Kampioen van de bio-tech

Een paar weken geleden ging het farmaceutische bedrijf Centocor voor 4,9 miljard dollar over naar marktleider Johnson & Johnson. Hubert Schoemaker, oprichter en topman van het bedrijf, gokte en kreeg gelijk. Portret van een onverwoestbare optimist.

Zijn farmaceutische bedrijf Centocor ging een paar keer langs de rand van de afgrond en Hubert Schoemaker zelf keek de dood in de ogen toen hij een hersentumor bleek te hebben. Onlangs werd Centocor voor 4,9 miljard dollar verkocht aan Johnson & Johnson en Schoemaker zelf is weer boven jan. ,,Ik voel me zo fit als een hoentje'', zegt hij.

Schoemaker is een wetenschapper en een ondernemer. Collega's en kennissen prijzen hem om zijn lef, zijn positieve instelling en zijn taaiheid. ,,Hij is een van de meest briljante mensen die ik ken op het snijpunt van bedrijfsleven en wetenschap'', zegt Lawrence Steinman, hoogleraar neurologie aan het Medical Center van Stanford University in Palo Alto, Californië. ,,Hij weet wat de markt wil en wat aan zal slaan.''

,,Schoemaker heeft het vermogen om dingen op de rails te zetten en meteen in het groot te denken'', aldus Sven Warnaar, die van 1992 tot 1996 de dagelijkse leiding had van de Leidse vestiging van Centocor en nu werkzaam is bij Wilex Biotechnology in München. ,,Hij heeft een onvoorstelbare hoeveelheid ambitie en is onverwoestbaar optimistisch. Die combinatie zie je zelden.''

Het Amerikaanse Centocor (1.200 werknemers) is gevestigd net buiten Philadelphia in Malvern, Pennsylvania. Het bedrijf heeft een fabriek in Leiden, waar ongeveer 550 mensen werken. Centocor ontwikkelde ReoPro, een antistollingsmiddel dat vooral bij dotteren wordt gebruikt. Daarnaast is het bekend van medicijnen als Remicade, voor lijders aan de ziekte van Crohn, en Retavase, eveneens een antistollingsmiddel.

Voor Centocor was het in de huidige fase van zijn bestaan – jaaromzet 338 miljoen dollar – essentieel om toegang te hebben tot meer kapitaal voor de verdere ontwikkeling van nieuwe producten. Johnson & Johnson, met een jaaromzet van 23,6 miljard dollar veruit de grootste ter wereld op het gebied van gezondheidsproducten, heeft daar de middelen voor. Centocor blijft een zelfstandig onderdeel met handhaving van het management.

Schoemaker richtte Centocor op in 1980 samen met Michael Wall en Vincent Zurawski. Hij is de enige van de drie die Centocor trouw gebleven is. Het bedrijf heeft een bewogen geschiedenis. De even briljante als eigenzinnige Schoemaker wilde een nieuw, ander soort bedrijf. Veel beginnende bedrijven in de biotechnologie zien zich gedwongen om bij de marketing en distributie van producten hun ziel te verkopen aan de giganten. Schoemaker wilde dat Centocor alles alleen deed en had bovendien het plan om een middelgroot bedrijf op te bouwen.

Dat betekende onder meer dat hij voortdurend fondsen nodig had want met name in de farmaceutische sector maken bedrijven pas na jaren winst. ,,Het kost tien tot vijftien jaar en een half miljard dollar voordat een product winst oplevert'', zegt Frank Baldino van het farmaceutische bedrijfje Cephalon, dat eveneens in de buurt van Philadelphia is gevestigd.

Centocor kreeg in de begintijd zijn middelen van Venrock, een fonds voor ondernemingskapitaal van de Rockefeller-familie. Schoemaker zei daarover een aantal jaren geleden in deze krant: ,,Ik heb Laurence Rockefeller in dat eerste jaar wel eens gezegd dat het beginnen van een farmaceutisch bedrijf nu ongeveer hetzelfde is als een oliemaatschappij oprichten. Je moet veel gaatjes boren, dat wil voor ons zeggen exploratieve research doen.''

