Nielsen bekend door kijkonderzoek

Vanaf het moment dat de televisie in het Amerika van de jaren vijftig haar intrede deed, bracht marktonderzoeker Arthur C. Nielsen met vernuftige apparaatjes de kijkcijfers in kaart.

Tegenwoordig is marktonderzoekbureau Nielsen Media Research in de Verenigde Staten dé naam op het gebied van kijkcijfers en analyse van publiekssamenstellingen. Het onderzoek van Nielsen Media Research is in de Verenigde Staten en Canada de belangrijkste graadmeter voor kijkgedrag.

Via inmiddels interactieve kastjes weet Nielsen van duizenden huishoudens wie naar welk televisieprogramma kijkt. Televisiemakers en reclamebureau's zijn de voornaamste klanten. In de Verenigde Staten wordt jaarlijks voor 44 miljard dollar aan televisiereclame gespendeerd. Nielsen helpt de reclamemakers om hun filmpjes zo gericht mogelijk te verspreiden over de 99 miljoen televisiekijkende huishoudens in de VS.

Nielsen maakt analyses van kijkgedrag zowel op nationaal als lokaal niveau. Ook maakt het bedrijf onderverdelingen naar bevolkingsgroep. De Afro-Amerikaanse en Spaans-Amerikaanse groeperingen worden apart onderzocht.

Onderzoek in de Verenigde Staten is goed voor 88 procent van de omzet. De overige 12 procent haalt het bedrijf uit Canada.

In maart van dit jaar heeft Nielsen zijn onderzoeksterrein uitgebreid naar Internet. Via wekelijkse overzichten houdt het bedrijf voor zijn klanten bij wat de best bezochte websites zijn en welke reclame-banners het meest worden aangeklikt. Ook geeft Nielsen cijfers over het Internetgebruik in het algemeen.

Nielsen Media Research is in 1996 afgesplitst van marktonderzoekbureau AC Nielsen Company dat op allerlei terreinen marktonderzoek verricht. AC Nielsen Compagny was toen al twaalf jaar eigendom van The Dun & Bradstreet Corporation.

Nielsen Media Research haalde vorig jaar een omzet van 401,9 miljoen dollar. De winst voor belasting bedroeg 94,2 miljoen dollar. Er werken ongeveer 3300 mensen.

Arthur Nielsen begon in 1923 het effect van reclame te onderzoeken. Met de komst van de radio, was hij de eerste om ook het luistergedrag te gaan volgen.