspraak de laatste jaren `volop in de schijnwerpers staat' en `flink in beweging is'. De twee bewindslieden van Justitie staan bovendien forse veranderingen op het gebied van de rechterlijke organisatie voor. ,,Voor de commissie was het dus een zaak van schieten op een bewegend doel'', meent Meijerink.

De belangrijkste aanbeveling van de commissie komt erop neer dat de gerechten moeten worden bekostigd door de Raad voor de Rechtspraak, de Raad op zijn beurt door het ministerie van Justitie. De sleutel in de nieuwe verhoudingen is een bekostiging van het gerecht die is gekoppeld aan het aantal afgehandelde zaken, met per soort afdoening een normvergoeding. Die normvergoeding ligt in de buurt van de gemiddelde kostprijs van de gehele rechtspraak, maar wordt gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkelingen. De hoogte van de normprijs wordt regelmatig herijkt via een kosten-effectiviteitsanalyse. Voor een volgend jaar ligt het budget voor een bepaalde rechtbank dus vast.

Dat wil zeggen dat een afgesproken aantal af te handelen zaken tegen de normvergoeding wordt bekostigd. Maar als een gerecht een groter of kleiner aantal zaken afhandelt dan was voorzien, dan volgt het jaar daarop een nacalculatie. ,,Het kan dus voorkomen dat een rechtbank zich tot de Raad wendt en zegt: kijk es hier, kunnen we even beuren. Het omgekeerde kan ook, maar het is opmerkelijk dat Justitie op dit voorstel `ja' antwoordt, want het is in zekere zin een open-eindconstructie, die behoorlijke gevolgen voor de begroting kan hebben'', zegt Meijerink.

De ene zaak is de andere niet. Een zaak die door de politierechter in een half uur wordt afgehandeld, kan niet even veel worden vergoed als een mega-zaak als die tegen de Hakkelaar. ,,Daarvoor moet een nieuw systeem worden ingevoerd, dat inmiddels bekend staat als Lamicie. Binnen de rechterlijke macht is daar ook consensus over. Zaken worden ingedeeld in een aantal categorieën, zodat de werklast voor de rechtbank vrij nauwkeurig kan worden gemeten'', aldus Meijerink.

Het doel van de nieuwe manier van werken is het vergroten van de transparantie. ,,Dat wil zeggen, dat je een verband moet kunnen zien tussen de inzet van meer geld en wat de rechterlijke macht daar nu eigenlijk voor levert. Dat geeft houvast voor politieke besluitvorming en je kunt de doelmatigheid van rechtbanken echt gaan sturen. Een rechtbank die beneden de maat blijft krijgt gewoon minder geld.''

Voor het gevaar dat een rechtbank een loopje gaat nemen met de zorgvuldigheid van uitspraken om maar zo veel mogelijk geld binnen te halen, behoeft volgens Meijerink niet te worden gevreesd. ,,Het spreekt van zelf dat je in het nieuwe systeem voortdurend de kwaliteit van het werk moet meten. Daar hoefden wij geen aanzet toe te geven. De rechterlijke macht zelf is daar al heel ver mee gevorderd.''