Van thuis kreeg Schoemaker de ondernemingszin mee. Zij vader Paul Schoemaker richtte samen met zijn opa van moederskant het bedrijf Vaessen Schoemaker in Deventer op. Het is nog steeds een bloeiend bedrijf dat verpakkingsproducten onder de naam Vasco maakt. Bij Schoemaker thuis waren ze met z'n zevenen. Zoon Paul was de oudste, een jaar daarna kwam Hubert en dan zijn er nog drie meisjes. De Schoemakers zijn rooms-katholiek. De zonen eindigden na een paar jaar middelbare school in Deventer op het Canisius College, een Jezuïeteninternaat in Nijmegen.

Hubert sportte veel: voetbal, judo en tennis. ,,Hij was er goed in en zeer belust op winnen'', aldus zijn broer Paul. ,,Judo was na de successen van Anton Geesink een rage geworden en Huub ging meteen voor een zwarte band. Hij was ook aan voetbal en daar was hij echt goed in. Hij kreeg destijds op school al een semiprofcontract aangeboden van NEC.''

Schoemaker maakte zijn hbs af en zou in Delft gaan studeren, maar om zijn Engels op te halen besloot hij een jaar naar Amerika te gaan. Vader Schoemaker kende Don Nobel, de topman van het Amerikaanse bedrijf RubberMaid en die nam Huub onder zijn hoede. Na dat jaar bleef Schoemaker in de VS en ging hij studeren op Notre Dame College in South Bend, Indiana. ,,Huub ontliep daarmee handig de militaire dienst'', zegt broer Paul, die een jaar later ook aan Notre Dame ging studeren. Hij is nu buitengewoon hoogleraar bedrijfsstrategie aan de Wharton School of Business en heeft een eigen organisatie-adviesbureau, DSI. Beide broers trouwden met studentes van het meisjescollege St Mary's, gelegen aan de overkant van Notre Dame.

Huub Schoemaker stapte van Notre Dame over naar het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Boston. Daar studeerde hij af in biochemie en liep hij colleges bedrijfskunde. Hij begon aan een promotie op een moleculair-biologisch onderwerp bij Paul Schimmel, nu verbonden aan de Scripps Clinic in La Hoya, Californië. ,,Schoemaker kwam in 1972 bij me, als ik me goed herinner, en hij wilde promoveren. Hij is de enige kandidaat die ik ooit heb gehad die binnen vier jaar zijn proefschrift voltooide.''

Volgens Schimmel was Schoemaker altijd zeer goed in laboratoriumwerk maar kon hij zich ook losmaken van zijn bezigheden en een zaterdag gaan golfen. ,,Hij is zeer gedisciplineerd.''

Na zijn doctoraat ging Schoemaker werken bij het inmiddels failliete bedrijf Dow Corning (bekend van borstprothesen van silliconen) waar hij onderzoek deed naar de medische toepassingen en het gebruik van glas. Schoemaker vond na verloop van tijd dat zijn liefde voor de biochemie geen plaats kreeg. Een aanbod om een nieuwe divisie op te zetten sloeg hij af en dat besluit dwong hem ook te vertrekken. Toen begon hij Centocor, samen met Wall en Zurawski.

In het begin van zijn bestaan kwam het bedrijf met diagnostische producten op de markt. Het zijn producten, bijvoorbeeld voor tests, die niet in aanraking komen met patiënten en daarom minder grondig getest hoeven worden. Het zijn ook producten die minder winst opbrengen dan geneesmiddelen. Centocor opende een fabriek in Leiden, als een van de eerste in het nieuwe bioscience park.

Centocor dacht begin jaren negentig een gouden product te hebben, Centoxin geheten. Het was het debuut van het bedrijf op de markt voor geneesmiddelen en er gingen grondige tests aan vooraf. Wall Street had in de aanloop naar de lancering het aandeel Centocor opgestuwd naar 59 dollar. ,,De verwachtingen waren huizenhoog'', aldus Warnaar. ,,Simplisme vierde in de biotech nog hoogtij. Ook was er een enorm optimisme van de kant van Hubert. Karakterologische is hij een gokker en schuwt hij risico's niet. Om de concurrentie voor te blijven, gingen we voortijdig van start met grote patiëntstudies.''

Schoemaker had iemand naast zich nodig die zijn enthousiasme af en toe kon intomen, maar de man die dat moest doen, James Wavle, kon dat niet. Centocor ging langzaam richting afgrond. Ook Jacques Fonteyne, nu directeur bij de Europese hergebruik- en recycling associatie in Brussel, die destijds bij Centocor werkte, vindt dat er fouten zijn gemaakt. ,,Alles wat mis kon gaan, ging mis'', aldus Fonteyne. ,,Ik was het helemaal niet eens met de agressieve marketing voor Centoxin en heb daar toen de consequenties uit getrokken.''

