Renes voltooit Bruckner

Honderdveertig pagina's met schetsen liet Anton Bruckner op zijn sterfbed na. Nog ín dat sterfbed had hij aan zijn laatste, Negende symfonie gewerkt, maar de compositie bleef onvoltooid en doet sindsdien dienst als bewijs van de stelling dat ook een onaf werk af kan klinken. Slechts de schetsen maakten nieuwsgierig naar de finale die de componist voor oren stond.

Afgelopen weekend was het gehele slotdeel voor het eerst in Nederland te beluisteren in de reconstructie onder eindredactie van de Duitse muziekhistoricus/dirigent Benjamin Gunnar Cohrs. Cohrs bood het Gelders Orkest aan zelf zijn voltooiing van het vierde deel te komen dirigeren, maar Lawrence Renes, sinds vorig seizoen chef-dirigent bij het orkest, gaf er de voorkeur aan zelf de teugels in handen te houden.

Na uitvoeringen in Arnhem en Nijmegen bleek gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw dat Cohrs aan Renes een conscentieus pleitbezorger had. De Finale volgde naadloos op het Adagio waarmee de Negende doorgaans besluit, en wierp met terugwerkende kracht een ander licht op Renes' interpretatie van de eerste drie delen.

Omdat in de motieven van de Finale wordt teruggegrepen op de eerste drie delen, kreeg de Negende symfonie een cyclisch en daardoor `compleet' karakter. Zonder slotdeel laat de symfonie zich beluisteren als een coherent lineair betoog, met slotdeel wordt het eerste deel veeleer een opmaat tot het tweede en derde, waarna de Finale terugblikkend, en tenslotte met enigszins banaal klaterende triomftrompetten, besluit. Alleen al het feit dat Cohrs slotdeel op basis van Bruckners gedachtegoed een ander licht werpt op diens zwanenzang bewijst het belang en het bestaansrecht van de reconstructie - ongeacht de principiële bezwaren die evenzeer legitiem zijn waar op een fundament van 140 pagina's schetsen een halfuur durend symfonisch geheel wordt gebouwd.

Hoewel het Gelders Orkest niet rafelloos speelt en de helderheid zeker in de kopersectie soms wat vertroebelde, imponeerde Renes met de rijkdom van klank die hij in slechts één jaar tijd als chef-dirigent heeft opgebouwd.

Zoals Bernard Haitink onlangs de modernistische aspecten in de Vierde symfonie van Mahler beklemtoonde, benadrukte Renes in Bruckner diens eigenheden. De uitwerking daarvan won cumulatief aan kracht. Het breed uitspelen van de melodische heroïek ging in het eerste deel nog ten koste van de innerlijke muzikale spanning, het Scherzo klonk door de vele tempowisselingen en beschaafde dynamiek erg beheerst. Maar in de Finale bleek dat Renes' visie op de eerste drie delen niet is los te zien van het slotdeel.In een onvoltooide Negende symfonie ligt het dynamisch zwaartepunt in het Scherzo, bij Renes werden de werkelijke klankerupties tot het slotdeel uitgesteld.

Concert: Gelders Orkest o.l.v. Lawrence Renes. Anton Bruckner, Negende symfonie (voltooide vorm). Gehoord: 15/8 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 31/8 14.02 uur.

    • Mischa Spel