Formele regels en gewoonten botsen op de Albert Cuyp

Op de Amsterdamse Albert Cuyp bestaan regels alleen op papier. Dorpsrelletje op de grootste markt van Nederland.

. Haar man zou niet meer thuiskomen en haar huis zou in de fik gaan. Marktkoopvrouw Dini van der Voort drong met drie anderen bij het stadsdeel Oud-Zuid aan een einde te maken aan de ,,mafiastructuur'' op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt. Enkele dagen later werd ze bedreigd en hingen hun brieven aan het stadsdeel opgeprikt aan de muur in de koffiehuizen. De Amsterdamse ombudsman Nora Salomons en de politie stelden een onderzoek in.

De onderlinge verhoudingen op de Albert Cuyp bevinden zich volgens de ombudsman op een dieptepunt. Er is sprake van bedreigingen en opstootjes tussen winkeliers en marktkooplui. Er wordt veelvuldig gesjoemeld met de regels. De dagelijkse loting en contante betalingen aan de marktmeesters zijn niet meer van deze tijd: deze zouden het geven van `fooien' in de hand werken. Er zijn simpele richtlijnen nodig die consequent gehandhaafd worden, schrijft de ombudsman. ,,Een gunst wordt op de markt namelijk al snel als een verworven recht beschouwd.''

Volgens Salomons ging het bergafwaarts met het klimaat achter de kraampjes toen de deelraad de zeggenschap over de markt kreeg. De handhaving had te lijden onder een gebrek aan expertise bij het stadsdeel. In 1995 concludeerde het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam (RIF) dat er voor miljoenen guldens werd gefraudeerd op de markt. Marktmeesters bleken steekpenningen aan te nemen en werden gearresteerd.

De nieuwe indeling van de markt van dit jaar deed de onderlinge verhoudingen ook geen goed. Kraampjes werden een meter breder. Vaste standplaatshouders konden meer handel uitstallen en waren tevreden. De `sollicitanten' – kooplui en winkeliers die dagelijks loten om schaarse vrije plaatsen – waren echter de dupe. Vergunninghouders kiezen regelmatig voor het illegaal verpachten van marktkramen. Hier wordt soms drieduizend gulden per maand voor betaald.

,,Het verpachten werkt oneerlijke concurrentie in de hand en moet uitgeroeid worden'', roept W. Goudsmit voor zijn winkel met dameskleding. Boze en afkeurende blikken van marktlui jagen Goudsmit naar binnen. ,,Ach, zij hebben een probleem met mij, en niet andersom'', is zijn reactie. ,,Velen'' zijn het volgens Goudsmit met hem eens, maar durven hun mond niet open te doen.

De Albert Cuypmarkt is met meer dan 250 kramen de grootste van Nederland. Ruimtegebrek is er een groot probleem. Kraamhouders plaatsen hun waar ver over de speciaal aangelegde tegels die de grens met de straat markeren. Anderen staan te dicht op de muur, terwijl de regelgeving voorschrijft dat anderhalve meter wordt vrijgelaten. Sommige kraampjes ontnemen hierdoor het zicht op de achterliggende winkels.

Antiekhandelaar Martin Colmans heeft zijn omzet achteruit zien gaan toen een badpakkenhandelaar na de herindeling een plaats voor zijn winkel kreeg en de doorkijk naar de winkel ,,dichtplakte''. ,,Ga maar pachten'', zou iemand van de gemeente tegen Colmans gezegd hebben.

Leo Buchel, voorzitter van de Albert Cuyp Belangenvereniging (ACB), windt zich op over het ,,eenzijdige'' rapport van de ombudsman. ,,Allemaal pure onzin'', het gaat juist ,,heel erg goed'' met de markt, zegt hij. Buchel is woedend op de vier ondernemers die aandringen op strenge regels. ,,Het zijn een stelletje losers die het niet redden op de markt en de Albert Cuyp een slechte naam bezorgen.'' ,,Nee, praten doe ik niet meer met ze'', zegt Buchel wandelend en handenschuddend over de markt. ,,Kijk nou'', zegt hij wijzend op de textielhandel van Goudsmit, ,,dat ziet er toch niet uit?''

Buchel kent de bedreigingen van horen zeggen. Autobanden lek, de remkabels van de marktmeester doorgesneden? ,,Een lachertje, daar doen we niet aan'', verzekert Buchel even later in een koffiehuis. ,,Zo praten marktkooplui nu eenmaal tegen elkaar.''

,,Het valt allemaal erg mee'', relativeert ook W. Duin, marktbeheerder van het stadsdeel. Hij beklemtoont dat de officier van justitie geen bewijzen van ,,systematische bedreiging'' kon vinden. De ombudsman heeft volgens Duin maar met zeven van de vierhonderd ondernemers gesproken.

Duin zegt een streng maar praktisch handhavingsbeleid te voeren. Meer dan veertig vergunningen van kooplieden ,,die er een zootje van maakten'' zijn ingetrokken. Toch komt illegaal verpachten nog veel voor op de populaire plekjes, geeft Duin toe. Er zijn extra marktmeesters aangesteld en een particulier beveiligingsbedrijf helpt mee om de voetpaden vrij te houden. Maar de marktkoopman heeft volgens Duin altijd wel een excuus om een rekje iets naar voren te schuiven.

Sinds 1939 heeft marktkoopman Van Hilst een tassenwinkel met kraam op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt. ,,Als je alles eerlijk regelt op de markt kom je nergens'', zegt hij. Net als zijn zoon houdt hij niet van de regeltjes van het stadsdeel Oud-Zuid. Controleurs doen er volgens zijn zoon André van Hilst beter aan ,,op een terrasje te gaan zitten''. ,,Anders lopen ze nog een keer tegen een vuist van een marktkoopman aan.''

,,Ik sta al vijftig jaar op de Cuyp; een beetje chaos, dat is toch juist gezellig'', zegt Ger Engelsman, die ,,in de textiel zit''. ,,Zonder een beetje extra ruimte overleef je niet op de markt'', zegt zijn buurvrouw A. Singer, die het kledingrek voor de gelegenheid nog even een stukje verder de straat oprijdt. De marktmeesters en de particuliere beveiliging moeten zich niet met mevrouw Singer gaan bemoeien. ,,Loop jij effe lekker door, zeg ik dan. Als ze mij gaan bekeuren, ga ik wel een weekje zitten.''

De deelraad Oud-Zuid wil nu samen met politie en justitie via strafrechtelijke vervolging handhaving afdwingen. Een extern adviesbureau gaat de gang van zaken op de markt nog eens onderzoeken.

Voor ombudsman Salomons een teken dat het stadsdeel de problemen erkent en ermee worstelt. Of er daadwerkelijk iets gaat gebeuren bewijfelt ze. ,,Ik vrees dat nog een lange weg is te gaan voordat de marktkooplui zich zullen schikken naar de reglementen.''