Na het fiasco – geen goedkeuring voor Centoxin van de Amerikaanse Food & Drug Administration (FDA) – zakte het aandeel Centocor terug naar 6 dollar. Men sprak met galgenhumor over `Centocorps'. Een fabriek in St. Louis ging dicht en honderden werknemers in de VS en in Leiden moesten vertrekken. Toch is er nauwelijks iemand te vinden die het Schoemaker kwalijk neemt. ,,Ik ben zonder enige rancune weggegaan. Schoemaker heeft een duidelijke visie en hij gelooft in wat hij doet'', zegt Fonteyne.

Schoemaker ging stug door, al moest hij wel meer op de achtergrond blijven, want het vertrouwen van beleggers had een stevige deuk gekregen. Schoemaker was persona non grata op Wall Street. Maar hij ging ,,keihard verder'', zegt Steinman. ,,Meteen na het debacle met Centoxin had hij twee andere producten waar hij alles op inzette.'' Volgens Warnaar is het onterecht dat Wall Street hem ook in later jaren meed en alle eer voor herstel van Centocor aan topman David Holveck gaf. ,,Hij is zijn bedrijf altijd trouw gebleven'', aldus Pedro Tetteroo, die nu de dagelijkse leiding van de fabriek in Leiden heeft.

Broer Paul: ,,Centoxin was een cruciaal moment, ook voor Huub zelf. Het was zijn eerste grote tegenslag.'' Thuis in Deventer deelden Paul en Hubert een slaapkamer en hun hele leven al bewegen ze zich in elkaars buurt, ook als ze elkaar niet dagelijks zagen. ,,Het was tijdens een wintersport in Colorado, vijfenhalf jaar geleden, dat Huub last had van hoofdpijn'', herinnert Paul zich. De tumor die bij Schoemaker werd geconstateerd was acuut. Hij mocht niet eens meer vliegen en werd in Colorado geopereerd.

,,Ik ben geopereerd'', zegt Schoemaker terugblikkend, ,,en alles wat erbij hoort: chemotherapie, beenmergtransplantatie. Ik heb veel gebeden.'' Schoemaker beschouwt zichzelf als een gelovig man ,,al zul je mij niet elke zondag in de kerk zien''. Het mirakel dat Schoemaker er overheen geholpen heeft, verbaast velen, maar als ze erover praten verbinden ze het vaak met zijn positieve instelling. ,,Hij kwam terug'', zegt Jill Felix van het University City Science Center, ,,en dat zegt iets over zijn gedrevenheid.'' ,,Ook als dingen moeilijk gaan, blijft hij optimistisch – ook in zijn persoonlijke leven'', zegt Jaap Blaak, die de Centocor-fabriek destijds naar Leiden haalde.

Is Schoemaker veranderd sinds zijn ziekte? Hijzelf denkt van niet. Collega's denken daar anders over. ,,Hij is met de jaren een wijs man geworden'', aldus Lawrence Steinman. ,,Zijn doorzettingsvermogen en besluitvaardigheid springen nog meer in het oog.''

Het is de vraag wat Schoemaker nu gaat doen. Voor degenen die hem kennen blijft hij een leidend licht. Bij Centocor is zijn rol nu misschien uitgespeeld maar Schoemaker is ook al jaren allerlei beginnende bedrijfjes aan het helpen. Dat kan zijn via de Greater Technology Council van Philadelphia, de University Science Center, de Technology Leadership Fund.

,,Hubert is voor mij een spirituele gids geweest'', zegt P. Sherrill Neff, topman van Neose Technology, ook een bedrijfje in de omgeving van Philadelphia. ,,We zitten samen in de Pennsylvania Biotechnology Association en de Eastern Technology Council. Hij doet extra moeite om jongere vakgenoten te helpen.''

Jill Felix noemt hem ,,een kampioen van de biotech''. Schoemaker maakt volgens haar tijd vrij om te zien hoe hij kleine bedrijfjes kan helpen. Pedro Tetteroo, bedrijfsleider bij Centocor: ,,De man is zo gedreven – ondanks zakelijke en persoonlijke tegenslagen. Hij is altijd de grote inspirator.''