IN DE SLAG MET DE PAELLA-GENERATIE

Sinds anderhalf jaar is Marc Lammers (30) bondscoach van de Spaanse hockeysters. Zaterdag sloot de Brabander de EK-oefen- campagne van zijn ploeg af met een 6-0 nederlaag tegen Nederland. ,,Ik wil Spanje weer op de kaart zetten.''

Louis van Gaal mag hij onderhand tot zijn kennissen rekenen. ,,Niet dat ik hem vaak zie of spreek, want hij is constant op pad met Barcelona. Maar als het zo uitkomt, ja, dan maken we een praatje. Over sport natuurlijk, en dan vooral over hockey. Louis wil alles weten. Over de veldbezetting, over het afschaffen van buitenspel. Hockey en voetbal hebben veel gemeen. Vergeet bovendien niet dat het voetbal nog veel kan leren van het hockey. Wij werken bijvoorbeeld al tien jaar met video, zij hebben dat pas sinds kort ontdekt.''

Sinds anderhalf jaar is Marc Lammers bondscoach van de Spaanse hockeysters. De 30-jarige Brabander voelt zich als een vis in het water. Hoewel: ,,Ik wist het en toch verbaasde ik me erover. In Spanje bestaat geen clubcultuur. Daar is het hockeyen, tas inpakken en wegwezen. Buiten Catalonië kennen ze het fenomeen clubhuis niet. Het biertje na afloop kan je dus mooi vergeten.''

Lammers woont met vrouw en kinderen in Sitges, een badplaats dertig kilometer ten zuiden van Barcelona. Hetzelfde dorp als waar Louis van Gaal en een deel van de Nederlandse voetbalenclave onderdak hebben gevonden. Eén keer nam Lammers de trainer-coach van FC Barcelona mee naar het hockey. ,,In Terrassa was dat, een paar maanden geleden bij het Europa-Cuptoernooi voor vrouwen. Heb ik hem het een en ander uitgelegd. Hij had zelf ook wel snel door dat wij veel meer techniek moeten gebruiken om controle over dat kleine balletje te krijgen. Al met al vond hij het een fascinerende sport.''

Zelf nam de voormalige aanvoerder van Den Bosch eenmaal plaats in de ereloge van Camp Nou, het stadion van FC Barcelona. ,,Op speciale uitnodiging van Louis. Zat ik daar ineens naast Marco Borsato, Leontien Ruiters en René Froger. Glaasje bier erbij, een beetje kletsen en ondertussen voetbal kijken, hartstikke gezellig. Mag me vaker overkomen.''

Veel tijd voor uitstapjes heeft Lammers echter niet. Wekelijks pendelt de oud-international (vier caps) op een neer tussen Barcelona en Madrid. Twee dagen per week traint hij een deel van de selectie in de hoofdstad, de rest van de week is hij te vinden in Terrassa, een voorstadje van Barcelona. In het weekeinde bezoekt hij een van de vijf competitiewedstrijden. Noodgedwongen, want: ,,Ik mag het natuurlijk niet al te hard roepen, maar het stelt niets voor. Bij alle clubs zie je hetzelfde: één of twee goede speelsters en de rest hobbelt mee. Vermoedelijk maar acht speelsters uit de nationale ploeg kunnen het niveau van de Nederlandse hoofdklasse aan, de andere tien mogen blij zijn als ze in de overgangsklasse aan de bak kunnen.''

Zijn eerste ontmoeting met de selectie staat hem nog helder voor de geest. ,,Ze zagen me binnenstappen en dachten aan een grap. Een of ander ventje dat zomaar uit Nederland aan kwam waaien, maar een paar jaar ouder was dan zij en hen wel even zou vertellen hoe het moest. Dat konden ze niet geloven. Mijn voorganger was een soort politieagentje bij wie die meiden onderworpen werden aan een strak regime. Plotseling kwam ik en mochten ze hun coach ineens bij de voornaam noemen. Dat was een cultuurschok.''

Lammers op zijn beurt schrok van het niveau toen hij de selectie voor het eerst aan het werk zag. ,,Het was lange-halen-snel-thuis, die bal naar voren rammen en dan maar hopen dat iemand er wat leuks mee zou doen. Er zat geen verhaal achter, geen opbouw, geen techniek, helemaal niets.'' Resoluut brak Lammers met de hopeloos verouderde speelstijl van zijn voorganger, José Brassa. ,,Ik ben helemaal opnieuw begonnen. Balletje stoppen, aannemen en passen. Eindeloos heb ik die oefeningen herhaald, net zolang tot de boodschap begon door te dringen.''

