Locarno beloont de ongepolijste cinema

Met een Gouden Luipaard voor Peau d'homme, coeur de bête, van de debuterende Française Hélène Angel (1967) is zaterdag het 52e Festival Internazionale del Film Locarno afgesloten.

In Angels film bekroonde de internationale jury, die onder voorzitterschap stond van de Amerikaanse onafhankelijke filmmaker Paul Bartel, zich compromisloos en op zoek naar ongepolijste, authentieke cinema.

Met een Bronzen Luipaard voor Serge Riaboukine, die de hoofdrol vertolkt van een man die na vijftien jaar afwezigheid naar zijn familie terugkeert en daar een tragedie ontketent, leek Peau d'homme zich unaniem in de belangstelling van de jury te verheugen.

Hierdoor maakt het Filmfestival Locarno bovendien zijn naam waar als lanceerterrein voor jong talent en thuishaven voor cinefiele filmproducties.

Op de Piazza Grande, het plein waar de voornaamste vertoningen van het festival plaatsvinden, werden verder Zilveren Luipaarden uitgereikt aan de Russische film Barak (Valerij Ogorodnikov, 1951), een bitterzoete terugblik op het plattelandsleven in de jaren na Stalins dood en La vie ne me fait pas peur, de tweede film van de Franse regisseuse Noémie Lvovsky (1964). Een deel van dit energieke portret van vier tienermeisjes was al in 1998 in Locarno te zien, toen Lvovsky haar televisiefilm Petites presenteerde, waar haar tweede speelfilm op is gebaseerd.

Het Bronzen Luipaard voor beste vrouwelijke hoofdrol ging naar Véra Briole, die door haar echtgenoot Laurent Bouhnik (1961) werd geregisseerd in 1999 Madeleine, het eerste deel van wat een reeks van tien films over mensen op de drempel van het nieuwe millennium moet worden.

De Speciale Juryprijs was voor El medina (Yousry Nasrallah, 1952), voor de film `die het beste uitdrukking gaf aan de manier waarop verschillende mensen en culturen met elkaar communiceren'. De Spaanse film El milagro de P. Tinto (Javier Fesser, 1964) werd in een speciale vermelding geroemd om zijn stijl, humor en originaliteit. Dit cartooneske familieportret roept het esthetische surrealisme van de film Delicatessen in de herinnering.

Zichtbaar genietend van de vele lofuitingen aan zíjn adres (voor de sfeer, de locatie, het immense filmdoek op het plein) vertaalde festivaldirecteur Marco Müller de dankwoorden van de bekroonde regisseurs uit het Russisch, Frans, Arabisch en Engels voor het grotendeels Italiaans sprekende publiek.

Nadat hij vorig jaar dreigde met opstappen, als het festival niet een minder commerciële koers zou gaan varen, en na het afscheid van bestuursvoorzitter Raimondo Rezzonico, lijkt nu voor Müller de weg vrij een meer cinefiel festival te presenteren en vliegen af te vangen van de filmfestivals van Berlijn en Venetië.

In één ding is hij dit jaar al geslaagd, namelijk het terugbrengen van het aantal premières naar een overzichtelijke hoeveelheid films. In principe was elke bezoeker in staat om het hele competitieprogramma plus een flink aantal films uit de nevenprogramma's te volgen. Locarno kan zich daarmee in de toekomst profileren als een festival met een samenhangende programmering, in tegenstelling tot de steeds verder uit hun voegen dijende filmfestivals waar bezoekers overgeleverd raken aan een Russische roulette van willekeur, noodzaak tot reserveren en kassa-paniek.

Het zou van lef getuigen als Müller deze lijn ook daadwerkelijk verder door zou zetten en niet alleen maar wat flinke woorden heeft gesproken om te verbloemen dat hij dit jaar weinig `grote namen' aan zijn lijstje kon toevoegen.

Met de slotfilm 1900 The Legend of the Pianist on the Ocean, een gladgestreken romantische epos over een scheepspianist naar een theatermonoloog van Alessandro Baricco van Guiseppe Tornatore (Nuovo Cinema Paradiso) met Tim Roth in de hoofdrol, leek hij vooralsnog een knieval voor het grote publiek te hebben gedaan. Deze film wordt in december in de Nederlandse bioscopen verwacht.