Kamer wil toezicht op onkosten

De Tweede Kamer wil dat minister Peper (Binnenlandse Zaken) scherper toezicht gaat houden op de representatiekosten van commissarissen der koningin en gedeputeerden.

Verschillende Kamerfracties hebben hierop aangedrongen. Aanleiding vormt een onderzoek van het tv-programma Nova, waaruit bleek dat er grote verschillen bestaan tussen de bedragen die provinciebestuurders declareren.

Zo declareerden de provinciebestuurders in Brabant in vier jaar - de periode 1995-1998 - 27.000 gulden, terwijl Gedeputeerde Staten in Flevoland in diezelfde periode 1,6 miljoen uitgaven aan representatiekosten. Ook de commissarissen der koningin geven sterk uiteenlopende bedragen uit voor hun representatie.

In de vier jaar van het onderzoek gaf de Drentse commissaris van de koningin Ter Beek 160.000 gulden uit, terwijl de Zuidhollandse commissaris Leemhuis in het geheel geen representatiekosten declareerde. De Groningse commissaris Alders zou uitgaven hebben gedeclareerd die hij zelf moet betalen. Alders weerspreekt deze conclusie. De Drentse commissaris zei vanmorgen in het VARA-radioprogramma Punch dat hij de uitgaven kan verantwoorden. De grote verschillen worden volgens hem veroorzaakt door een andere begrotingssystematiek.

Commissarissen der koningin ontvangen naast hun salaris (ruim 230.000 gulden) een belastingvrije toelage van 31.400 voor representatie. Uit deze zogeheten ambtstoelage moeten zij uitgaven betalen die verbonden zijn aan hun ambt, zoals ontvangsten aan huis, cursussen, abonnementen alsmede telefoon- en faxkosten.

Volgens het onderzoek van Nova declareerde de Groningse commissaris Alders ontvangsten van studenten, burgemeesters en gedeputeerden bij de provincie, terwijl hij die kosten voor eigen rekening had moeten nemen. Alders liet in reactie op de uitzending weten dat hij die ontvangsten deed als voorzitter van het college van Gedeputeerde Staten. Namens de PvdA-fractie in de Tweede Kamer noemt Kamerlid Duijkers de verklaring van Alders ,,niet helder''.

De CDA-fractie wil dat minister Peper criteria ontwikkelt over de uitgaven die commissarissen en gedeputeerden mogen doen.

De controle op de uitgaven is in de eerste plaats een zaak van Provinciale Staten. In verschillen provincies hebben statenfracties inmiddels opheldering gevraagd bij het college van GS.