Altaarstuk terug op het Begijnhof

Een Zeventiende-eeuws altaarstuk dat in de jaren Twintig was verkocht door de Johannes en Ursulakerk aan het Amsterdamse Begijnhof, hangt sinds gisteren weer op zijn oude plaats. Het doek, een barokke voorstelling van Maria's Hemelvaart van Nicolaas Moeyaert (1592-1655), is door de kerk na ongeveer zeventig jaar teruggekocht, nadat het in de Verenigde Staten op een veiling was opgedoken.

Het werd gisteren opnieuw onthuld in het Amsterdamse kerkje, dat de afgelopen maanden een ingrijpende opknapbeurt had ondergaan. De Johannes en Ursulakerk had dit doek in 1649 besteld bij de schilder Nicolaas Moeyaert (1592-1655). Het altaarstuk heeft daarna nog eeuwenlang in de kerk gehangen tot het aan het einde van de jaren '20 uit geldnood moest worden verkocht. Van de opbrengst werden destijds de woningen aan het Begijnhof opgeknapt.

Dat het doek na een afwezigheid van zeventig jaar weer op zijn originele plaats kon terugkeren, is mede te danken aan de drie handelaren die het in januari op een veiling in New York hadden gekocht. De bedoeling was aanvankelijk het werk door te verkopen aan een `college' in de Verenigde Staten. Maar toen het schilderij naar Amsterdam werd gebracht om gerestaureerd te worden, maakte het Begijnhof zijn interesse kenbaar. De handelaren verklaarden zich bereid het schilderij af te staan voor de aankoopprijs: 185.000 gulden.

De Stichting het Begijnhof kon daarop beginnen aan de ronde langs de fondsen: een ritueel dat tegenwoordig noodzakelijk is bij het verwerven van een kostbaar kunstwerk. Dat de aanvraag om financiële steun door een kerkelijke instelling werd ingediend - en niet door een museum - bleek soms een struikelblok. Zo werd tevergeefs aangeklopt bij de Vereniging Rembrandt die haar criteria vooral op musea heeft afgestemd. W.Eggenkamp, bestuurslid van het Begijnhof: ,,En dat terwijl onze kerk toch een zéér openbare ruimte is. We zijn elke dag van 'ochtends tot 's avonds open. Dat kan het Rijksmuseum ons niet nazeggen.'' Andere fondsen toonden zich wel tot steun bereid. Nadat ook particulieren een bijdrage hadden geleverd en in katholieke kringen nog wat potjes werden aangesproken, werd het benodigde geld nog net op tijd bijeen gebracht.

En dus kon het doek - schoongemaakt en gerestaureerd - zondag worden herenigd met twee andere stukken van Moeyaert in de kerk (een Kruisiging en een Geboorte van Christus) die exact het-zelfde formaat hebben. Afhankelijk van het seizoen werden die stukken afwisselend achter het altaar gehangen.

De drie religieuze taferelen van Moeyaert zijn bijzonder omdat Noord-Nederlandse schilders in de eerste helft van de Zeventiende eeuw maar mondjesmaat opdrachten uit katholieke hoek kregen. Hoewel het katholicisme na de Reformatie niet volledig verboden werd, duurde het geruime tijd voor de `paapschen' de decoratie van hun schuilkerken ter hand durfden te nemen. Het Begijnhof - als privé-bezit niet door de Protestanten onteigend - groeide uit tot een katholiek toevluchtsoord. Dat Nicolaas Moeyaart opdracht kreeg hier drie altaarstukken te schilderen, lag voor de hand. Hij was sinds de dood van Pieter Lastman de belangrijkste katholieke schilder in Amsterdam.