Anderhalf jaar later zijn de vorderingen zichtbaar, maar een serieuze uitdager van de gevestigde orde is de Spaanse ploeg nog lang niet. Zaterdag krijgt de nummer veertien van de wereld een pak slaag van Nederland, dat met maar liefst 6-0 wint in de laatste oefenwedstrijd voor het Europees kampioenschap. Lammers is niet verbaasd over het krachtsverschil. ,,Van alle toplanden, van Nederland tot en met Australië, hebben we dit jaar verloren. Alleen van Schotland hebben we twee keer met 3-0 van gewonnen. Maar dat is geen prestatie om trots op te zijn.''

Spanje opent het EK overmorgen met een duel tegen Engeland, samen met gastland Duitsland een van de twee favorieten in groep B. Tsjechië, Ierland en Oekraïne zijn de andere tegenstanders. Al te hoge verwachtingen heeft Lammers niet. ,,Ik kan wel roepen: wij doen mee voor een plaatsje in de halve finales. Maar dat is onzinnig. Wij mogen al blij zijn als we van Tsjechië, Ierland en heel misschien Oekraïne winnen. Engeland en Duitsland zijn normaal gesproken een maat te groot.'' Lammers heeft zijn vizier vooral gericht op het olympisch kwalificatietoernooi, volgend jaar maart in Milton Keynes. ,,Daar moeten we, in Keulen mogen we.''

Spanje telt in totaal slechts vijfhonderd hockeysters, minder dan Lammers' oude club Den Bosch bijvoorbeeld. Volgens Lammers is dat geringe aantal grotendeels te wijten aan een chronisch gebrek aan geld. ,,De bond doet niets aan promotie. Voor de gemiddelde Spanjaard bestaat hockey niet. In de aanloop naar de Spelen van Barcelona telde de sport plotseling mee, maar na die gouden medaille ebde de belangstelling weer even snel weg. Hockey in Spanje is bovendien nog steeds een elitaire mannensport, vooral in Catalonië. Vrouwen mogen op de tribune mooi zitten wezen en verder niet.''

Gefrustreerd beweert Lammers desondanks niet te zijn. ,,Mijn doel is niet om de Olympische Spelen te winnen, mijn doel is om Spanje weer op de kaart te zetten. Dat klinkt bescheiden voor een land dat zeven jaar geleden olympisch kampioen werd en vier jaar geleden nog tweede bij het EK. Maar dat verleden moet Spanje leren vergeten. Het niveau van toen is niet meer te vergelijken met dat van nu. Die gouden plak was meer geluk dan wijsheid. Behaald dankzij een professionele voorbereiding en een lading geld. En natuurlijk met dank aan interne problemen bij zowel Nederland als Australië.''

Van de gouden ploeg zijn nog slechts twee speelsters over. Lammers koestert de ervaringen van zijn routiniers. ,,Die meiden zijn ongelooflijk gedisciplineerd, die hoef je niets op te dragen. De rest kan daar nog veel van leren. Vooral de jongere generatie is verwend, en dan met name die Catalaanse meiden. Je kan ze het nauwelijks kwalijk nemen, want ze komen een voor een uit een goed gezin waar moeder alles voor ze regelt: de was, het eten, de boodschappen, noem maar op. In Nederland noemen ze dat de patat-generatie, in Spanje hebben ze het over de paella-generatie.''

Behalve met een strijd tussen jong en oud heeft Lammers te maken met de traditionele tegenstelling tussen Catalonië enerzijds en de rest van het land anderzijds. Ook het vrouwenhockey stond jarenlang in het teken van de regionale controverse, weet Lammers. ,,Pietje wilde niet met Jantje, Jantje wilde niet met Keesje. Om gek van te worden. Mede om die reden kwam de bond uiteindelijk bij mij terecht. Iemand die boven alle partijen zou staan en niet gevoelig was voor gevlei vanuit een van beide kampen. Op de trainingen praten we Spaans, geen Catalaans. Wie dat per ongeluk toch doet, moet honderd peseta's in de boetepot storten. Daar zit na drie weken trouwens al negenduizend peseta's (130 gulden, red.) in.''

Zijn contract met de Spaanse bond loopt af na de Spelen in Sydney. Over zijn toekomst tast Lammers in het duister. In de wandelgangen geldt hij als de belangrijkste kandidaat om Tom van 't Hek op te volgen als bondscoach van Nederland. ,,Eén ding is zeker: ik wil slagen als trainer-coach, liefst zo hoog mogelijk. Zo ambitieus ben ik wel.''

    • Mark Hoogstad