Nog één keer in zwart leer

Elvis Presley is vandaag 22 jaar dood. Niettemin kwam zijn nummer Suspicious Minds vorige week op nummer 35 binnen in de top-100 van Veronica, terwijl de platenmaatschappij zojuist een nieuwe cd-box heeft uitgebracht onder de omineuze titel Artist of the Century en ook zes van zijn films (inclusief een paar van de slechtste) dezer dagen in een kloek ogend video-pakket op de markt werden gebracht. Het motto Elvis lives, dat vanavond door Veronica op een tv-show uit 1968 wordt geplakt, is niet vergezocht. De man leeft nog in miljoenen harten – en zodra dat even dreigt te verflauwen, is de handel er als de kippen bij om het vuurtje weer op te stoken.

In elk geval had het vanavond heel wat slechter gekund. Niet voor niets is die oude show, destijds kortweg Elvis genoemd, vervolgens de geschiedenis ingegaan als de Comeback Special '68. De voortekenen waren ongunstig: Presley had al in geen drie jaar meer een hit van enige betekenis gehad, en leek voorgoed voorbijgestreefd door het nieuwe geluid van Beatles, Beach Boys en Stones. Tot overmaat van ramp was hij door de kortetermijnpolitiek van zijn manager Tom Parker bovendien gebonden aan de geestdodende lopendebandproductie van middelmatige films, waarmee nog maar nauwelijks winst werd gemaakt. Het was, kortom, zo goed als afgelopen met de zanger die de belichaming van de rock & roll mocht heten. De smaakmakers hadden hem, op zijn 33ste, afgeschreven.

Voor regisseur Steve Binder had de productie van Elvis heel wat voeten in de aarde, aldus de recente Presley-biografie Down at the end of Lonely Street van Peter Brown en Pat Broeske. De zanger stond stijf van de zenuwen en durfde eigenlijk niet meer voor publiek op te treden, omdat zijn laatste echte concert al van bijna tien jaar eerder dateerde. En de manager, die zich overal mee bemoeide, wilde een programma voor het hele Amerikaanse volk. NBC was van plan de productie, gesponsord door de naaimachinefabrikant Singer, tijdens de kerstdagen uit te zenden – en dus stond Parker een show voor ogen met flink veel commerciële kerstliedjes. Binder moest hemel en aarde bewegen om ook een paar oude Elvis-hits op het repertoire te krijgen. Parker zag daar niets in; het was hem er juist om te doen zijn protégé te ontdoen van het vroegere rock-imago. Elvis Presley moest voortaan een ster voor alle leeftijden zijn.

Elvis werd, tegen die achtergrond, weinig minder dan een wonder. Vooral door Presley zelf, die in zijn strakke, zwartleren pak een herboren indruk maakte. Zodra hij ten overstaan van het studiopubliek begon te zingen, verdween zijn nervositeit. Binders meesterzet was tenslotte het idee van een unplugged-blok met twee van Elvis' vroegere begeleiders: gitarist Scotty Moore en drummer D.J. Fontana. De informele sfeer maakte dat optreden tot het hoogtepunt van de uitzending.

De tragiek is, achteraf bezien, dat de triomfantelijke ontvangst van de show geen enkel effect heeft gehad op 's mans verdere carrière. Hij ging weer films maken, die steeds slechter werden, en daarna trad definitief de vervetting in die tot de dood leidde. In zijn zwarte pak was hij nog één keer goed.

Elvis lives, Veronica, 22.20-23.55u.