Gronings graan

We zaten ouderwets met zijn vieren te samenzweren in café Jantje zag eens pruimen hangen op de hoek van de Tingtangstraat en Ouwe Snor. Over Groningen lees je weinig omdat elke journalist beseft dat zijn lezers denken dat hij zulke straatnamen als Oude Boterhamstraat, Kouwe Gatlucht en Kijk in 't Jatstraat, verzint. Groningen heeft de innemende eigenschap die steden als Parijs en Berlijn ook hebben: een inwoner van West-Nederland die er belandt, belt onmiddellijk zijn oude kennissen in die plaatsen op, die het op prijs stellen de reiziger uit het Westen weer te zien en het nieuws uit de beschaafde wereld te horen. Dus zat ik daar met Willem Hofstee, Anton Hoekstra en Ina Krijgsman, het geniale trio waarmee ik in een vorig leven een opstandig blaadje uitgaf.

We hadden het over wat niet in kranten staat. Willem zei: ,,Er zou een rubriekje in de krant moeten zijn waarin je dingen kon lezen als: `Sinds tien maanden is er geen trein of vliegtuigkaping meer geweest.' Wat niet gebeurt is ook nieuws, en het is nieuws dat een krant exact, zonder moeite, en met meer gezag dan internet, kan leveren. Weten jullie bijvoorbeeld hoe lang het geleden is dat hier in de provincie graancirkels zijn gezien?''

Anton: ,,Was het niet vorig jaar, bij Vlagstwedde?'' Willem: ,,Nee, dat is alweer twee jaar geleden. Toen bleek dat een stelletje grappenmakers uit Stadt die cirkels had gemaakt. En weet je dat er in Groningen en Friesland nog nooit van zijn leven een Ufo is geland?'' ,,Dat wordt dan tijd,'' zei Ina.

Dit gesprek speelde zich twee weken geleden af, en ik moest het verslag ervan uitstellen, omdat wij in diezelfde nacht besloten een graancirkel te gaan fabriceren. Een Ufo was te veel werk. Anton had een zwager die een graspletwalsje bezat. Ina wist een roggeveldje waarnaast een jagershut in een boom hing, zodat wij luchtfoto's konden maken. Wij haalden de kleine wals, reden naar Vlagstwedde, tilden de wals op onze tenen door het korenveld en rolden er vrolijk spiralerende fractale cirkels mee in de rondte in de rogge. Ina flitste vanuit de schiethut om later te kunnen bewijzen dat het ook dit keer om een zelfgemaakte benedenaardse grapgraancirkel ging.

Zoals afgesproken stuurde ik gisteren uit Amersfoort een postwisseltje naar de roggeboer om zijn schade te vergoeden en belde ik Willem Hofstee om hem te vragen wat Stad en Ommelanden, Nieuwsblad van het Noorden, Gronings Nieuwsblad, en natuurlijk de Vlagstwedder Bode, ervan gemaakt hadden.

Willem: ,,Ze hebben er alle vier over gezwegen als graven, terwijl ze toch alle vier drie keer een tip hebben gekregen. Kun je nagaan hoe we hier worden voorgelicht.'' Ik opperde: ,,Misschien hadden ze in de gaten dat het nep was.'' ,,Ach welnee,'' zei Wielklem, ,,ze zien op tegen het gekrakeel dat na zo'n bericht prompt losbreekt tussen de gelovers en de ongelovers, met het risico dat ze de helft van hun lezers verliezen.''

,,Zijn de Groningers niet per definitie ongelovers?'' voeg ik. ,,Nee'', zei Willem Hofstee, ,,een Groningers is zo lichtgelovig als een zwartharige zwangere zwersfter in de zevende maand op een houtvlot.'' Die uitdrukking kende ik niet.