`Referendum brengt vrede in Algerije'

Het referendum dat de Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika heeft aangekondigd om een einde te maken aan de spiraal van geweld in zijn land, is volgens werkgeversvoorzitter Hassani een heel slimme zet. ,,Het is de definitieve nederlaag voor de extremisten''.

Abdelaziz Bouteflika heeft woord gehouden. Uit de Sirkadji- en de El-Harraj-gevangenis in Algiers zijn in juli honderden vermeende terroristen vrijgelaten. Ook elders in het land kwamen `terroristen en meelopers' vrij, volgens de overheid in totaal 2300. Maar het koppige gerucht als zou de nieuwe Algerijnse president ook de noodtoestand opheffen, die al zeven jaar in heel het land van kracht is, is niet bewaarheid.

Voor 16 september is een referendum toegezegd over de `wet op de nationale verzoening'. Bouteflika hoopt bij die gelegenheid op massale steun voor zijn beleid. De plannen zijn bedoeld om op vreedzame wijze een einde te maken aan het bloedvergieten dat volgens recente officiële cijfers de afgelopen zeven jaar aan meer dan 100.000 mensen het leven heeft gekost. Tussen de 5000 en 15.000 Algerijnse moslimextremisten komen in aanmerking voor een vorm van amnestie.

Abdelkrim Hassani (58), de invloedrijke voorzitter van de Confederatie van Algerijnse Industriëlen, is overtuigd van de juistheid van Bouteflika's plannen. Volgens hem zijn ze gemaakt in overleg met de generaals. ,,Op een bepaald moment dachten sommigen ons een theocratische staat te kunnen opdringen'', zegt Hassani. ,,Ze geloofden werkelijk dat ze zouden slagen. Maar het volk zegt nu: `Jullie zijn criminelen en wij willen niets met jullie te maken hebben.' Het is de definitieve nederlaag voor de extremisten.'' Als het volk de extremisten wel steunde, zouden de plannen van Bouteflika in de ogen van Hassani levensgevaarlijk zijn geweest.

De president stond voor de keuze, vindt Hassani. Hij moest zoeken naar een vergelijk of doorgaan om de weg van militaire onderdrukking, die eindeloos kan voortduren. Hij heeft als het ware een tussenoplossing gekozen: een vredesregeling en amnestie voor de meelopers. ,,De echte monsters wordt niets vergeven'' zegt Hassani. ,,Zij zullen moeten boeten, allemaal.''

Hassani signaleert sinds de verkiezing van Bouteflika – ook al was die controversieel nadat de overige kandidaten zich hadden teruggetrokken uit protest tegen grove onregelmatigheden – een kentering. ,,Er is bij de meeste Algerijnen weer hoop dat er eindelijk een `politieke oplossing' komt en een einde aan het moorden'', zegt Hassani. Het geweld is grotendeels naar de periferie gedrongen, naar de afgelegen zuidelijke en oostelijke provincies, ver weg van de hoofdstad. In de straten van Algiers bespeurt Hassani zelfs iets van optimisme, zij het voorzichtig optimisme.

Voor veel Algerijnen gaat Bouteflika te ver en te snel. In de straten van Algiers betogen nog dagelijks honderden familieleden van slachtoffers, ze vinden de amnestieregeling onaanvaardbaar. In de onafhankelijke pers die zich al die jaren fel tegen de fundamentalisten heeft verzet, wordt Bouteflika verweten dat hij `sympathiseert met moordenaars'. De GIA, de meest gewelddadige van de fundamentalistische organisaties, wil niets van de plannen van Blouteflika weten. Wat gebeurt er als een paar bloedige aanslagen in het centrum van Algiers morgen Bouteflika's plannen opblazen?

De echte moordenaars, de beulen van zuigelingen en zwangere vrouwen, zullen door het leger worden opgejaagd, heeft de president verzekerd. Maar opgejaagd zou de GIA wel eens heel gevaarlijk kunnen worden, vrezen sommigen. Zoals ook dit weekinde weer bleek zijn bloedige aanslagen, ondanks de amnestiewet, nog steeds niet voorbij.

Velen zien Bouteflika's wet op de nationale verzoening als nieuwe wijn in oude zakken. De vroegere minister van Buitenlandse Zaken is communicatiever dan zijn voorganger, ex-generaal Zeroual, en met zijn stijl weet hij het Westen te charmeren, maar de militairen bepalen zijn speelruimte. En een terugkeer van het verboden Front voor Islamitische Redding (FIS), lijkt voorlopig uitgesloten, ook in gematigde vorm. De generaals krijgen bovendien in de ogen van de critici een vrijbrief om met de achtergebleven rebellen af te rekenen. Ook de burgercomités, in het leven geroepen om buurten te beveiligen, worden niet ontwapend. Is de tijd van massale afrekeningen gekomen?

Volgens werkgeversvoorzitter Hassani wil Bouteflika met het referendum in september in de eerste plaats aantonen dat hij nog altijd de steun heeft van een meerderheid van de bevolking. ,,Hij heeft na zijn aantreden geweigerd het parlement te ontbinden, zoals de wet voorschrijft. En zijn verkiezing is dubieus verlopen. Het referendum moet bewijzen dat de Algerijnen hem nog altijd vertrouwen'', zegt Hassani. ,,Het is een sluwe zet. Wie voor de wet stemt, steunt de president. Daar gaat het hem naar mijn mening om: het charismatische leiderschap van Abdelaziz Bouteflika.''

Het referendum is volgens Hassani ook een valstrik voor de oppositie: ,,Zijn belangrijkste opponenten, Ahmed Taleb Tbrahimi, die de steun had van het FIS, en ex-premier Mouloud Hamrouche, die de vorming hadden aangekondigd van een nieuwe verenigde islamitische partij, willen beiden een vergelijk en amnestie voor het FIS. Ze zijn dus voor de amnestie. Maar hoe gaan zij zich opstellen in de campagne voor het referendum? Als ze oproepen om de verzoening te steunen, stemt hun aanhang dus voor de president.''

Wat de uitslag van het referendum ook wordt, een politieke oplossing zal volgens Hassani pas duurzaam zijn als er een einde komt aan de economische uitzichtloosheid. Hassani's confederatie ijvert daarom voor privatisering van de Algerijnse economie. ,,Particuliere ondernemers zijn de laatste dertig jaar als uitschot behandeld, als vijanden van het regime'', zegt Hassani. In zo'n klimaat is evenmin plaats voor buitenlandse investeerders. Volgens Hassani zijn die investeringen noodzakelijk om de economie er weer bovenop te helpen en een einde te maken aan de massale werkloosheid.

,,We rekenen op de Europese Unie'', zegt Hassani. ,,Een associatieverdrag met de EU is voor ons van groot belang. Dertig jaar lang is er door de staat geïnvesteerd in de infrastructuur, in woningen, scholen en fabrieken, maar die investering is inmiddels verouderd. De president heeft mogelijke investeerders nu ook internationale garanties geboden en onze lonen liggen laag, wat investeren veel aantrekkelijker maakt.''