De Soul van Pete Felleman

Dit jaar is het veertig jaar geleden dat in Detroit, de stad van de Amerikaanse automobielindustrie, de eerste single uitkwam op het label Tamla. Tamla, opgezet met een familielening van 800 dollar door ex-bokser, parttime pooier, lopendebandmonteur bij Ford, maar bovenal ambitieus liedjesschrijver Berry Gordy jr., vormt met het twee jaar later in het leven geroepen Motown (naar `Motortown', de bijnaam van Detroit) de welhaast magische twee-eenheid Tamla Motown.

Onder die vlag worden in Europa de swingende produkten uit de `Hitsville USA'-studio aan West Grand Boulevard aan de man gebracht. Verantwoordelijk daarvoor in ons land is Jaap Albert Louis Sidney (`Zeg maar `Pete') Felleman, de zoon van een Amsterdamse diamantair, die zich in de jaren veertig met programma's voor de VARA de eerste discjockey op de Nederlandse radio mocht noemen en later, vanaf de jaren vijftig, werkzaam is in de ontluikende platenindustrie.

Zijn oorspronkelijke liefde betreft de swingjazz, maar als de `free jazz' ontstaat, gaat Felleman op zoek naar iets nieuws, dat hem wél aanstaat. Hij vindt het in de `funky' klanken uit Detroit van Little Stevie Wonder, The Miracles en Mary Wells, door Gordy betiteld als `The Sound of Young America' en gericht op zowel blank als gekleurd Amerika.

,,Absoluut revolutionair'', zo kenschetst de nu 78-jarige Felleman vanuit zijn Amstelveense woning de beginperiode van het label. In die tijd werkt hij voor de nog jonge platenmaatschappij Artone dat hem en de rechten voor Tamla Motown heeft weggekaapt voor de neus van het veel grotere Bovema. Felleman: ,,Bij Artone wisten ze niet zo goed raad met het label, dus kreeg ik alle ruimte om een markt te creëren.''

Ruimte die hij volop benut: met name de Indo-jeugd loopt halverwege de jaren zestig weg met de hippe danssoul van Tamla Motown en laat blanke tiener-sterren als Roy Orbison voor wat ze zijn. Ook Radio Veronica's Joost den Draayer (Willem van Kooten) is een factor van belang. Felleman: ,,Een slimme jongen en een Tamla Motown-freak, maar hij wist er niet zoveel van als ik. Ik fluisterde hem van alles in. Dan had hij het bijvoorbeeld over: `Jimmy Roefin, de weggelopen Temptation', een vondst, zeker, maar Jimmy Ruffin heeft dus nooit in The Temptations gezeten!''

Fellemans grootste wapenfeit uit die tijd is de serie `Tamla Motown is Hot! Hot! Hot!', een reeks goedkope verzamelalbums vol fuifnummers van alle grote namen van het label, waarvan het eerste deel een voor die tijd gigantische oplage van meer dan 100.000 stuks haalt. Ook in Amerika is het succes opgevallen: het werkterrein van Felleman, inmiddels terug bij Bovema, wordt uitgebreid met andere Europese landen.

Het zijn aan de ene kant de mooie jaren vol warme persoonlijke contacten met sterren als The Four Tops, Diana Ross (Felleman: `Een voorbeeld van een geslaagd artiest'), Marvin Gaye en The Temptations, die hij tijdens hun bezoeken aan Europa begeleidt, maar aan de andere kant is er ook de moeizame relatie met de belangrijke Motown-vestiging in Londen. Felleman noemt het dan ook de `kijf- en kibbeljaren'.

Eind jaren zeventig, als Motown een schim begint te worden van het eigen glorieuze verleden, houdt hij er abrupt mee op (Felleman: ,,Ik was op, ik kon niet meer''). Begin jaren tachtig haalt Rik Zaal hem terug voor de radiomicrofoon in het VPRO-radioprogramma Borát. In het begin om zijn liefde voor de jazz te etaleren, later gevolgd door `De Soul van Pete Felleman', waarin de nestor der deejays op anekdotische wijze vol `slang' en stijl en met pep en pit verhaalt uit de memorabele Motown-geschiedenis.

Dankzij de redactie van VPRO's De Avonden zijn deze miniatuurtjes uit de tachtiger jaren nu wekelijks te horen met natuurlijk een prominente plaats voor de muziek, want die is volgens Pete Felleman nog altijd `het belangrijkste dat er is'.